Binding en verbinding
2013-06-29
Hoe was het ook alweer? Eén van de grootste bezwaren tegen de Open Brief uit 1966 was dat daarin de belijdenis disputabel gesteld werd (zo heette dat toen). De mogelijkheid werd immers opengelaten ‘dat in de drie formulieren van enigheid de doorlopende leer van de Heilige Schrift niet of niet goed of niet nauwkeurig is samengevat’ (J.M. Goedhart, Bewaard bij het Woord, blz. 24). Dat was ondenkbaar. Zo was het toen. Maar zo is het niet meer, ook niet in diezelfde Gereformeerde Kerken vrijgemaakt waar ds. Goedhart lid van was. In De Reformatie van 31 mei schrijft dr. Erik de Boer:- Jaargang 57
- nummer 13
Anno 2013 acht ik de tijd gekomen om de vraag te stellen: zijn de drie confessies, die we ‘belijdenisgeschriften’ noemen, nog geschikt als uitdrukking van eenheid en toetssteen van rechtzinnigheid? Is het eerlijk om van jongere ambtsdragers te vragen op de stippellijn te tekenen dat in de Drie formulieren van Eenheid ‘alle dingen geheel met Gods Woord in overeenstemming zijn’? Ik kan de woorden ‘in overeenstemming zijn met’ best zo uitleggen dat de spanning vermindert. Feit blijft dat de formulering een identiteit suggereert die bij een oudere hermeneutiek hoort. (...) De christelijke kerk in West-Europa leeft in een heel andere context dan in de 16e eeuw. Twee grote verschillen zijn dat de wereld relatief een stuk kleiner is geworden, waardoor christenen veel meer dan destijds in aanraking komen met andere religies; daarnaast brak de secularisatie door en zijn belijdende christenen een minderheid geworden. (...) Ik meen dat de leerwijze van de belijdenisgeschriften past bij een voorbije tijd en dat zij niet meer zodanig herzien kan worden dat zij passend te maken is voor de huidige situatie. We moeten ruimte maken om opnieuw fundamenteel vanuit het actieve belijden te denken. (...) Je hebt een forse hoeveelheid kennis van de kerk-, dogmenen symboolhistorie nodig om te kunnen uitleggen hoe allerlei formuleringen in de confessies bedoeld zijn, en hoe ze in de loop van de tijd zijn opgevat. Elke theoloog zet wel vraagtekens bij een artikel of zondag: verwoordt NGB artikel 36 (verkort of lang) wat wij geloven dat de roeping van de overheid is? Hoe moet je Zondag 9-10 uitleggen als het kwaad dat mensen elkaar aandoen of ‘hij die het kwaad zelf is’ niet genoemd worden? Wat doe ik met de Dordtse Leerregels als de gemeente vol ontroering van de Vader zingt: ‘Hij wacht alleen nog maar totdat jij komt’? Staan wilskracht (of zwakte), verlangen (of niet) van een mens op gespannen voet met de leer van de onvrije wil? Bij elk voorbeeld kan ik een studie schrijven om te laten zien dat je actueel kunt spreken zonder de belijdenis tegen te spreken. Maar alle inkt en kennis nemen niet weg dat de belijdenisgeschreven niet geschreven zijn voor deze tijd. Ik meen dat de Drie formulieren bepaald niet bij het oud papier hoeven. Daarvoor is de inhoud te kostbaar. Die documenteren de geloofs- en denkweg van ons voorgeslacht. Die heb ik zonder reserve getekend met besef van hun (en mijn) beperkingen. Tegelijk meen ik dat de tijd gekomen is om het gesprek te voeren over de betekenis van ondertekening en binding. (...) Ik heb geen oplossing voor het probleem dat de belijdenisgeschriften
communicatief en didactisch niet bij onze cultuur aansluiten, dat zoveel vragen nu anders klinken en dat we anders antwoorden. Des te meer meen ik dat het erop aankomt dat we met het belijden verbinding zoeken. Als dienaars van het ene Woord, als collega’s in dezelfde kerk, als theologen in de gedeelde traditie. Ik zoek een manier om de Drie formulieren en Eenheid als een leerstellig ‘reservoir’ vast te houden en tegelijkertijd naar een nieuwe vorm toe te werken die zowel het onderwijs in de kerk als het getuigenis aan de mensen dient. Bewaren van eenheid in geloof en leerwijze kan opnieuw een plaats krijgen daar waar het dat in de vroege Reformatie ook had, namelijk in de regelmatige bijeenkomst van dienaren van het Woord in hetzelfde rayon. De classis begon in haar vroegste vorm met bijbeluitleg of theologisch gesprek ter vorming en toetsing van elkaar als collega’s. Dat is een eerste vorm om, in plaats van binding aan te spreken over verbinding van de belijdenis. Belijden verbindt als voorgangers samen bezig zijn het Woord op basis van de Schriften zo te vertolken dat er een nieuwe en gezamenlijke leerwijze ontstaat. Actueel en adequaat en actief belijden verbindt!
Een boeiend verhaal van De Boer, maar nog wel wat onduidelijk. Zo vraag ik me af wat ik me moet voorstellen bij ‘verbinding van de belijdenis’ als alternatief voor de vroegere ‘binding aan de belijdenis’. Ook ben ik benieuwd hoe dit landt in de vrijgemaakte achterban. Wordt dit nu, bijna vijftig jaar na de Open Brief, breed gedragen?
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.