BRIEF (3)

1971-11-12
  • Jaargang 15
  • nummer 31
Beste Evelien,

Fijn!
Je schrijft mij: "Wat het samen naar bed gaan vóór het huwelijk betreft: we doen het niet".
Hier neem je een belangrijke beslissing.
Ook in je formulering.

1. Huwelijk en anarchie

Je erkent, dat jullie wilsovereenkomst pas huwelijk is als de officiële voltrekking heeft plaatsgevonden. Dat het "een inzetting is, niet gegrond in het goeddunken van het schepsel, maar in het welbehagen van God, onze Schepper".
Dat is geen knieval voor de staat.
Maar de erkenning dat Christus het recht heeft van jullie een publieke eed van trouw te vragen en jullie daaraan te houden -, vóórdat jullie gaan samenleven als man en vrouw.
HIJ doet dit nu nog door het gezag van de Nederlandse Overheid.
Het is de vraag, hoelang HIJ haar dit gezag zal laten. Als deze, onder de pressie van de profeten van de natuurdrift en haar slaven, het huwelijk daaraan zal gaan gelijkschakelen en aan alles wat zoal "paart", duurt haar gezag niet zo lang meer.

2. Reactie
Het zal menigeen, die dit leest, ergeren tot op het merg: N.B. wachten op een briefje van het stadhuis!
Voor de wetteloosheid is de feestelijke tocht naar het stadhuis een zware gang.
Geen vreugde meer van bruidegom en bruid.
Het zich moeizaam schikken in een gehaat compromis: Wat heeft onze liefde met zo'n boterbriefje te maken. De krampachtigheid van het solidariteitsbeginsel op het verstrakte gelaat. Deze afgod is wel wreed voor zijn vereerders, verdwaasde Christenen voorop.
Beklemmend ook voor wie dit beeld niet aanbidden.
Gods antwoord ligt voor de poorten van de stad, de vinger aan de trekker van een totalitair regiem zoals Nederland nog nooit gekend heeft. Het bezettingsregiem 40-45 was dan hoogstens een vluchtige generale repetitie. Die trouwens niemand interesseert: "Die tijd komt nooit weerom". De satan heeft de bloedsporen van zijn moordpartijen altijd vlot weggewist voor de nieuw-aangekomenen.
Die maar niet begrijpen, wat er toch aan de hand mag zijn geweest met die mensen.

3. Jouw motivering

Je schrijft verder: "We doen het niet, omdat we ons willen houden aan de regel: "Doe niets, waarvan je niet zeker bent dat God het goedkeurt".
Maar die reden is wel erg negatief. Moet dan dus het stadhuis er jullie toch nog aan herinneren, dat het huwelijk Zijn schepsel is, gevlochten in dat andere schepsel van Hem, de tijd, en zo met heel de samenleving in geschiedenis en heden?
Natuurlijk is jullie liefde iets volstrekt nieuws. Maar toch niet aan een parachute neergelaten? Zij is toch door God gewrocht in kosmische verhoudingen, onder Zijn wetten?
Christus heeft recht op een positieve erkenning daarvan.

4. Het model

Je maakt het er niet beter op als je eraan toevoegt, - alweer tussen haken!! -: (Is het ook niet een goede wilstraining?) Misschien bedoel je iets anders, nl. zelftucht.
Ik vraag me af, of je toch nog niet bezig bent aan "het model", de Griekse Renaissance-mens.
Moet nu de liefde hierdoor geremd? Kun jij je liefde stilzetten? Met het binnenpretje: Kijk eens, hoe sterk mijn wil niet is!
Maar krijgen de stormers tegen dat beeld dan toch nog gelijk? Want tegen die afgod vechten ze juist, en dat is toch goed? Hij is trouwens zo goed als dood. Die mooie mens, met z'n goddelijke rede, zijn prestige, zijn persoonlijkheid, die de vooruitgang zou waarborgen ...
Als leraar zeg je in de klas nog wel eens wat. Zo zei ik tot voor kort wel eens: Voor mij is een meisje een sprookje, niet zo'n naarling-in-négligé. Dat van het sprookje zeg ik nu niet meer zo gauw, nadat ik de reactie kreeg: "Wij zijn geen sprookje, wij kennen onszelf heus wel anders." Dat antwoord was treffend modern. En goed. Die zelfkennis kan alleen maar leiden tot soberheid en eenvoud, zeker niet tot gedurfde uitdagende onthulling.

5. En het alternatief?

Zou de Contra-renaissance wel veel positiefs bevatten? Waar loopt het op uit, als je "de natuur", d.w.z. de drift van het bloed, de ruimte geeft en tot leidend motief maakt.
Hand in hand met het evolutionisme oriënteert zich het individualistisch materialisme van onze dagen eenvoudig naar het dier. De leer van Dok doet niet anders. En de NSVH propageert pil-automaten in drukbezochte jeugdcentra, en speciale instuif-kamertjes, en men verslijt dit voor filanthropie. Het verschil met de walletjes is uitsluitend, dat men nog subsidie van de staat verlangt ook.
De mensenroof en de ontadeling, de denaturering en de verwoesting heeft verder nog een ietwat meer aristocratische fysionomie, dat wel.
Daar steken de Reformatoren natuurlijk wel wat erg bij af. Stakerige stakkerds. Die kenden natuurlijk het volle, rijke leven niet.
Het is goed ze eens echt te lezen, dat is verrassend!
Die hebben het specifieke voorrecht van de mens vastgehouden, het persoonlijke contact, het persoonlijke verbond met God. Dat nam de Roomse clerus niet, en deze natuuraanbidders evenmin. Maar zij hielden vol: God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld. Tegenover het geschapene: mensen, dieren, planten, bergen, machines etc. staat de Schepper als de Oneindige tegenover het eindige, maar met de mens heeft Hij zich in een persoonlijke verhouding gesteld. Juist
hiervan werd door de mens de zenuw doorgesneden, die God in Christus evenwel weer heelde.
En nu zou de mens zich opnieuw laten beroven van het aroma van zijn bestaan, en zich wentelen in slijk, waarvoor het dier zich te goed acht?

5. Het wonder

Natuurlijk is de spraak van het hart en van het bloed fundamenteel in de liefde van man en vrouw. Ik kreeg een brief van een bezorgde jongeman, die meende dat hij mij in de geheimen daarvan maar eens enige voorlichting moest geven, en hij deed dit nogal uitvoerig. Wel een "leuk" misverstand.
Overigens zeer karakteristiek voor de visie, die de jongere generatie op een oudere heeft.
Zodra laatstgenoemde anders oordeelt dan zij, moet het hem toch wel aan de nodige "deskundigheid" ontbreken. Een beetje ondeugend zou ik willen vragen, wanneer deze beginnelingen hun onaantastbare kennis dan eigenlijk hebben opgedaan.
Fundamenteel, zei ik.
Maar dat wil niet zeggen, dat het bloed daarmee ook de leiding heeft, verre vandaar.
De leiding heeft de echte, eerlijke, onbaatzuchtige liefde, die zich richt op de zin van het samen leven.
Ik spreek hier loodzware woorden uit.
Of zijn ze vederlicht, wanneer God Zich ontfermt over Zijn kinderen en hen opneemt in Zijn driehoeks verhouding, om ze in de weelde in te leiden van het Hooglied, Spreuken 31 en 1 Cor. 13? Aan wat Hij daar zegt van het huwelijk, is meteen duidelijk, dat Hij niet voor spek en bonen meedoet: het is geheel ingebed in het volle leven, met de naaste en heel de samenleving, die Hij regeert.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief