Een eigen plek
2013-05-18
Al tijden zijn we in onze organisatie bezig met nieuwbouw.- Jaargang 57
- nummer 10
Het huidige gebouw voldoet niet meer aan de eisen die vandaag aan een goede woonomgeving gesteld worden. Het grootste pijnpunt is het gebrek aan privacy.
Het is niet mogelijk om iedere bewoner een eigen kamer te geven. Dat moet straks wel kunnen. In de nieuwbouw zullen voornamelijk groepsunits worden gebouwd.
Daarin leeft een groep van zes tot acht mensen samen in één huiskamer, terwijl verder ieder een eigen kamer heeft.
Het hebben van een eigen plek is onontbeerlijk om te kunnen leven. Tegelijk is het een bron van maatschappelijke en internationale spanning, zoals het integratiedebat ons laat zien.
In de bijbelse verhalen is de eigen plek ook een belangrijk thema. In het Hebreeuws zijn de woorden voor ‘mens’ en ‘grond’ aan elkaar verwant (‘adam’ en ‘adamah’).
‘Mens-zijn’ en ‘eigen plek’ horen heel fundamenteel bij elkaar. In het scheppingsverhaal plaatst God de mens dan ook niet in de weidse ruimte van de aarde, maar geeft hem hee l bewust een eigen (omheinde) plek in de Hof van Eden. Een mens is gebouwd op het leven in een begrensde ruimte.
Daarna zijn er de verhalen over Abraham, Isaak en Jakob, die als rondtrekkende bedoeïenen zoeken naar een vaste woonplaats. Uiteindelijk wordt dat gerealiseerd als het zwervende volk Israël vaste voet krijgt in het beloofde land’ Het ideaal is dat iedere Israeliet zijn eigen erfdeel heeft en ‘onder zijn eigen wijnstok en vijgenboom’ zit, zonder dat ‘iemand hen opschrikt’, zoals de profeten daar nog aan toevoegen. Dat ideaal werd benaderd in de tijd van de wijze koning Salomo, van wie gezegd wordt dat er onder zijn bewind vrede heerste.
Nu heeft de geschiedenis geleerd dat mensen met die gedachte van een eigen plek een heel verkeerde kant op kunnen gaan. Dat gebeurt als de eigen plek niet aanvaard wordt als een geschenk van God, maar veroverd wordt op de ander. Dat gebeurt als de eigen plek een bastion wordt van waaruit je vreemden bestookt, in plaats van dat je je eigen plek deelt met anderen en plaats maakt voor wie zoekt naar onderdak.
Dat het ‘eigenplekideaal’ benaderd werd in de tijd van koning Salomo geeft mij te denken. Salomo is immers de koning van de vrede, zoals zijn naam al suggereert (sjaloom).
Blijkbaar is het zo dat dit ideaal slechts gerealiseerd kan worden als er een Koning is die vrede garandeert. Als de vrede gegarandeerd wordt, hoef je immers niet bang te zijn voor innerlijke en uiterlijke vijanden. Dan kun je de tuindeur openzetten voor ieder die zoekt naar onderdak en de tafel dekken voor ieder die bij je binnenkomt.
Het is de vrede van Christus die het ons mogelijk maakt om om te gaan met die moeilijk te hanteren spanning tussen ‘alleen’ en ‘samen’. Om de relatie tussen ‘mens’ en ‘grond’ op een goede manier vorm te geven. Om ons vizier te laten zakken, deuren voor de ander te openen en muren af te breken, zonder de eigen plek te verliezen.
Wij hebben een God die ons allen een eigen plek gunt en geeft. Laten we die daarom ook aan elkaar gunnen. En we hebben een God die ons de vrede schenkt die voor het leven op die plek nodig is. Laten we ook dat geschenk aanvaarden. Anders wordt die eigen plek een bron van spanning in plaats van vreugde.