MOET BARBERTJE HANGEN?

1973-04-27
  • Jaargang 17
  • nummer 17
Dat is voor u wellicht geen vraag. Vermoedelijk kent u deze vragende zin slechts in andere, positieve, volgorde. Dan citeert u een wet, die van de Meden en Perzen zou kunnen stammen, als een onontkoombare noodzaak: Barbertje moet hangen!
Nu, als u gelooft dat Barbertje onontkoombaar moet hangen, bent u mis. Dat kan uw eerste vergissing zijn vandaag; laten we hopen dat het ook uw laatste is. Want wie aan de galg gepraat werd was niet Barbertje maar de mán van Barbertje. Barbertje was namelijk een lief vrouwtje, in eer en deugd gehuwd, met ene Lothario. En het was Lothario, die men heeft doen hangen.
Terecht? Nee, ook dat niet. Lothario is wel veroordeeld, maar ten onrechte. Of liever beoordeelt u zelf maar de gronden, waarop Lothario gehangen is. U vindt het hele verhaal als een soort ouverture tot het boek "Max Havelaar of de koffieveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij" van Multatuli. Het proces verbaal luidt als volgt:

Gerechtsdienaar: Mijnheer de rechter, daar is de man die Barbertje vermoord heeft.
Rechter: Die man moet hangen. Hoe heeft hij dat aangelegd?
Gerechtsdienaar: Hij heeft haar in kleine stukjes gesneden en ingezouten.
Rechter: Daaraan heeft hij zeer verkeerd gedaan. Hij moet hangen.
Lothario: Rechter, ik heb Barbertje niet vermoord! Ik heb haar gevoed en gekleed en verzorgd. Ik kan getuigen bijbrengen die verklaren zullen dat ik 'n goed mensch ben en geen moordenaar.
Rechter: Man, ge moet hangen! Ge verzwaart uw misdaad door eigenwaan. Het past niet aan iemand die van iets beschuldigd is, zich voor 'n goed mensch te houden.
Lotharia: Maar, rechter, er zijn getuigen die het zullen bevestigen. En daar ik nu beschuldigd ben van moord ...
Rechter: Ge moet hangen! Ge hebt Barbertje stukgesneden, ingezouten, en zijt ingenomen met uzelf ... drie kapitale delikten!
Wie zijt ge, vrouwtje?
Vrouwtje: ik ben Barbertje.
Lotharia: Goddank! Rechter, ge ziet dat ik haar niet vermoord heb!
Rechter: Hm ... ja ... zoo! Maar het inzouten?
Barbertje: Neen, rechter, hij heeft me niet ingezouten. Hij heeft mij integendeel veel goeds gedaan. Hij is 'n edel mensch!
Lotharia: Ge hoort het, rechter, ze zegt dat ik 'n goed mensch ben.
Rechter: Hm ... het derde punt blijft dus bestaan. Gerechtsdienaar, voer dien man weg, hij moet hangen. Hij is schudig aan eigenwaan. Griffier, citeer in de praemissen de jurisprudentie van Lessing's patriarch.

Zo, nu zit u midden in het probleem. Multatuli, alias Eduard Douwes Dekker, heeft met dit gesprek de grond gelegd voor de malle term: Barbertje moet hangen. Men heeft hem niet goed gelezen, zoals u ziet. Zijn lezers hadden moeten weten, dat Barbertje buiten schot bleef, maar dat de mán van Barbertje veroordeeld werd. Wat de lezers wel begrepen hebben is: dat iemand, die al veroordeeld is voor hij terechtstaat, met al zijn bijdragen tot de rechtsprocedure zijn vonnis slechts verzwaart.
Ook dit is ijdelheid en kwelling des geestes, zou de Prediker zeggen. Want analyseer dit gesprekje nu eens.
De aanklager beschuldigt Lothario er van, dat hij Barbertje heeft vermoord. Het vonnis staat gelijk vast: hangen, op grond van moord. Toch vraagt de rechter nog naar details.
Die details, al zijn ze onjuist, bevestigen het vonnis: hangen, nu wegens moord en wreedheid. De veroordeelde betuigt zijn onschuld, zou zelfs het bewijs daarvan kunnen leveren. Die uitspraak bevestigt ten derde male het vonnis: hangen. Bovendien is er een grond bijgekomen: het is nu moord plus wreedheid plus eigenwaan.
Voordat Lothario hangt, even een kardinaal punt in deze zotte rechtspraak. De goede rechtsregel is, dat op elke beschuldiging zowel hoor als wederhoor plaats vindt; dat de bewijzen geleverd en beoordeeld worden; dat zo mogelijk een bekentenis wordt verkregen; en dat eindelijk, bij voldoend bevinden van het bewijs van de beschuldiging, met of zonder schuldbekentenis een oordeel geveld wordt; waarbij het delict met de rechtsregel wordt vergeleken en de omstandigheden in aanmerking worden genomen. Grondregel is: dat wie beschuldigt ook de bewijslast draagt.
Welnu - in het verhaal van Barbertje levert de beschuldiger geen zweem van bewijs. Integendeel: Lothario voelt zich genoodzaakt zelf de bewijslast van zijn onschuld op zich te nemen, wil hij niet hangen. En hij wordt tot die omgekeerde bewijslast nog niet eens toegelaten. Onrecht op onrecht. Lothario's vonnis was vooruit geveld en in zo'n geval - .
wil Multatuli zeggen - wordt elk woord van de veroordeelde in zijn nadeel gebruikt. En nu gaan we verder met de rechtsgang.

Daar komt een vrouwspersoon. Wie zou het zijn? Het is Barbertje.
Beter kon het voor Lothario niet aflopen, denkt u. Beter bewijs van Lothario's onschuld is moeilijk denkbaar. Barbertje is dus niét vermoord, merkt Lothario triomfantelijk op.

Dat moet zelfs de rechter erkennen. Maar de wreedheid, de tweede strafgrond? Ook die valt weg: ze is niet ingezouten, verklaart Barbertje.
Zodat, concludeert de beschuldigde, slechts overblijft dat ik een goed mens ben.
Ho! De rechter ziet over het hoofd dat punten twee en drie aan punt een zijn opgehangen.
Dat bij wegvallen van de moord ook de wreedheid en eigenwaan zijn weggevallen. Hij ziet alleen dat punten een en twee wegvallen, maar meent dat punt drie blijft staan. Eigenwaan!
Een beschuldigd man en dan ... eigenwaan!

Het derde punt is voldoende grond voor het reeds gevelde vonnis. Lothario moet hangen vanwege zijn eigenwaan: dat hij een goed mens is.
En daar gaat de man van Barbertje: à la lanterne.
De schrijver Lessing wordt er voor aangeroepen. De rechtsuitspraak van Nathan de Wijze geldt als de startblokken voor het vonnis: hangen!

Het hele "onuitgegeven toneelspel" van Multatuli klinkt zo absurd alsof het vandaag geschreven was. Het is zo irreëel, dat u het met een geamuseerde glimlach naast u zou willen neerleggen. Maar waarom eigenlijk? Weet u wel dat de voorgaande rechtsprocedure sedert Multatuli zo vaak is herhaald, dat zij een vorm van burgerrecht, van usantie heeft gekregen?

De mensen zijn zo dom, zei ene Helvetius, dat een herhaling van het onrecht hun tenslotte als rechtvaardig voorkomt. Wie zijn ogen open houdt en zijn rechtvaardigheidsbesef brandende, loopt er voortdurend tegen aan.

Wie een beschuldiging inbrengt moet overtuigen, zei Mozes. Een meervoudig getuigenis - twee of drie mensen die de overtreding gezien en gehoord hadden - gold als overtuigend bewijs. Die getuigen moesten zelf met de steniging beginnen, wanneer het een doodzonde betrof. Dat wil zeggen: ze moesten blijven staan voor hun getuigenis. Een vals getuigenis zou hen immers tot moordenaars maken; en moordenaars waren zelf des doods schuldig. Zo komt een foutief vonnis altijd op het hoofd van onrechtvaardigen terug. Ziedaar de Goddelijke rechtsgang, door Mozes vastgelegd.

Het is veilig wonen in het Goddelijk rechtsgebied.
In tegenstelling tot deze onrechtvaardige wereld - die een rechtsprocedure van achteren af kan opzetten en die de man van Barbertje al veroordeelt voor het bewijs van schuld of onschuld geleverd is - is onze hoogste Rechter volmaakt rechtvaardig. Daarom is het veilig wonen: omdat Christus gehangen heeft. Onschuldig voor onrechtvaardige mensen. Zijn vonnis stond al vast toen het proces nog moest beginnen. Alle onrecht van deze onrechtvaardige wereld is op Hem aangelopen. En alles wat Hij losliet werd tegen Hem gebruikt: wat hadden zijn rechters eigenlijk nog getuigen nodig? Hij leverde zelf . de grond voor het reeds gevelde vonnis.
Hierom zijn wij dus vrijgesproken - als u het goed begrijpt. Al even absurd, vindt u niet?

Wie de rechtvaardige verdoemt is de Heere een gruwel. Maar ook wie de goddeloze rechtvaardigt is de Heere een gruwel. Het verhaal van Lothario is even absurd als onze vrijspraak. En toch. Het verschil zit tussen die onrechtvaardige rechter en de allerhoogste Rechter.
Doordat Jezus Christus het absurde van de menselijke onrechtvaardige rechtspraak onderging, baande Hij de weg waarlangs wij gratie kunnen krijgen. Even onbegrijpelijk.

Komt, verwondert u hier mensen. Zodat wij ten laatste dage voor de rechterstoel van Gods lieve Zoon zonder verschrikken mogen verschijnen.

Begrijpt u het? Vrijspraak, die vooraf vast staat - ongeacht onze schuld?

Multatuli heeft er niets van begrepen. Die stikte in het onrecht van anderen. En wij begrijpen er niets van. Wij stikken in eigen ongerechtigheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief