de PPR

1973-05-05
  • Jaargang 17
  • nummer 18
In de vorige artikelen over de PPR schreef ik, dat deze partij zich in haar program zo radikaal mogelijk wil opstellen t.a.v. allerlei aktuele vraagstukken. Haar program is het enige dat de PPR samenbindt. Een duidelijke "partijideologie" heeft zij niet. Sommige leden streven daar wel naar, o.a. de oud-voorzitter Dolf Coppes. Hij heeft in een diskussienota een marxistische maatschappij visie ontwikkeld. De christenen in de PPR staan niet zo ver bij hem vandaan, omdat zij in het vaarwater ,Van de politieke theologie lijken te zitten.
In PPR-publikaties leest men regelmatig, dat de partij streeft naar een beleid dat progressief, nieuw, modern en radikaal moet zijn. Omdat het de partij ontbreekt aan een eigen maatschappij- en staatsbeschouwing blijven deze begrippen tamelijk inhoudloos.

• Overeenkomsten met D'66

Eén van de meest geprogageerde onderwerpen door D'66 is, dat alle politieke partijen met een levensbeschouwelijke grondslag moeten ontploffen.
Dit geldt zowel voor de christelijke, als voor socialistische en liberale partijen. Volgens D'66 is een beginselpartij een achterhaalde zaak. Het komt op het program-van-aktie aan! Men kan zo gemakkelijk diep in de beginselen duiken en daarbij de brandende politieke vraagstukken als secundair beschouwen. Te vaak is door socialisten, liberalen en christenen een "schimmenspel" van beginselenstrijd opgevoerd.
De PPR deelt deze ontploffingstheorie van D'66, omdat zij beslist geen beginselpartij wil zijn. Beide partijen willen uitsluitend programpartijen zijn.
Politiek is geen neutrale zaak. Politiek betekent op een bepaalde manier vorm geven aan de samenleving: het impliceert dus een bepaalde visie op de samenleving èn op de taak en bevoegdheden van de staat.
Wanneer men zich in de politiek met de samenleving en met de staat bezig houdt om aan de samenleving vorm te geven, dan doet men dat ten bate van het leven en samenleven van de mensen. Een bepaald samenlevingsbeeld gaat dus altijd samen met een bepaald mensbeeld, dat weer ineen bepaalde overtuiging wortelt. Een programpartij, die zegt persé geen beginselpartij te willen zijn en dus een beginselloze politiek pretendeert te voeren, is daarom met zichzelf in tegenspraak.
Een beginselloze politiek is een onmogelijkheid!
Het is natuurlijk duidelijk, dat D'66 en de PPR geen visieloze visie of visieloze politiek willen voorstaan. Vanuit welke visie opereren ze dan?
Het uitgangspunt van D'66 is het demokratisme. Het is de demokratisch tot uiting komende volkswil, die de praktische politiek van deze partij richting geeft. D'66 staat dan ook op het standpunt, dat de wetgeving voortdurend aangepast moet worden aan de in de samenleving aanvaarde nieuwe inzichten. Ook in het "progressieve regeerakkoord" van PvdA, D'66 en PPR ("Keerpunt 1972") wordt gesproken van ,,aansluiten bij de mentaliteitsverschuigingen die zich in onze samenleving aan het voltrekken zijn". Hier doen zich natuurlijk geweldige problemen voor: wat is de volkswil? In hoeverre zijn nieuwe inzichten in de samenleving ook door de samenleving als geheel aanvaard? Door wie zijn nieuwe inzichten aanvaard en door wie worden dezelfde inzichten hartgrondig verworpen? Welke kriteria gelden om deze nieuwe inzichten wèl en andere niet in de wetgeving en de toepassing daarvan op te nemen? De vragen demonstreren hoe glibberig het begrip "volkswil" is en hoe zwak het demokratisme is als basis van een partij.
De PPR heeft bezwaren tegen het demokratisme van D'66. Woordvoerders van de PPR hebben altijd gezegd, dat zij in D'66 veel goeds herkennen.
D'66 streeft immers ook naar vernieuwing van de politieke verhoudingen. Zij heeft lange tijd de jeugdaangesproken. Woorden als modern beleid, progressief, vernieuwing enz. staan ook in het D'66-vaandel geschreven (wat zij ook mogen inhouden).
De PPR is echter van mening, dat de D'66-fraktie in de Tweede Kamer niet konsekwent genoeg is. De fraktie schippert te veel. Zij kijkt de kiezers te veel naar de ogen. Het demokratisme speelt haar parten, omdat zij te gevoeldg is voor de gunst van de kiezers, En omdat er niets grilliger is dan de gunst van de kiezers, wordt ook de D'66- politiek grillig.

• Opportunisme

De PPR is evenals D'66 geen beginselpartij. Toch is haar opstelling radikaler. Dit komt naar mijn indruk, omdat de PPR een partij is met een socialistische signatuur.
Zowel de anti-revolutionaire spijtstemmers van 1967, als de uit de KVP getreden greep-Aarden (de twee belangrijkste stimulators tot oprichting van de PPR) hebben steeds aangedrongen op samenwerking met de PvdA. De voorliefde voor de socialistische gedachtengang vinden wij ook terug in de reeds genoemde diskussienota van Dolf Coppes.
Deze oud-voorzitter van de PPR heeft ook roet voor niets gezegd, dat de PPR socialistischer is dan de PvdA. Dit betekent, dat de PPR in haar opstelling vaak radikaler is dan de PvdA.
De PvdA bestaat niet alleen uit Nieuw Links. Ook zeer gematigde socialisten bevinden zich in haar gelederen. De heer Den Uyl geeft er regelmatig blijk van, dat hij de verschillende richtingen in zijn partij te vriend wil houden. De PPR is in haar program en politieke opstelling veel meer verwant met de aanhangers van Nieuw Links, die radikaal socialistisch willen zijn.
De PPR heeft zich als partij niet uitgesproken voor een socialistische gedachtengang. Dat kan en wil zij niet, want zij is immers een beginselloze partij. Een socialistische signatuur is in haar program echter duidelijk te onderkennen. Maar omdat zij een beginselloze partij wil zijn vertoont zij evenals D'66 een innerlijke tegenspraak, Haar beginselloosheid bergt ook het gevaar van een vaag demokratisme in zich.
Het ontbreken van een eigen uitgangspunt en een eigen maatschappijvisie heeft D'66 tot een pragmatische en opportunistische partij gemaakt.
Omdat de PPR alleen maar een programpartij wil zijn, bedreigt het opportunisme haar èvenzeer.

Geen diepgang

In de drie artikelen, die ik nu over de PPR geschreven heb, heb ik iets over de achtergrond van deze partij gezegd. Een rechtgeaard PPR-lid zal wellicht opmerken, dat hem dit alles niets zegt. Het komt immers alleen maar op het program aan. Naar mijn mening is juist het ontbreken van een eigen overtuiging en maatschappijvisie de zwakheid van de PPR, die haar radikaliteit uitholt. Nogmaals: beginselloze politiek is een innerlijke tegenspraak Dit is ook de reden waarom ik in deze artikelen niet ben ingegaan op konkrete punten van het PPR-program.
In het eerste artikel schreef ik, dat verschillende punten in het PPRprogram mij aanspreken, Tegen ander onderdelen van het program heb ik echter bedenkingen.
De PPR pleit bijvoorbeeld voor een krachtig optreden tegen de milieuverontreiniging.
Zij maakt zich ernstig zorgen over het leven op aarde.
Dit lijkt voor de hand liggend. Anderzijds pleit zij ook heel gemakkelijk en probleemloos voor legalisering van abortus. Vanuit welke visie op het leven komt zij tot deze programmapunten?
Het PPR-program pleit voor effektieve hulp aan ontwikkelingslanden.
In het program wordt alleen gesproken over financieel-ekonomische en technische hulp, terwijl deze ontwikkelingsproblematiek voor een belangrijk deel ook van geestelijke aard is. Daarover lezen wij niets, Er wordt gestreefd naar een beleid, dat gericht is op een ontspanning tussen de NAVO en het Warschau-pakt. Er moet een Europees veiligheidssysteem komen, waarin de landen van deze twee "blokken" vertegenwoordigd zijn. Zowel de NAVO als het Warschau-pakt moeten streven naar vermindering van de defensie-inspanningen. Nu zal het iedereen wel duidelijk zijn, dat de bewapeningswedloop een benauwende en uitzichtloze zaak is. Dat er naar gestreefd moet worden en dat er initiatieven genomen moeten worden om de bewapeningswedloop tegen te gaan, is ook duidelijk. Maar waarom zwijgt de PPR over de reële tegenstellingen tussen West-Europa en het communistisch Oosten? Wii hebben :in de verhouding Oost-West met geestesstromingen en ideologieën te doen. Het westers kapitalisme wordt door de PPR hevig bekritiseerd.
Terecht. Maar de communistische regeringsleiders, die regelmatig zeggen te streven naar een vreedzaam naast elkaar bestaan van kommunistische en niet kommunistische landen, wijzen er voortdurend op, dat een ideologische coëxistentie onmogelijk is. Waarom zegt de PPR niets van deze ideologische achtergrond en blijft zij steken in summiere programmapunten? Hierin is de PPR oppervlakkig, Zij heeft geen diepgang. Zij peilt de aktuele politieke problemen niet dn hun ontstaan, hetgeen ook in de aanpak van deze problemen naar voren komt.
Sommige mensen zeggen wel: ik stem eigenlijk niet PPR, want als partij is zij te heterogeen en derhalve nogal onduidelijk; ik stem Bas de Gaay Fortman, omdat ik hem een goed politicus vind, of Michel van Hulten, die het een en ander gezegd en geschreven heeft over het milieubeheer en over het openbaar vervoer. Wanneer het echter op personen aankomt rijst de onvermijdelijke vraag, of er in andere frakties ook geen goede (misschien soms betere) politici te vinden zijn. Hoewel personen in de politiek soms een belangrijke rol kunnen spelen, neemt dit niet weg dat wij onze stem op een partij uitbrengen.
Op de dag van de verkiezingen weten wij niet wat zich de daarop volgende der jaar in de Tweede Kamer zal afspelen. Op grond van een bepaald program en de daaraan ten grondslag liggende gedachtengang (mens-, samenlevings- en staatsvisie) geeft men zijn vertrouwen aan een bepaalde partij. 'Een partij, die niet een duidelijke, eigen samenlevingsvisie heeft, kan op dit kiezersvertrouwen eigenlijk geen aanspraak maken.
Die politicus (en die partij) die uit kracht van overtuiging iets te zeggen heeft in de samenleving en die zich door tegenslagen en door een tegen hem gekeerde "volkswil” niet van de wijs laat brengen, en die ondanks dat zegt: en toch ... die heeft roeping tot de politiek.
Hierin ligt m.i. de uitdaging voor de christelijke partijen in onze tijd.
In hoeverre is hun konfessionele zwakheid en programmatische vaagheid de oorzaak van het ontstaan van de PPR? Over deze onderwerpen is in dit blad al vaker geschreven.
In deze artikelen heb ik mij t.o.v. de PPR zeer kritisch opgesteld.
Deze partij groeit echter als kool.
Het bestaan en de groei van de PPR moeten voor de christelijke partijen een gewetenszaak zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief