Nederlands-gereformeerd

2013-06-01
  • Jaargang 57
  • nummer 11
In het vorige nummer nam ik een gedeelte over van een artikel dat Kees van Oosten in het Christelijk Weekblad schreef over de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. In het nummer van 3 mei van ditzelfde blad schrijft Van Oosten over ‘ons’, Nederlandsgereformeerden. Het leverde mij een wat aparte leeservaring op.

Klein maar fijn. Wie voor het eerst in een plaatselijke NGK-kerk komt, voelt zich direct thuis. Voor een deel van het jaar wonen we in Utrecht, in de wijk Tuindorp. Om de hoek staat de Jeruzalemkerk. Het verschil met de (hervormde) Jacobikerk in het hartje van de stad waar we meestal kerken, is groot. Niet in prediking, wel in sfeer.

Na wat verteld te hebben over zijn beleving van een kerkdienst in de Jeruzalemkerk (hij bezocht de dienst op Palmpasen) vervolgt Van Oosten:

Wie de website van de NGK bekijkt, wordt getroffen door de vriendelijke toonzetting. Dit is geen club betweters die zwaaien met de Drie Formulieren van Enigheid, maar een kerkgemeenschap die iedereen van harte welkom heet. Inclusief een kop koffie en een gesprek. Onwrikbare dogma’s zijn aan hen niet besteed. De geschiedenis is aan hun kant. De NGK maakte tot 1967 deel uit van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt (GKv), die in 1944 ontstond toen prof. Klaas Schilder uit de ongedeelde Gereformeerde Kerk was gezet over een leergeschil of er zelf uitstapte, al naar gelang de uitleg over de ruzie. Daar bleef het niet bij. In 1967 stoorde een aantal predikanten zich aan het predicaat ‘enige ware kerk’ dat de GKv zichzelf had opgeplakt. Ze wilden vrijblijvend in contact treden met andere kerken, onder andere met de vermaledijde Gereformeerde Kerk (‘synodaal’). De synode gooide vervolgens de rekkelijke dominees er uit, samen met hun aanhang. En zo beleefden we de zoveelste kerkscheuring. Een nieuwe kerkgemeenschap was geboren: de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt buitenverband, met ongeveer 30.000 leden, een kwart van het totaal. Later noemden ze zich de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK). En zie, dit kleine kerkgenootschap is trouw gebleven aan haar beginselen. Met grote letters staat in hun beginselverklaring het woord tolerantie, verdraagzaamheid geschreven. Met tucht en synodes hoef je bij de Nederlandsgereformeerden niet aan te komen. Wat dat betreft hebben ze hun portie wel gehad. De plaatselijke gemeenten zijn zelfstandig. Het enige dat ze gemeen hebben, is dat ze de Bijbel erkennen als betrouwbaar en gezaghebbend woord van God. Het land is verdeeld in een aantal regio’s, waar vooral praktische zaken worden geregeld, met daarboven een Landelijke Vergadering die één keer in de drie jaar bij elkaar komt. Ze werken samen met elke kerk die hen de hand reikt, hetgeen in de praktijk betekent dat vooral de Christelijke Gereformeerde Kerken en, jawel, de GKv toenadering zoeken. Maar als het aan Nederlands-gereformeerden ligt, wordt er ook contact gezocht met de Protestantse Kerk in Nederland. ‘Er is met de PKN meer wat ons deelt dan wat ons scheidt’, staat op de website. Maar het is graag of niet. De NGK groeit nog steeds licht en telt 32.000 leden. 79 predikanten dienen 90 plaatselijke gemeenten. In vrijwel elke plaats zijn de laatste jaren samenwerkingsverbanden ontstaan met of de GKv of de CGK of beide. Zoals gezegd, de Nederlands-gereformeerden gaan hun eigen weg. In veel plaatselijke gemeenten heeft de vrouw in het ambt zijn intrede gedaan. Maar ook hier geldt: geen dwang. Is een plaatselijke gemeente er nog niet aan toe, even goede vrienden. Zolang Christus maar in het middelpunt staat, is het goed. Sinds enkele jaren staat er ook een vrouw op de kansel. In januari 2011 werd Judith Cooiman-Bouma (toen 27 jaar) bevestigd als predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Zeist, door haar vader ds. Jan Bouma uit Kampen. Zo ver zijn de GKv en de CGK nog niet. In beide kerken is de vrouw in het ambt nog een heikel punt. Dat levert soms komische situaties op. Zo zou Judith Cooiman voorgaan in een CGK-NGK-gemeente in Arnhem. Dat ging op het laatste moment niet door. Althans, de dienst werd wel gehouden, maar viel alleen onder verantwoordelijkheid van de NGK. Het leverde een krantenbericht op, maar daarmee was de kous af. De NGK is zo tolerant dat ze ook om zo’n ondergeschikt punt de samenwerking niet wil verbreken. “Het gaat om de eenheid in Christus, niet om bijzaken.”

Een aparte leeservaring, schreef ik al. Dat heeft met twee dingen te maken. Allereerst hoef je niet per se vrijgemaakt te zijn om het hier geschetste plaatje iets te simpel te vinden. De geschiedenis was toch wel wat gecompliceerder. En belangrijker is wat mij betreft: Zijn wij echt zo soft als hier beschreven? Staan we zo bekend? En willen we dat zelf? Je zou toch spontaan gaan (terug)verlangen naar wat meer ouderwetse hoekigheid en weerbarstigheid!

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief