De positie van de kerk in de wereld

1973-05-18
  • Jaargang 17
  • nummer 20
Het thema, in bovenstaande titel verwoord, zal de meelevende christen wel blijven boeien tot aan de jongste dag!
De meningen over genoemde positie van de kerk van onze Here Jezus Christus in deze samenleving verschillen nog al. Men kan zich afvragen of dat ooit anders geweest is. Toch heeft, sedert de doorbraak zich breed maakte, volgens velen de antithese afgedaan of een ander gezicht gekregen.
Er zijn er, die stellen, dat de kerk heel wat van de wereld kan leren.
Zijn, zoals de Bijbel zelf vermeldt, de kinderen dezer wereld soms niet schranderder dan de kinderen van het licht? Moet je de echte humaniteit alleen maar beperken tot de enge kring van christenmensen?
Is naastenliefde een privilege van kerkleden? Werkt God ook niet buiten de kerk en de prediking en het christelijk geloof om een houding en instelling tegenover de tochtgenoot naar de toekomst, die gelijkwaardig is aan christelijke gerichtheid ten opzichte van de medemens? Verder benadrukt men van ettelijke zijden - en wie zal de essentie van een dergelijke opmerking willen miskennen? - dat de schandelijke kerkelijke verdeeldheid voor en na debet is aan de verzwakking van de positie van de kerk in de wereld. De wereld rekent des te minder met de kerk en geeft des te slapper aandacht aan de boodschap van de kerk naarmate de distantie tussen de christenen en de gemeenten onderling gehandhaafd blijft of groter wordt.
Nu heeft men wel getracht om die kerkelijke verdeeldheid in een bepaald kader te plaatsen en het positieve daarvan naar voren te brengen. Het is interessant wat Prof. C. Veenhof in zijn instruerend boek: "Volk van God'" daarover schrijft, als hij de theologie van Dr. Herman Bavinck o.a. op dat punt doorlicht.

In de loop der eeuwen zijn er in hoofdzaak vier pogingen ondernomen om met die zondige gescheurdheid van Christus' kerk in het reine te komen - of haar te rechtvaardigen.
We citeren: "De eerste daarvan is deze, dat men ervan uitging, dat er, behalve de zichtbare, georganiseerde kerken, ook nog een onzichtbare kerk zou bestaan.

Een tweede poging om met de gescheurdheid der kerk klaar te komen was deze, dat men de gedeeldheid en verdeeldheid der kerk ging verheerlijken! ... Ze betekende immers niets minder dan een rijkere ontplooiing, een hogere levensvorm van de kerk.

Een derde methode om het kwellende probleem van de eenheid en veelheid der kerken tot een oplossing te brengen is die, welke de onderscheiden concrete uit scheuring en splitsing ontstane kerken, waardeert en typeert als takken van één boom.

Een vierde weg om uit de moeilijkheden te geraken voor welke het bestaan van de tegen Gods gebod inbotsende kerkelijke gedeeldheid der ware gelovigen ons plaatst, bewandelen zij, die het empirisch bestaande kerkelijke instituut waartoe zij behoren zonder meer met de kerk van Christus op aarde identificeren en zonder omwegen loochenen, dat er buiten haar in enig opzicht van kerk kan worden gesproken." (Zie a.w. pag. 121-125).

Maar hoe men het ook wendt of keert, de verdeeldheid van de christenen en de verscheurdheid van de kerk klaagt ons allen aan!
Wie hiervoor tóch een oplossing tracht te vinden door de bestaande toestand te verdedigen, wordt blijkbaar niet gemotiveerd door het gebed van Christus om de eenheid van alle ware christgelovigen.
We zullen zonder meer in de eerste plaats tegenover: de wereld moeten toegeven, dat we er samen een indroeve boel van hebben gemaakt.
Wat we tonen aan de buitenwacht is een karikatuur van wat Jezus Christus bedoelt en beoogt.
Waar deze ootmoedige erkenning gemist wordt, werkt de kerk zichzelf nog verder het moeras in en maakt ze een des te potsierlijker indruk tegenover hen, die in strijd met Gods gebod hun eigen weg gaan.
Maar hiermee is gelukkig het laatste woord over deze materie niet gezegd. Christus wil wel terdege het partikuliere leven van Zijn kinderen gebruiken om een bruggehoofd van Gods Rijk in deze wereld te bouwen. Ieder moet zichzelf gedurig afvragen: "Leef ik wel echt uit de volle rijkdom van Gods heerlijke beloften?
Belijd ik niet alleen heel orthodox het feit van de Opstanding van Jezus Christus uit de doden, maar ken ik ook metterdaad de kracht van de Verrijzenis van de Heer uit het graf?"
Daarover heeft Paulus het immers in hoofdstuk 3 van zijn indringende brief aan de gemeente te Filippi ? !
Het gaat om de verbondenheid van de christen en de christelijke kerk met de levende Heer Christus Zelf.
We kwamen in het "Centraal Weekblad" van enige tijd geleden het volgende citaat tegen van de grote zendingsman E. Stanley Jones. Hij schrijft in zijn bekende boek, dat in ik weet niet hoeveel talen over de wereld verspreid werd, het volgende over geknotte levens:

