Te berde

1971-11-12
  • Jaargang 15
  • nummer 31
Het verwijt dat de Prins der Nederlanden moest incasseren van de minister-president Biesheuvel, omdat hij zich niet gehouden heeft aan gemaakte afspraken, maakt op mij nogal een nare indruk. En de ontroerende eensgezindheid van de fractievoorzitters in de Tweede Kamer, die direct zo nodig vragen moesten stellen, toen de Prins een interview had toegestaan aan het NRC-Handelsblad maakt een nog naardere indruk.
Een groter monsterverbond was nauwelijks denkbaar.
Heel deze rel komt hier op neer dat iedereen in dit land zeggen mag wat hij wil over de politiek en over ons politieke systeem, met uitzondering van één gezin, de koninklijke familie. Omdat wat zij zeggen valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Dat nu juist één familie niets zou mogen zeggen, wat niet eerst gecensureerd is door het kabinet, is In deze democratische tijd - vergeet het maar om met collega Milo te spreken - een onaanvaardbare zaak.
Mocht het honderd jaar geleden noodzakelijk zijn om de loslippigheid van vorsten in te tomen en mocht het toen noodzakelijk zijn te voorkomen dat we een éénhoofdig bewind zouden krijgen, het is na die honderd jaar toch te gek om los te lopen, dat het de leden van de koninklijke familie verboden zou zijn om te zeggen dat zij zich ook wel een andere functionering van het parlementaire stelsel kunnen voorstellen dan nu het geval is.
De vrijheid die de fractievoorzitters zelf elke dag opeisen om alles te zeggen wat zij denken, ja om ook heel ons stelsel te laten "ontploffen", die vrijheid wordt nu aan een paar mensen ontnomen. De Prins pleitte ook helemaal niet voor de opheffing van het parlementaire stelsel of voor omverwerping van ons huidige politieke systeem, hij zei alleen terloops dat hij van mening was dat er wel alternatieven bestonden.
Hij koos daarbij echt niet voor de een of andere partij.
Hij bleef "boven de partijen" staan, zoals In ons systeem dat gewoonte, en een goede gewoonte is.

Toen Churchill in 1940 de macht kreeg in Groot Brittannië!, toen kreeg hij "volmachten", die geen enkele premier voor hem ooit gehad had In Engeland. Hij zelf schrijft daarover in zijn memoires: "Zo werd ik dus in de avond van de 10de mei, bij de aanvang van die geweldige strijd, bekleed met het hoogste gezag in den lande, een gezag, dat ik van dat ogenblik aan In steeds toenemende mate heb uitgeoefend gedurende de periode van vijf jaar en drie maanden, dat de wereldoorlog woedde". Het zal wel niemand in zijn hersens opkomen te denken dat Churchill geen groot parlementariër was. Toen men hem heenzond bij de eerste verkiezingen na de oorlog, ging hij ook heen. Hij heeft veel beslissingen genomen buiten het Lagerhuis
om. Maar hij heeft het gezag van het Lagerhuis steeds erkend, ook al had hij volmachten. Het is nogal provinciaals om te denken dat ons systeem het beste is. Het is nog provincialer om te menen dat onze staatsinstellingen gevaar liepen door het Interview van de Prins met het NRC-Handelsblad. Ik kan me ook niet Indenken dat en Biesheuvel en de fractievoorzitters dat werkelijk gedacht hebben.
Wat een deining om een kleinigheid.

Daar komt nog bij dat het huidige kabinet - en de Kamer zweeg - nu niet zo veel doet om ons parlementaire stelsel hoog te houden. De pers weet de meeste zaken eerder dan de Kamer. Elke vrijdagavond geeft de premier een Persconferentie over het gehouden kabinetsberaad van die dag. Zo weet iedereen vaak dingen die aan de Kamer nog niet voorgelegd zijn. Dát lijkt me nu een ondergraving van ons parlementaire stelsel, veel gevaarlijker dan de opmerkingen van de Prins.
Het moest de eer van de volksvertegenwoordiging te na gaan om het politieke nieuws en de plannen van het kabinet uit de krant te moeten lezen, In plaats van om het kabinet te horen In de vergadering van de officiële gekozen vertegenwoordiging.
Onder het mom van openheid wordt een werkelijk recht van de Kamer om als volksvertegenwoordiging op te treden, ondergraven. Het vorige kabinet is ermee begonnen. Dit kabinet zet het voort.
Als gevolg van deze openheid beleeft men nu dat alle mogelijke buiten-parlementaire groepen en acties en ook wel anti-parlementaire acties al pressie weten uit te oefenen over zaken, waarover de Kamer nauwelijks iets weet. Deze acties worden veelvuldiger. Maar dát gaat nu ten koste van het gezag van de Tweede Kamer.
Het zou goed zijn als de fractievoorzitters zich daarover eens druk maakten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief