Contact-Orgaan Gereformeerde Gezindte

1973-04-27
  • Jaargang 17
  • nummer 17
• Een schuldbelijdenis

In het nummer van 20 april schreef ik het een en ander over de door bovenstaand Contact-Orgaan belegde conferentie te Lunteren op 4 en 5 april j.l. en deelde ik reeds mee dat er een gemeenschappelijke verklaring werd opgesteld, die met op twee onthoudingen na algemene stemmen werd aangenomen.
Zodra de tekst in ons bezit was zouden we die in ons blad plaatsen.
Hier volgt ze dan.

Aan de kerkeraden van de kerken, die officieel vertegenwoordigd zijn in het C.O.G.G. wordt het volgende stuk verzonden:

Het Contact Orgaan van de Geref. Gezindte hield zich op de 4 en 5 april 1973 gehouden conferentie op 'De Blije Werelt' te Lunteren bezig met het onderwerp: "Crisis en uitzicht van de Geref. Gezindte".
Naar aanleiding van de brede bespreking van dit onderwerp sprak de conferentie uit dat het de gemeenschappelijke schuld van de Geref. Gezindte is dat men elkaar wederzijds teveel aan eigen moeilijkheden heeft overgelaten, te weinig verantwoordelijkheid jegens elkaar heeft betracht en daardoor te weinig heeft laten uitkomen dat ons aller zaak op het spel staat bij de moeiten, die elke kerk of groep afzonderlijk heeft.
Het C.O.G.G. wekt in deze situatie alle kerken van gereformeerde belijdenis op onverzwakt vast te houden aan het gezag van Gods Woord en de betekenis van de gereformeerde belijdenis voor de vragen van deze tijd duidelijk te maken.
Het C.O.G.G. verzoekt de plaatselijke kerken van de gereformeerde belijdenis elkaar te zoeken, elkaar aan te spreken op de basis van Gods Woord en de gereformeerde belijdenis en samen kerkelijke en geestelijke vragen te behandelen.
Het C.O.G.G. is er van overtuigd dat van een leven naar Schrift en belijdenis Gods zegen mag verwacht worden bij het pogen de gereformeerde belijders te vergaderen, Onze schuld belijdend roepen wij Gods barmhartigheid over onze kerken in, opdat wij ook in deze tijd voor onszelf en onze kinderen tot een getuigenis in de wereld Gods Naam mogen verheerlijken.

J. H. Velema, secr.

• Deelnemende kerken en groeperingen

Het Contact-Orgaan heeft leden, die wettig zijn gedeputeerd door de Generale Synode hunner kerken. Deze kerken zijn de Geref. Keken (synodaal) en de Chr. Geref. Kerken.
Daarnaast afgevaardigden van de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk. Verder zitten er leden in uit de Geref. Gemeenten en de Geref. Kerken (vrijgemaakt), zowel van binnen als van buiten het verband, om deze onjuiste terminologie even over te nemen.
Een erg doorzichtige en bevredigende situatie is dit uiteraard niet. Het zou beter zijn als alle leden een hen zendende instantie achter zich hadden en hun kerken zo konden vertegenwoordigen. Deze ietwat vreemde situatie is echter tekenend voor de moeite die het heeft gekost om het Contact-Orgaan in he leven te roepen; voor de moeite nóg om elkaar te ontmoeten en samen iets te doen voor de scheuren in het geheel van hen, die de Geref. belijdenis liefhebben. Ondanks deze ietwat vreemde samenstelling wordt er toch in het Contact-Orgaan gewerkt en wordt er getracht samen iets te doen.
Uit bovenstaand overzicht is duidelijk dat de Vrijgemaakt Kerken in het C.O.G.G. niet officieel vertegenwoordigd zijn, Daarop was natuurlijk voor de scheuring, gezien de heersende mentaliteit, geen schijn van kans. Toch hebben ook in die jaren verschillende personen uit onze kerken aan het werk van het C.O.G.G. deelgenomen. Vergis ik me niet, dan behoorden prof. Veenhof en ds J. Meester tot de werkers van het eerste uur. Persoonlijk ben ik er bij betrokken geraakt en er voor geïnteresseerd door prof. Veenhof.
De vraag komt echter op of het niet gewenst is dat onze kerken nu officieel aan de arbeid van dit Contact-Orgaan gaan deelnemen om het gereformeerde leven in het algemeen te dienen en duidelijk te maken dat ook zij niet begeren op zichzelf te staan in kerkelijk opzicht, maar de eenheid begeren met allen, die dezelfde belijdenis hebben als zij en aan die eenheid ook hun krachten willen geven.

Dat kan

Wanneer dit een algemeen verlangen is en als een roeping wordt erkend, dan is er niets dat officiële deelneming in de weg zou behoeven te staan. We worden wel kerken "buiten het verband" genoemd, maar deze naam is onjuist. We hebben een band met elkaar als kerken door het geloof en erkennen dat ook op velerlei manier. Door elkaars predikanten uit te nodigen, door elkaars attestaties te aanvaarden op gereformeerde wijze; veelal ook door classes of regionale vergaderingen te houden - what is a name?
- ook door zo nu en dan samen te komen in een landelijke vergadering, waarop besluiten kunnen worden genomen. Wel is er een commissie benoemd om de kerken te dienen met studie en voorstellen over de nadere regeling van het verband, maar het verband zelf is er en wordt geoefend.
De eerstkomende vergadering te Bunschoten zou een besluit kunnen nemen tot officiële vertegenwoordiging in het Contact-Orgaan en daarmee een besluit nemen dat m.i. van een oecumenische gezindheid in de goede, bijbelse betekenis van het woord zou getuigen.
Maar dan zal het noodzakelijk zijn dat een of meer kerkeraden daartoe het initiatief nemen en deze zaak op de landelijke vergadering aanhangig maken. Om ook daarvoor belangstelling te wekken heb ik in het vorige artikel enigszins uitvoerig verslag gedaan over de te Lunteren gehouden conferentie en iets laten zien van de vragen, die er leven over de kerkelijke verdeeldheid van de Gereformeerde christenen.
Daaruit kon blijken: we zijn er met elkaar nog lang niet uit en het C.O.G.G. is ook nog maar een zwak begin en door allerlei vragen en moeiten omgeven. Maar er wordt toch het een en ander door gedaan en we laten elkaar - ook dat wordt duidelijk - niet links liggen.
Daarom wordt de vraag of het niet tijd wordt dat onze kerken zelf mee de hand aan de ploeg slaan en de zaak van de Geref. Gezindte en haar vragen en moeiten niet aan enkele particuliere personen overlaten in uw welwillende aandacht aanbevolen.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief