De breuk tussen G.P.V. en N.E.V.
1973-06-15
- Jaargang 17
- nummer 24
Hoe staat het G.P.V. ten opzichte van "niet-vrijgemaakte" gereformeerden?
Op deze vraag wallen we in dit artikel nader ingaan.
• groeiende samenwerking tussen G.P.V. en N.E.V.
Het G.P.V. is een confessionele partij, Dat wil zeggen: een partij die in haar grondslag de drie formulieren van enigheid heeft opgenomen.
Daarbij eist zij bij de toetreding van haar leden een metterdaad "gehoorzamen" aan die belijdenis. En dat geschiedt naar haar overtuiging alléén in de Vrijgemaakte kerken "binnen het verband".
Het N.E.V. was aanvankelijk een soort "supportersclub" van het G.P.V. met als doel stemmen te werven voor het G.P.V. om zo mee te helpen aan de realisering van het z.g. "Richtlijnenprogr1am" van het G.P.V.
Later, in oktober 1968, trad het N.E.V. op als zelfstandige politieke partij. Het hield als grondslag "de Heilige Schrift als enige en volkomen regel des geloofs". En het streefde ernaar bij de verkiezingen met eigen kandidaten uit te komen. Daarbij werd gedacht aan en gehoopt op het plaatsen van N.E.V.-kandidaten op de lijsten van het G.P.V.
Men beoogde, anders gezegd, een zogenaamde "ineenschuiving" van lijsten Op 11 december 1971 verklaarde de Verbondsraad van het G.P.V. evenwel dat van zo'n "lijstenineenschuiving" geen sprake kon zijn. Het G,P.V. zou bij de verkiezingen uitkomen met lijsten waarop alléén G.P.V.-ers zouden voorkomen. In reaktie daarop besloot het N.E.V. toen dat het zelfstandig in de politiek zou gaan optreden en dus ook bij verkiezingen eigen candidaten zou stellen. Wel hoopte het dat het met het G.P.V. tot een lijstencombinatie zou komen indien dat mogelijk werd. (Zoals men weet is dat nu, dank zij een recente wetswijziging, inderdaad mogelijk geworden.) Bij al zijn activiteiten streefde het N.E.V. naar een, zoals zij dat uitdrukte, "Evangelische Concentratie in de politiek". Een concentratie van alle reformatorische krachten, groepen, mensen met het oog op het voeren van authentieke reformatorische politiek.
Van de aanvang af bestond er een uitstekende verhouding tussen de leiding van G.P.V. en N.E.V. Uit de besturen van beide partijen was een "Contactraad" gevormd, die geregeld vergaderde en waarin de samenwerking der partijen een concrete gestalte ontving. Er werden voorts openbare gemeenschappelijke samenkomsten gehouden en dito activiteiten ontplooid. Zo kwam er o.a. een brochure uit onder verantwoordelijkheid van beide partijen, die tot titel had: "De Nationaal Christelijke politiek van G.P.V. en N.E.V.". Inniger kan het wel niet!
Om alle nog binnen het G.P.V. levende bezwaren tegen deze hartelijke samenwerking tussen de zusterpartijen weg te ruimen, en die bovendien principieel te funderen, werd ten overvloede door het G.P.V. nog een commissie benoemd waarin alle kopstukken van het G.P.V. zitting kregen, o.a. Jongeling, Verbrugh, Kamphuis, De Vries, Veurink enz.
Deze commissie produceerde een omvangrijk en indrukwekkend rapport "Zelfstandigheid en Samenwerking in de Politiek", waarin geadviseerd werd de bestaande samenwerking te continuëren en te verstevigen.
En daarna, op 4 maart 1972, werden door de Algemene Vergadering van het G.P.V. de ideeën van deze commissie aanvaard en kreeg de samenwerking tussen de twee partijen haar definitieve gestalte.
Men was het echt ééns geworden wat dat betreft.
Een paar dagen later verscheen er in de pers een in opgewekte toon gestelde verklaring van de genoemde "Contactraad" waarin het bondgenootschap tussen de twee partijen krachtig werd onderstreept en met kennelijke vreugde werd bekend gemaakt.
Tegelijk konstateerde het hoofdbestuur van het N.E.V. publiek dat "de bondgenootschappelijke samenwerking van N.E.V. en G.P.V. was bevestigd en verstevigd."
Het leek alles voortreffelijk te gaan.
De band was ná 4 maart 1972 zo innig en stevig als maar mogelijk was.
De samenwerking tussen de partijen stond om zo te zeggen in volle bloei en beloofde weldra rijke vruchten te dragen.
• de vreemde breuk
Maar zie - bij het eerste horen onbegrijpelijk! - op 27 mei, nog geen drie maanden na de definitieve verbondssluiting komt het tot een radicale breuk tussen de twee zusterpartijen!
Een buitenstaander moest wel vragen: hoe is dat in de wereld mogelijk?
We zullen daar nu iets van zeggen.
Op 29 april werd door de algemene vergadering van het N.E.V. een aantal besluiten genomen op grond waarvan het G.P.V. zei: En nou is het tussen u en ons uit - radikaal en voorgoed!
Bij het verhaal over de breuk moeten we ons natuurlijk allereerst bepalen bij wat daarvan publiek is geworden, Het breekpunt tussen de twee partijen kan natuurlijk met gelegen zijn m de "grotere zelfstandigheid" van het N.E.V. Evenmin in de eventuele "eigen kandidaatstelling" door die partij. En ook niet de "Evangelische concentratie in de politiek" die het N.E.V. tot stand wilde brengen. Want dat alles wat tot op de bodem bekend toen op de grote dag, 4 maart, het bondgenootschap tussen G.P.V. en N.E.V. werd bezegeld.
Wat was dan wel het breekpunt?
In de brief van 27 mei waarin de Verbondsraad van het G.P.V. de breuk met het N.E.V. bekend maakte wordt drieërlei oorzaak van het afknappen van de relatie genoemd:
1. Het N.E.V. wil op voet van gelijkheid samenwerken met onder andere S.G.P. en rechts A.R.P./C.H.U., die structureel andere programma's hebben. Van realisering van ons program komt op die manier niets terecht."
2. Het N.E.V. zal voortaan de verkiezingen (wat betreft de kandidaatstelling en de in verband daarmee te voeren propaganda - C.V.) zelfstandig regelen en dan met meer in de "Contactraad" met het G.P.V.
3. Het N.E.V. is nu "overgegaan in een groepering van kiezers, die streven naar allerlei bundeling, en haar leidende politieke doel achterstellen bij dat bundelingsstreven" (Ons Politeuma, 10-6-'72).
W:ie de ontwikkeling van de relatie tussen G.P.V. en N.E.V. gedurende de laatste jaren goed heeft gevolgd moet wel met grote verbazing van deze "echtscheidingsgronden" kermis hebben genomen!
Ik wijs eerst op wat onder 2 en 3 is gezegd.
Dat het N.E.V. tot eigen kandidaatstelling wilde komen was allang voor 4 maart bekend. Dat was nota bene door de eigen houding van het G.P.V. noodzakelijk geworden! Die partij wilde immers van geen “lijstenineenschuiving" weten! Wát bleef het N.E.V. daarna anders over dan zelfstandig op te treden. En wat nog veel meer zegt: dit "zelfstandig optreden" was op de dag van de verbondssluiting reeds ten voèle een feit en had daarvoor geen enkele hindernis gevormd.
En wat het "bundelingsstreven" betreft dat was reeds van zijn geboorte af aan een kenmerkende karaktertrek van het N.E.V. geweest!
Het schreef al in 1971: "Er is in het verleden dikwijls geklaagd over het feit, dat de principiële krachten in Nederland zo moeilijk waren te bundelen. Deze klacht geldt zeker niet voor het N.E.V. Want hierin schaarden Gereformeerden, Hervormden, Christelijk Gereformeerden, Doopsgezinden, Vrij Evangelischen, Luthersen, Baptisten, Pinkstermensen enz. enz. zich eendrachtig achter het vaandel van een Schriftuurlijke politiek."
Het is zonder meer onwaarachtig dit "bundelingsstreven" dat het N.E.V. van de aanvang in praktijk wilde brengen, aam het G.P.V. ten volle bekend was en voor de tot dusver in praktijk gebrachte samenwerking nooit een belemmering was geweest, nu opeens als een grond voor de breuk aan te voeren.
Dit over wat onder 2 en 3 werd genoemd.
Maar ook met het onder 1 genoemde is het een vreemde geschiedenis.
Daarin gaat het over het samenwerken van het N.E.V. op voet van gelijkheid met onder andere S.G.P. en rechts ARP. en C.H.U.
Voor zover die betrekking heeft op de reeds genoemde "Evangelische concentratie in de politiek" die het N.E.V. nastreeft kán dat deze samenwerking geen breekpunt vormen. Want zoals we reeds opmerkten beoogde het N.E.V. die reeds vanaf het begin van zijn publieke optreden!
Die was op zichzelf ook nooit een bezwaar geweest voor het G.P.V. om met het N.E.V. samen te werken!
Het G.P.V. heeft er van zijn kant trouwens ook nooit bezwaar tegen gemaakt dat allerlei personen en groepen zijn politiek steunden! Er kwam zelfs wel eens een rooms katholiek door het T.V.-venster kijken om in de zendtijd van het G.P.V. de politiek daarvan aan te bevelen!
Maar toch school er in wat onder 1 werd aangeduid wel iets bedenkelijks.
De uitspraak die daarin gedaan wordt werd namelijk geformuleerd in reaktie op 'n besluit van het N.E.V. dat door de leiding van het G.P.V. in "Ons Politeuma" als volgt werd weergegeven: "Het N.E.V. wil landelijk, regionaal en gemeentelijk een christelijke politiek beleid op basis van het onvoorwaardelijk gezag van de bijbel als Gods Woord.
Het wil daartoe op voet van gelijkheid, samenwerking met andere partijen en groeperingen, met name het G.P.V., de S.G.P. en rechts ARP. /C.HU.". Dit besluit is inderdaad, zoals het hier is geformuleerd, om het zacht te zeggen: heel erg vreemd.
Toen ik dat voor 't eerst las vroeg ik mij verbaasd af: Wat wil het N.E.V. nu? Hoe kan het N.E.V. nu in 's werelds naam willen samenwerken met groeperingen in, dus met delen van de ARP. en C.H.U.?
Dat betekent toch immers niets minder dan dat ze die groeperingen in die partijen wil overhalen tot de samenwerking met een partij het N.E.V. - die nota bene als concurrerende partij van de ARP, en de C.H.U. werd opgericht!
Dit streven van het N.E.V. betekende in feite het pogen een aantal A.R.P.- en C.H.U.-mensen te verleiden tot een in wezen slechte daad!
Want als men, Md van de ARP. of C.H.U. zijnde en blijvende, gaat samenwerken met het N.E.V. betekent dat inderdaad het plegen van een immoreel politiek bedrijf!
Maar - de zaak ligt geheel anders!
Dat werd me duidelijk toen ik in het orgaan van het N.E.V. de officiële tekst van dit besluit las. Die luidt namelijk zo: "Het N.E.V. wil landelijk, regionaal een christelijk politiek beleid op basis van het onvoorwaardelijk gezag van de bijbel als Gods Woord.
Het wil daartoe, op voet van gelijkheid, samenwerking met andere partijen en groeperingen, met name G.P.V., de S.G.P. en rechts ARP. / C.H.U. LAATSTGENOEMDEN DIENEN ZICH DAN ECHTER WIL VAN HUN RESPECTIEVELIJKE PARTIJ, NAMELIJK DE A.R.P. EN DE C.H.U. LOS TE MAKEN."
Tot mijn grote verbazing bleek me toen dat in de officiële G.P.V.-mededeling deze laatste zin was weggelaten! En deze zin maakt de zaak radikaal anders dan men uit de G.P.V.-mededeling moest opmaken.
Men vraagt zich als men zich dit realiseert af: Waarom liet het G.P.V. deze zin weg?
Ik wil hieromtrent geen gissingen maken.
Alleen moet geconstateerd worden dat door het officiële besluit van het N.E.V. deze partij precies dezelfde is gebleven als vóór haar verbondssluiting met het G.P.V. En daarom kàn dit besluit geen werkelijke grond zijn voor de door het G.P.V. tot stand gebrachte breuk. Maar, zal iemand zeggen, er wordt in het geciteerde besluit toch ook gesproken over een eventuele samenwerking met de S.G.P. ?
Inderdaad.
Maar, merkwaardig, in de mededeling over de breuk die het G.P.V. gaf en in Ons Politeuma werd gepubliceerd, werd daarover met geen enkel woord gerept! Vond men dat niet zo belangrijk?
Het is toch de moeite waard te vermelden wat het N.E.V. over deze samenwerking uitsprak. Het is het volgende: "Het N.E.V. overlegt, zowel met het G.P.V. als met de S.G.P. over samenwerkingsvormen (pers, brochure, voorlichting, sprekers, studies, lijstineenschuiving, lijstverbindingen, steun aan met name te noemen personen en instellingen enz.) voorzover de met het G.P.V. bestaande bijzondere wijze van samenwerking in acht wordt genomen."
Men lette op deze laatste zin.
Het N.E.V. wilde in een of andere samenwerking dus niets doen wat met haar band aan het G.P.V. in strijd kwam. Het verbond met die partij wilde ze vóór alles en in ieder opzicht laten praevaleren en nauwgezet houden.
Bovendien sprak het N.E.V. ook nog het volgende uit:
1. Het N.E.V. houdt vast aan het "Riohtlijnenprogram" van het G.P.V.
2. Het N.E.V. blijft loyaal alle verplichtingen nakomen, die het ten opzichte van het G.P.V. heeft aangegaan.
3. Het N.E.V. is bereid, als dat mogelijk wordt (en het is nu, zoals men weet, mogelijk - C.V.) aan te sturen op verbinding van twee zelfstandige kieslijsten.
• Dubieus en ondoorzichtig
Als men dit alles zorgvuldig overweegt vraagt men zich af: wat was de werkelijke reden, oorzaak, grond voor de breuk tussen G.P.V. en N.E.V. die door eerstgenoemde partij werd geforceerd?
Voor zover bekend is heeft de Verbondsraad van het G.P.V., nadat de besluiten van het N.E.V., die als grond voor het afbreken van de bestaande relatie worden genoemd, waren genomen, met het bestuur van het N.E.V. geen contact meer gehad en heeft ook de "Contactraad" niet meer vergaderd.
Waarom heeft men dat na een zo langdurige en intensieve samenwerking niet gedaan?
Wat was de reden daarvan?
Moest men over wat het N.E.V. had uitgesproken niet eerst praten voor men zó bot afscheid nam?
De vraag die bij de overweging van de publiek geworden feiten moet opkomen is deze: Was de eigenlijke reden voor de breuk in feite een andere dan in de officiële publicaties wordt gesuggereerd?
En wilde men die reden soms niet duidelijk en publiek bekend maken?
Sloeg het orgaan van het N.E.V. "Staat en Evangelie" (juni, juli 1972) de spijker op de kop toen het schreef: "Het is bekend, dat de samenwerking van het G.P.V. met het N.E.V. bij een aantal leden van het G.P.V. reeds rang een omstreden zaak was.
Daarover behoeft geen twijfel te bestaan. Wanneer dan de Generale Verbondsraad op een bepaald moment voor de keus komt te staan tussen een scheuring in eigen gelederen en een verbreking van de samenwerking met een niet door allen, om kerkelijke redenen niet gewaardeerde bondgenoot, kunnen wij voor de gedane keuze zelfs begrip opbrengen. Het gaat immers hierbij om een keuze waarbij de eenheid in eigen G.P.V.-gelederen werd gered en bewaard. De hieruit voortgevloeide scheiding tussen G.P.V. en N.E.V. zien wij niet zonder diep leedwezen en we zullen die blijven betreuren."
De breuk tussen het G.P.V. en het N.E.V. is als men let op wat het G.P.V. publiceerde een dubieuze en ondoorzichtige aangelegenheid.
De reaktie erop van het N.E.V. is broederlijk en voornaam.
Maar hoe men ook over de geslagen breuk moge denken, één ding werd daardoor goed duidelijk: van een hartelijk samenwerken met niet-vrijgemaakten wil het G.P.V. niets weten.
Laat staan van een lidmaatschap van dergelijke lieden!