"De Japanners hebben een manier om gewone bomen zo te beknotten, dat ze nooit hoger worden dan een meter. Het worden kamerplanten in plaats van woudreuzen, Dat doen ze door de hoofdwortel om te buigen, zodat de boom leeft van het voedsel, dat de oppervlakkige wortels uit de grond halen. Dan blijft het een zielig boompje.
Het leven van velen onzer is net zo. We leven door de kleine wortels, niet vanuit de diepten. Die oppervlakkige wortels putten uit het culturele, het pedagogische, het economische, het sociale, het politieke, misschien zelfs uit het broze godsdienstige leven van onze kerken, daar zuigen zij voedsel uit, maar het leven blijft beknot, want de hoofdwortel is niet diep doorgedrongen tot in God. Alleen als de hoofd wortel diep doorgedrongen is tot het goddelijke en daaruit ieder ogenblik zijn voedsel trekt, dan alleen leven we werkelijk ten volle."

Zijn er zo niet heel wat geknotte levens? Is er zo ook niet te spreken van een geknotte kerk en van een geknotte prediking?
Ds. J. Overduin, die bij het gegeven citaat enkele kanttekeningen maakt, verwijst ter bestrijding van de gesignaleerde neergang naar het arsenaal van de gereformeerde belijdenis. Hij schrijft: "En zo mogen we er ook op wijzen, dat onze gereformeerde belijdenis heel wat evenwichtiger, dieper, voller en breder de zaken van het evangelie stelt dan vele kreten, die één bepaald aspect of één bepaalde vrucht aan de wijnstok aanzien voor de hele ranken zelfs voor de wijnstok zelf. Wie zondag 1 van de Heidelberger leest, staat verwonderd, dat daarin het hele evangelie voorkomt, in leven en sterven, in liturgie en medemenselijkheid, in genade en goede werken, in verleden, heden en toekomst. .. "

Het risiko van een geknotte prediking blijft in gevarieerde vorm de kerk permanent bedreigen!
Het kan zijn, dat de prediking misbruikt wordt om de gemeente te dwingen amen te zeggen op het politieke programma van de predikant. Het kan ook gebeuren, dat via de prediking de gemeente alleen maar wordt voorgehouden een schets van de nabije benauwende toekomst, zonder dat de hoorder persoonlijk wordt aangesproken en tot geloof en bekering wordt opgeroepen.
Het kan voorkomen, dat het vermaan zo'n eenzijdig aksent krijgt, dat de mensen elke zondag opnieuw met het mes in de buik naar huis gaan en het volle evangelie van Gods heerlijke genade missen.

Maar ook al voldoet met alle gebreken, die èlke preek ontsieren, de Woorddienst aan de normen van het evangelie, dat betekent nog niet, dat elke goede preek bij ieder hert: gewenste effekt sorteert.
Het gebrek of gemis aan werkelijke beleving van de gehoorde boodschap van Christus beschadigt de positie van de kerk in de wereld enorm.

Enige tijd geleden is Ds. J. W. van der Hoeven, de bewaarder van de heilige graftuin in Jeruzalem, in ons land geweest. Hij is geweldig geschrokken van het verstikkend materialisme en de zucht naar genot, zoals die zich hebben meester gemaakt van onze Nederlandse bevolking. En hij merkte onder meer op: "Wat kunnen wij, christenen, er aan doen?
Wij horen 's zondags in de kerk: "Gij zult liefhebben de HERE, Uw God, met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw verstand en met al uw krachten en uw naaste als uzelf". Als al de 600.,000 Nederlanders, die nog iedere zondag naar de kerk gaan, daar eens werkelijk naar zouden gaan leven, zou er na elke zondag een schok gaan door heel Nederland."
"Ik ken", aldus Ds. v. d. Hoeven", een man, die in een bedrijf werkt, dat een produkt op de markt ging brengen waarvan men wist, dat het niet deugde. Hij ging naar de direktie om zijn ontslag aan te bieden, omdat hij dat met zijn geweten niet in overeenstemming kon brengen. Het gevolg is geweest, dat het direktiebeleid 100% veranderd is door die ene man."
Men begrijpt, dat het er op aan komt of we geloven in wat we zeggen. Of gelijken we op die man, die een ander een huis aanbeval, waarin hijzelf voor geen geld van de wereld wilde wonen?
Wie heeft de moed nog om van Zijn Heiland te getuigen buiten zijn eigen kerkwereldje? Wie durft met de ander vrijmoedig te spreken over zijn gebedsleven?
Wie deelt aan de ander mee wat het resultaat is van zijn Schriftonderzoek?
Of praten we in doorsnee veel over God en maar weinig mèt God? Men zal moeten beseffen, dat voor de positiebepaling van de kerk in de wereld het volhardend gebed een onherroepelijke voorwaarde is. Als de kerk een biddende kerk blijkt te zijn en het gebed is een slagveld, waar het heet toegaat tussen oude en nieuwe mens - zal de kerk tóch triumferen! Want Christus heeft voor zijn Kerk gebeden of de Vader haar in de wereld wil bewaren voor de Boze. En de Geest Zelf, die met woordeloze zuchtingen voor de Zijnen pleit, kent de zwakheden van Gods volk en schiet op tijd te hulp!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief