(INGEZONDEN)
1971-10-22
L.S., - Jaargang 15
- nummer 28
Zoals wellicht bekend, heeft er in het laatst van augustus en in het begin van september van dit jaar een evangelisatie-congres plaatsgevonden in Amsterdam, waar christenen uit geheel Europa waren samengekomen om over de vraagstukken van de evangelie-verkondiging in onze tijd met elkaar van gedachten te wisselen. Door bemiddeling van dr Rookmaaker mocht ook ik dit congres bezoeken, waaraan ik zeer goede herinneringen bewaar.
Misschien wel het mooiste van zo'n congres is, dat je mensen leert kennen die je anders nooit zou leren kennen. Zo ontmoette ik o.a. twee dominees uit Griekenland, uit de stad Thessaloniki, rev. Andrew Tsangalides en rev. Elias Antoniadis. Met hen heb ik enig nader contact gehad en zij vertelden mij van hun kleine zendingsgemeente, die vooral vanuit Canada (financieel) gesteund wordt.
Nu ontving ik enige weken terug een brief van ds Tsangalides, waar ik eigenlijk een beetje verlegen mee ben. Het is namelijk een zogenaamde bedelbrief, waaraan ik persoonlijk onmogelijk kan voldoen. Ik moet hem dus doorgeven, maar dat kan ik in dit geval alleen op mijn eigen gezag, want niemand anders onder ons kent deze broeders. Als men mij vraagt: is dat wel vertrouwd?, kan ik slechts een beperkt antwoord geven, dat overigens wel positief is. Toch waag ik het er maar op. Het alternatief is namelijk nee zeggen en ik vraag me af of dat niet veel gekker is. Ze doen toch een beroep op ons in de naam van onze Here Jezus Christus.
Ik laat nu (vertaald- uit het engels) de hoofd-inhoud van de brief volgen, met weglating van het persoonlijke: .
"Zoals we je vertelden, hebben wij een kleine plaats voor onze eredienst en hebben wij geen lokaal voor onze zondagsschool (= onze catechisatie), d.].). Nu was er dicht bij onze plaats van samenkomst een klein appartement te koop met twee kamers en een keuken. De prijs bedroeg $ 4.000. Zelf hadden we nog $ 2.000. Wij kochten het en betaalden de $ 2.000 met de verplichting, de rest in twee maanden af te lossen. Daarna vroegen we onze mensen, nog eens te geven, wat ze deden en nu moeten we nog $ 1.500 betalen.
Wij bidden de Heer zeer, ons in deze zaak te helpen en we vragen aan jou of jij je mensen wilt verzoeken, hiervoor, te bidden, om zo in staat te zijn, deze schuld op te brengen. Als het mogelijk is, och, maak dan dit verzoek bekend aan andere kerken en ook aan andere christenen, want wij geloven, dat de Heer in vele harten de begeerte zal gaan leggen, om ons van het nodige te voorzien."
Tot zover de brief. Ik heb er van afgezien, dit verzoek alleen aan de gemeente van Amsterdam-Centrum voor te leggen, want wij zouden dat niet klaar spelen. $ 1.500 is nog altijd ± f 6.000.
Maar samen kunnen we misschien iets opbrengen, dat een reële verlichting van de last betekent.
Gaarne stel ik mijn postgirorekening open voor uw gaven: 989277. De verantwoording zult u achteraf van mij horen, bij voorbeeld over een maand, als de stroom is opgedroogd. Verdere herinneringen, aansporingen, aanmaningen blijven dus achterwege. Ook wordt in geen ander kerkelijk blad van deze actie melding gemaakt. U doet, nu U dit leest, iets, of U doet niets, omdat U 't morgen vergeten bent. De Heer zegene Uw gave en Uw vrijgevigheid.
ds H. de Jong,
Jan van Eyckstraat 2-111, Amsterdam-Zuid