Boekbespreking
1973-05-05
Als christen naar de tropen- Jaargang 17
- nummer 18
"Hoe het precies gekomen is, weet uzelf niet, maar zo geleidelijk bent u in de greep van de "Derde Wereld" gekomen. U komt er niet meer los van. Ze is een deel van uw eigen voorstellingswereld geworden.
Het gaat er om daar een tijdlang te leven en te werken.
Wel is er nog twijfel, hóe. Soms speelt u met de gedachte, dat u zich wel zoudt willen binden aan een vorm van arbeid, die de opbouw van zo'n land-in-ontwikkeling beoogt, in onderwijs of in landbouwtechnische voorlichting. Maar het kan ook zijn, dat u binnen de cirkel van het westers bedrijfsleven wilt werken."
Zo begint een klein boekje van dr C. L. van Doorn, getiteld "Volk in beweging" (uitg. J. H. Kok B.V. Kampen 1973. 56 blz.) De schrijver is iemand, die de verontrusting kent over de konsekwenties van het leven in de tropen. Hij heeft ruim dertig jaar in de tropen geleefd en kent de problemen van de westerling in die nieuwe omgeving.
Veel westerlingen, die zich in de tropen vestigen, wonen op een eilandje (althans in het begin) en hebben soms de grootste moeilijkheden om een goede verhouding met de autochtonen te krijgen.
Sommigen menen een goede verhouding met deze mensen te hebben, zonder te beseffen dat zij hen na jaren nog nooit wezenlijk ontmoet hebben. Zij hebben de diepe scheiding nog nooit ervaren.
Er zijn natuurlijk mensen, die naar de tropen gaan met geen ander doel dan het najagen van èigen belangen. Voor hen heeft de schrijver geen boodschap. Er zijn echter ook jonge mensen, die naast de arbeid en de inkomsten die hen wachten, ook oog hebben voor de nieuwe samenleving, waarin zij komen te leven. Zij vragen zich af of zij op een of andere wijze aansluiting kunnen vinden met de mensen in hun nieuwe omgeving. Sommigen hebben de reële vrees, dat deze aansluiting niet zal lukken. Voor deze scrupuleuzen en voor de overmoedigen is dit boekje geschreven.
Het door de schrijver gegeven citaat van Bonhoeffer is veelzeggend: "Omdat beroep verantwoordelijkheid betekent en omdat verantwoordelijkheid het totale antwoord van de totale mens op de totale werkelijkheid is, mag men zich nooit beperken tot zijn beroepsplicht in enge zin; een dergelijke beperking zou onverantwoordelijk zijn."
Er zijn tegenwoordig velen, die in het kader van de ontwikkelingssamenwerking (of om andere redenen) naar een land in de derde wereld gaan. Familieleden en vrienden volgen hen in gedachten en in gebed. Zowel voor hen, die naar de tropen gaan, als voor hen, die thuis blijven, kan het genoemde boekje van dr Van Doorn zijn diensten bewijzen.
Wat is ethiek?
Onder deze titel verscheen onlangs een boek van prof. dr G. Th. Rothuizen, hoogleraar ethiek aan de Theologische Hogeschool (Oudestraat) te Kampen. Het boek (uitg. J. H. Kok B.V., Kampen 1973, 216 blz.) bestaat uit zes hoofdstukken, waarvan de laatste vier reeds eerder gepubliceerd waren als artikelen.
Tijdens het lezen van dit boek kreeg ik de indruk voor een etalage van een warenhuis voor ethiek te staan. De etalage ligt stampvol interessante dingen, die allemaal in meerdere of mindere mate met ethiek te maken hebben.
Ik doe een greep uit de vele onderwerpen: ethiek en feest, het feest van de vergeving, eschatologie, konfessionele politiek, Biesheuvel en de zondagsschool, het spreken van de kerk, schriftgezag, ethiek en dogmatiek, is christelijke ethiek enkel theologie?, situatie-ethiek, natuurrecht e.a. Allerlei onderwerpen en auteurs worden op de door de schrijver gekozen wijze ten toon gesteld.
Een uitgebreid zaken- en namenregister geeft de lezer de gelegenheid het één en ander in deze veelheid terug te vinden.
Prof. Rothuizen doet hier en daar verrassende uitspraken en zijn wijze van schrijven prikkelt om verder te lezen. Toen ik het boek uit had, zat ik met enkele vragen.
Dat is op zichzelf niets bizonders.
Maar ik zit met een m.i. toch wel belangrijke vraag, nl. "Wat is ethiek?"
Dit is nu juist de titel van het boek. De eerste twee hoofdstukken gaan vooral over deze vraag, maar het antwoord van de schrijver is mij niet erg duidelijk geworden.
Naar mijn indruk ligt de oorzaak ervan hierin, dat de schrijver te weinig aandacht besteedt heeft aan de wijsgerige vraag naar het eigene van het ethische. Hij komt met dit probleem door te laten zien hoe allerlei theologen hierover gedacht hebben. Kritische wijsgerige bezinning op dit probleem moet de lezer verder brengen.
De schrijver voelt zelf, dat een te sterke theologische gerichtheid op deze vraag niet goed is. Hij brengt lof aan de wijsbegeerte der wetsidee, die een belangrijk stuk onttheologisering van het denken heeft bevorderd (blz. 88, 89). De in het verlengde van deze wijsbegeerte werkende prof. Troost, heeft zich volgens de schrijver voor de ethiek zeer verdienstelijk gemaakt, maar de invloed van deze wijsbegeerte komt in het boek van prof. Rothuizen niet naar voren.
Ik kan me voorstellen, dat de (te beperkte?) opvatting van prof. Troost over ethiek als wetenschap vragen oproept, maar wanneer prof. Rothuizen vraagt (blz. 90) of hij zijn kollega Troost misschien verkeerd begrepen heeft, ben ik geneigd dit bevestigend te beantwoorden. Alleen al het onderscheid tussen subjekts- en objekts-zijde van het geloofsaspekt, kan tot een zuivering van Rothuizens probleem leiden i.v.m. de verhouding "bijbel en theologie" en "geloof en theologie" (dit in verband met de theologische ethiek). Prof. Troost heeft hier 1D zijn dissertatie overigens ook op gewezen (Casuïstiek en situatieethiek, blz. 358). Prof. Rothuizen neme het mij niet kwalijk, maar juist de wijsgerige bezinning op het eigene van het ethische is noodzakelijk om de vraag "wat is ethiek" te kunnen beantwoorden, althans om deze vraag op systematische wijze te benaderen.
Dit probleem doet zich ook voor, wanneer de schrijver spreekt over het "ethisch evidente", waar prof. Roscam Abbing over schreef. De schrijver gebruikt deze studie van Roscam Abbing wel, maar gaat voorbij aan de gedeelten waarin deze spreekt over het onherleidbare en het inhoudelijke van het ethisch-evidente (vergl. P. J. Roscam Abbdng, Om de mens, blz. 334 en 339 e.v.).
Op blz. 13 zegt de schrijver, dat de titel "Wat is ethiek?" eigenlijk niet goed is. Het had moeten zijn: hoe is ethiek? Maar dat vindt hij geen titel! Wanneer wij deze laatste "titel" voor ogen houden, kan men zeggen dat prof. Rothuizen een zeer goede oriëntatie (geen wegwijzer) op het terrein van de ethiek en wat daar voor door gaat, heeft geboden