ONGELIJK VERDEELD
1971-11-12
Het gaat vandaag in het overleg over de loonsverhogingen voor 1972 weer om de knikkers. Want spel is er al lang niet meer bij. Het "overleg" is al jaren een hardhandig touwtrekken tussen de bonden van werknemers, de verenigingen van werkgevers en de overheidspersonen. Men gaat samen aan tafel zitten en weet vooruit, dat het overleg straks moedwillig wordt opgebroken; dat is de pauze in de bokswedstrijd. Voor men uitgeteld is gaan de partijen weer aan tafel zitten, verbetener dan voorheen. Weer hardhandig touwtrekken, vuisten op tafel, ultimatums en weer een adempauze. Dan opnieuw een "hard gesprek". En zo voort. De werknemers eisen steeds meer van de welvaart op. De werkgevers naderen steeds meer de grenzen der mogelijkheden. En de regeringspersonen eisen: matiging van de inflatie, matiging van de loonsverhogingen, matiging van de investeringen, soms zelfs matiging van de dreigementen.- Jaargang 15
- nummer 31
Buiten de besprekingen geven alle drie de deelnemers luidruchtig hun meningen, elk tegenover hun achterban. De arbeiders moeten weten, dat de werkgevers alle bezuinigingen uit de arbeidslonen willen halen, zonder daar zelf aan mee te tillen. De werkgevers staan op het standpunt, dat verdere winstdeling, zonder aanmerkelijke produktieverhoging, hun bedrijven tot sluiting gaat dwingen. En de overheidspersonen verdedigen de mening: dat ons land zijn positie tussen de andere naties niet verder mag verliezen, geen duurte-eiland mag worden.
In deze democratische tijd (een kwartje voor de uitvinder van deze term, want die is zo tegenstrijdig als mogelijk is) gaan we van de meerderheid, van de massa zogezegd, uit. Als die massa ontevreden is is het land in nood. Is die massa koest dan loopt alles op rolletjes. En die massa heeft, aangemoedigd door de nieuwsmedia en opgestookt door de schreeuwende goden van de tijd, slechts één wens: meer loon en minder werk. o ja: en betaalde vrije dagen. Loopt niet alles naar wens dan worden zondebokken gezocht.
En ieder die niet in deze massa thuishoort loopt kans zondebok te worden. Hitler koos de Joden en de gehandicapten tot zondebok.
Heel de wereld is er van geschrokken: de weerlozen die beneden de maat vielen mochten niet de bliksemafleider van het wanbeheer worden! Vandaag wijst Moskou de zondebok in de groep, die boven de middelmaat uitsteekt: even weerloos en even onschuldig, maar wel zondebok. De leus is daarbij: weg met de hoge inkomens en gelijke welvaart voor allen.
Het loont de moeite na te gaan, of die leus bestaansrecht heeft en of die welvaart niet al lang is geëgaliseerd.
Er zit, vooral voor Bijbellezers. iets aantrekkelijks in die leus: dat alle welvaart gelijk zou worden verdeeld. In het oude testament werd de grond van het beloofde land gelijkelijk onder de families verdeeld.
Eigenlijk kreeg niemand de grond - die bleef van de Heere - maar de grondopbrengsten werden verdeeld, het vruchtgebruik.
Direct na de verdeling was er een moment, dat alles gelijk was verdeeld. En wat gebeurde er toen?
Toen moesten de gezinnen, die rijk met kinderen gezegend waren, de grondopbrengst met meer personen delen dan de gezinnen, die weinig kinderen hadden. Ergo: het grote gezin, een onbetwistbare zegen Gods, was oorzaak dat het maatschappelijk bezit ongelijk werd verdeeld. Die verdeling kon zo ver doorgaan, dat een gezin zich in slavernij verkocht. Dat was overigens een tijdelijke zaak - want het jubeljaar, het jaar van de vrijlating, was altijd in zicht. En er waren borgen, lossers.
Hoewel dus een billijke verdeling van Godswege had plaatsgevonden, kwam er automatisch en vrij spoedig een ongelijke verdeling voor in de plaats. De rijken en de armen werden beiden door God de Heere geschapen, zei Salomo.
Een van de mooiste bladzijden uit het nieuwe testament is: waar vermeld wordt dat binnen de jonge christengemeente van Jerusalem niemand iets zijn eigendom noemde en niemand gebrek had. Een unieke toestand, ondenkbaar voor zondige mensen, die dan ook niet lang stand hield. Even later werden diakenen aangesteld om de belangen der armen te behartigen; Paulus drong er bij zijn bekeerlingen op aan, dat zij de armen van de moederkerk moesten helpen onderhouden.
Deze maatregelen wijzen er op, dat ook het christendom de ongelijke bezitsverdeling niet uit de wereld heeft kunnen helpen. De wet is levensgroot en onontkoombaar: geef alle mensen hetzelfde bezit - en morgen hebben geen twee mensen meer hetzelfde.
Waarom? Omdat de een zijn bezit opeet en de ander ermee woekert. Omdat de een tegenslag, ziekte, sterfgevallen, misoogst ontvangt; en omdat de ander voorspoed, meevallers en aanwijsbare zegen krijgt. Ook omdat de een een slecht koopman is, de ander een pientere. Omdat de een het minst geschikte moment kiest om goederen in te slaan, die morgen onverkoopbaar zijn; terwijl de ander eerst de markt peilt om pas dan die goederen te kopen, die hij morgen met gezonde winst kan verkopen. Op deze en veel andere wijzen lopen vermogens van aanvankelijk gelijk bedeelde mensen onmiddellijk uiteen. Conclusie: gelijke rijkdom is een onbereikbaar droombeeld.
Op soortgelijke wijze gaat het met de inkomensverdeling; in deze tijd spreken we van de welvaartsverdeling. Geef de ene huisvrouwen de andere f 500,- maandgeld.
De ene heeft een gat in haar hand, begint met achterstallige rekeningen te betalen, koopt alles wat ze wenst zo lang er geld in huis is, en is op de tiende van de maand blut. De andere huisvrouw legt potjes aan voor alle bekende zaken; inclusief een reservepotje voor onbekende zaken. Ze haalt het eind van de maand gelijk de huisvrouw uit Spreuken 31 en als niets haar tegen zit voegt ze het reservepotje bij haar spaarbankboekje.
Rijk worden en failliet gaan liggen vlak naast elkaar: de een leeft van een tientje minder dan hij ontvangt, de ander geeft een tientje meer uit dan hij krijgt ...
Conclusie: gelijke welvaart voor allen is een onbereikbaar droombeeld.
Een ander punt is: wordt alle welvaart al niet geëgaliseerd?
Het is immers een bekend feit dat diverse overheidsmaatregelen zijn getroffen, welke sedert 1945 de inkomens in sterke en groeiende mate hebben geëgaliseerd. De grote gezinnen, vroeger de grootste zorgen in kerk, staat en maatschappij, ontvangen thans kinderbijslag; er zijn arbeiders, wier kinderbijslag meer betekent dan hun arbeidsloon. De werkloosheid, voor de oorlog een nachtmerrie van elke huisvrouw, is door overheidsverzekering minder belangrijk geworden; kan zelfs zeer gewenste extra's opleveren.
Enkele jaren geleden verklaarde een onzer grote bankdirecties in haar jaarverslag: dat onze overheid een kunstmatige werklozenstand opbouwt door haar onnatuurlijke maatregelen. De weduwen en wezen kunnen vandaag min of meer onbezorgd leven; waren vroeger de grootste schrikbeelden in een meedogenloze maatschappij. En de wet op de inkomstenbelasting, met haar sterk progressief karakter, schuimt alle hogere inkomens dermate af, dat deze tot 72 procent in de staatskas verdwijnen. In veel gevallen behoeft over het resterende niet meer naar huis te worden geschreven.
Dat er geen armoede is zal niemand pijn doen. Maar dat de zondebok thans onder de hoge inkomens wordt gezocht doet wel pijn: behalve aan de slachtoffers zelf - vooral pijn aan de maatschappij, die groot belang bij mensen met hoge inkomens heeft.
Er zijn recente cijfers beschikbaar over de inkomensverdeling van nederlandse werkers. Uit deze cijfers (Alg. Dagblad van 12-10-71) is de volgende statistiek te maken, die aangeeft dat de grote meerderheid der inkomens in ons land reeds gelijkgeschakeld is.
De pasbeginnende jongeren, en de ongeschoolden die nauwelijks hun baan waard zijn, zitten mede in groep 1. De lIe groep bevat de grote, grote middenmoot van onze loontrekkers - niet minder dan 66%, twee derde. De kleinere groep III (21%) heeft het iets verder gebracht. Een nog kleinere groep IV (81/2%) stijgt opvallend boven het gemiddelde uit en verdient 3 x zoveel als de doorsnee werker; deze groep kunt u als academisch niveau zien. De kleinste groepen V en VI vormen samen 11/2% van de loontrekkers en stijgen aanzienlijk boven de massa van het nederlandse volk uit. Het zijn deze kleine groepen, die het ontgelden moeten.
Maar hierin schuilen de artsen, de specialisten, de burgemeesters, ministers (f 110.000), professoren, grote fabrikanten, commissarissen der koningin - kortom al die mensen die samen de staf van onze prestatiemaatschappij vormen. (Schrijver dezes behoort dus niet tot deze groepen; u spare zich de postzegels voor ingezonden brieven.) Daaronder zijn degenen, die voor onze nationale welvaart zorgen, of deze beheren en beschermen. Daaronder zijn ook degenen, die voor onze gezondheid, ons leven, onmisbaar zijn; of die voor de wetenschappelijke vooruitgang aansprakelijk staan, die ons regeren of de regering vertegenwoordigen; die maken dat wij onder Gods zegen een stil en gerust leven kunnen leiden in alle eerbaarheid en met een goede boterham.
De grafiek, waarin deze officiële getallen zichtbaar gemaakt zijn, liegt er niet om. Het is duidelijk dat men in de groepen I tot III (= 93%) een loon verdient van gemiddeld ruim f 12.500. Wie daar boven uit komt ziet zijn inkomstenbelasting met sprongen omhoog gaan en hem steeds meer inhalen: tot 72% wordt wegbelast.
Conclusie: ondanks de enorme divergentie in talenten, gelegenheden, ijver, geluk en zegen. .. worden de inkomens van werkers in ons land vrijwel gelijk verdeeld. Althans heel wat sterker genivelleerd dan in Rusland bijvoorbeeld.