Pasen: de Redder gered
1973-04-20
Wist u, dat de bekende tekst van palmpasen uit de profetie Zacharia, over de koning die tot de dochter van Sion komt (9 : 9), in de meeste bijbels niet goed vertaald is?- Jaargang 17
- nummer 16
In uw bijbel staat, dat deze messiaanse koning 'zegevierend' komt en de oude Vulgata heeft het woord Salvator, Redder. Maar in plaats van Redder staat er eigenlijk: gered: Jubel luide, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en gered, nederig en rijdende op een ezel, op een ezelhengst, een ezelinnejong". Zo te zien verliest dit profetenwoord door deze vertaling het triomfantelijke, maar in werkelijkheid wordt het er een echte paastekst van, niet alleen te gebruiken bij Jezus' intocht in Jeruzalem, maar ook voor het paasfeest zelf: Jezus Christus, de Opgestane, komt tot ons als de geredde, de door God geredde.
Toen Jezus aan het kruis hing, hadden de voorbijgangers, de joodse oversten en de moordenaars naast hem geroepen: red uzelf!
Als je toch de Zoon van God bent, als je toch de koning van Israël bent, red dan jezelf!
Dat sluit goed aan bij het type, waarnaar wij altijd weer op zoek zijn: de mens.
die zichzelf redt en geen hulp van anderen nodig heeft, laat staan van God. De opgestane Zoon van God, de Koning van Israël (en welke hoge titels zal ik nog meer vermelden) komt ons evenwel vertellen, dat Hij een geredde, een door God geholpene is.
"Deze ellendige hier riep en de HERE hoorde, Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden" -- zoals de geholpen David zingt (Ps. 34).
Wij zijn er niet aan gewend, onze Verlosser als een verloste te zien. De verlossing is ónze eer al te na, hoeveel te meer de zijne! Toch was het koningschap in Israël als leermodel bedoeld om ons met deze diepe geestelijke werkelijkheid vertrouwd te maken. We konden weten, dat in Israël niet hij koning was, demonstreerde. Maar de koning was de figuur, áán wie de verlossing gedemonstreerd wèrd; hij was in Israël de publieke verwijzing naar 'God, die helpt in nood'. Heel anders dan de koningen bij de volken rondom.
In hen werden menselijke kwaliteiten vereerd, bijvoorbeeld mannenkracht. Zo werd bij de Filistijnen het telend vermogen van de man ten troon geheven. De koningsnaam was daar Abimelech, de vader is koning, vaderschap is meesterschap. Maar in Israël leefde het besef (nou ja, leefde ... ), dat de koning verlost moest wórden.
Nu is verlost worden tot daar aan toe, als het over ellendige schlemielen gaat, maar het ging de joden en het gaat ons te ver, als de koning van Israël ook nog verlost moet worden.
Waar is hij dan eigenlijk koning voor?
Zichzelf redden is toch wel het minste, dat van hem gevraagd mag worden. Daarom behoren we onszelf te herkennen in de schreeuwers aan de voet van het kruis: red uzelf!
Maar Jezus heeft zijn vertrouwen op God gesteld en heeft op zijn redding gewacht.
"Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden ... " (Hebr. 5: 7-9). Om Redder te zijn moest Hij eerst zelf gered worden. Als koning van Irsaël is ook Hij verwijzing naar 'God, die helpt in nood'. De allerpubliekste verwijzing.
Dit heeft consequenties naar een onvermoede zijde. Er is vandaag een mens-type in ontwikkeling dat afrekent met de presteerderige doe-het-zelver. Een mens-type, dat uiterlijke overeenkomst vertoont met onze Here Jezus Christus. Hij loopt niet zo hard, vertoont een zwak geloof in diploma's en lacht om carrière. Zoals Jezus de voorkeur gaf aan een ezel boven een paard, een ros, zo verkiezen zij de fiets boven de auto. In conflict met de autoriteiten gedragen ze zich weer loos en laten zich zonder tegenstand arresteren.
Ook hierin is er overeenstemming, dat ze de woede van de gevestigde orde over zich halen. Jezus op zijn ezel lijkt op de twee jongens uit de film 'Easy Rider', die in een weerloze vrijheid op hun motor door het prachtige landschap van de V.S. trekken en die tenslotte, om geen andere reden dan om hun anders zijn dan de anderen, door de amerikaanse politie gruwzaam overhoop geschoten worden. Opruiming onder de nietsnutten: red jezelf, voeg je in ons prestatiegareel, of sterf anders! De film is wel een levende illustratie bij de maatschappelijke indeling, die in de amerikaanse subcultuur gemaakt wordt tussen havikken en duiven.
Maar klopt de overeenkomst met Jezus?
Is Hij een 'duif' of een easy rider, op zijn ezel? In zoverre Hem door een geërgerd establishment toegebeten wordt: red jezelf!, zou je ja kunnen zeggen, Maar ze hebben Hem toen aan het kruis nóg iets in zijn gezicht geslingerd: "Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld - laat Die Hem nu verlossen, indien Hij een welgevallen in Hem heeft".
Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld; Hij heeft het overgegeven aan Hem, die rechtvaardig oordeelt. Dat is voor onze Here kenmerkend geweest. Hij is in zijn nederigheid de Voltooier van het geloof in God geweest.
Daarom wil Hij na zijn opstanding bekend staan als de Geredde; ook in zijn opstandingsglorie wil Hij verwijzen naar Gods reddende liefde. Hij is Heer tot eer van God de Vader, in plaats van tot zijn eigen eer.
Het is allemaal zo diep godvrezend bij de Zoon van God.
En is dat nu ook zo bij het nieuwe menstype-in-ontwikkeling? Of is de lieve en zachte weerloosheid, die je er aantreft, alleen maar een andere vorm van menselijke zelfgenoegzaamheid?
En zou daaruit dan ook te verklaren zijn de hooghartigheid en de verachting voor anderen, waarmee men het anders doet? De verwijzing naar God ontbreekt, die juist bij onze Here zo opvallend was. Als de opgestane wilde Hij de opgewèkte zijn, de door de majesteit van de Vader opgewekte.
Maar is Jezus niet wat laat gered? Tussen zijn roepen en Gods verhoren lag toch zijn dood en daardoor hangt er een gordijn voor zijn redding; als 't er op aankomt moeten we die maar geloven. Inderdaad. Dat kan het moeilijk maken, deze Voleinder van het geloof op de weg van het geloof te volgen.
Juist als we zien, dat het misloopt, gaan we onszelf redden, heel subtiel en ondanks het gewaad der weerloosheid. Het is niet gemakkelijk, Jezus te volgen. Hij is niet zomaar een mens-type, dat ter keuze staat en waarop we kunnen overschakelen, nadat we met het andere type vastgelopen zijn. Niet alleen de havikken. maar ook de duiven moeten naar de God van Jezus gaan; moeten door Jezus tot God gaan, die in de opstanding heeft laten zien, dat het tóch niet vergeefs is, op Hem je verwachting te stellen. Maar je moet de nederigheid hebben, een geredde te willen zijn. Zoals de Redder zelf dat wilde en nog wil.