De zonden der vaderen

2013-07-13
  • Jaargang 57
  • nummer 14
In het herdenkingsjaar van de afschaffing van de slavernij is vaak stilgestaan bij de invloed van dit kwaad in onze geschiedenis. Dit keer een ander soort terugblik: een bijna vijftig jaar oud pleidooi van ds. K.C. Smouter (1928-1974) om onze schuld in dit opzicht te erkennen en er iets mee te doen.

Men stelt weleens de vraag: waarom heeft de HERE bij de woorden van Horeb nog apart (naast het tiende gebod ‘Gij zult niet begeren…’) als achtste gebod gezegd: ‘Gij zult niet stelen’? En nog wel in één adem met het zesde en zevende gebod, met zonden waarop de doodstraf stond?
Als we de Thora des HEREN over diefstal opslaan, bijvoorbeeld het Verbondsboek (Exodus 20-24), dan blijkt dat de HERE diefstal van vee en andere geldwaardige goederen niet eens zo zwaar aanrekende en matiger liet bestraffen dan wij gewend zijn. Er was echter één soort diefstal die de HERE heel hoog opnam en wel degelijk liet straffen met de doodstraf. Namelijk: ‘Wie een ziel rooft … zal zekerlijk ter dood gebracht worden’ (Exodus 21:16, Deuteronomium 24:7, SV). Vergelijk Josef in Genesis 40:15: ‘Ik ben gestolen uit het land der Hebreeën.’ Als men de onder ons gangbare strafmaat voor een bankoverval of treinroof vergelijkt met die voor kidnapping of weglokking van meisjes om die te exploiteren, dan blijkt hoezeer onze afvallig-christelijke wereld verstrikt is in materialisme: dood geld weegt bij ons zwaarder dan levende zielen!

Roede
Wat het ‘roven van zielen’ betreft rust er een eeuwenoude schuld op de christenvolkeren. Slaat u daarover in een encyclopedie het artikel ‘slavernij’ maar eens na. En let u dan vooral op het Nederlandse aandeel in de slaventransporten van Afrika naar Amerika sinds de zeventiende eeuw.
Deze slavenhandel heeft enorme kapitalen in het laatje gebracht. Eén van de pijlers van ‘De Gouden Eeuw’. Maar we hebben daardoor vooral toorn opgehoopt als een schat tegen de dag der vergelding.
Hoe zwaar de HERE het – al eeuwen voor Christus – de heidenvolkeren rond Israël aanrekende dat zij ‘een hele bevolking wegsleepten en verhandelden’ lezen we bijvoorbeeld in Amos 1 en 2. Het is één van de redenen geweest waarom de HERE de ‘slavengrossier’ van die tijd, Assyrië, opwekte, als ‘roede van zijn toorn’.
Het moet ons daarom niet verwonderen dat de slavernij die de christenvolkeren over miljoenen zwarte en bruine mensen hebben gebracht en de slachtingen die zij hebben aangericht onder de oorspronkelijke bewoners (de Indianen) van Zuid- en Noord-Amerika een nasleep van onoplosbare rassenproblemen hebben achtergelaten en dat de christenvolkeren speciaal na de laatste wereldoorlog allemaal diep vernederd werden in hun ‘overzeese gebiedsdelen’.
Bovendien zien wij vooral die voormalige koloniën tot haarden van slepende oorlogen worden (Vietnam), waaraan het Westen grote verliezen aan manschappen en kapitalen lijdt, waaraan het Westen vooral ook zijn gezicht, zijn aanzien steeds meer verliest.
Het is niet te voorzien hoeveel wij in de toekomst nog zullen moeten lijden. Zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?

1517 en 1619
Wij hebben als christenen dikwijls verblind bij een open Bijbel geleefd. De Here heeft de Schrift geleerden van zijn tijd verweten dat ze in ‘het kleine’ van de Wet zo secuur waren dat ze zelfs een mug nog uit wisten te zift en, maar dat in ‘het grote’ van de Wet zelfs een kameel erop door kon. Zo hebben wij lange tijd bij het achtste gebod geleefd.
Nederlandse kooplui stonden bekend als onkreukbaar in geldzaken (‘het kleine’ van het achtste gebod), terwijl ze in ‘het grote’ van het achtste gebod (roven van levende zielen) grossierden in boosheid.
En: ze hebben dat echt niet geweten. Hoe warm ze bij de remonstrantse twisten ook liepen voor de goddelijke verkiezing en verwerping en voor de verdorvenheid van het menselijk geslacht, ze wisten niet van de verdorvenheid van hun slavenhandel en van Gods hartgrondige verwerping van diefstal van levende zielen. Daarover schreef geen mens, dacht geen christenmens. Dat heeft tussen Rome en Reformatie en tussen contraremonstranten en remonstranten geen punt van discussie betekend.
Daarom kon het gebeuren dat de volgende jaartallen zo wonderlijk samenkomen:

• 31 oktober 1517: Luther publiceert zijn 95 stellingen tegen de aflaat aan de deur van de Slotkapel te Wittenberg.
Begin van de Reformatie.
• 1618/1619: Synode te Dordrecht. Consolidatie van de Nederlandse Gereformeerde Kerken. Remonstranten veroordeeld en afgewezen.

Het zijn twee bekende jaartallen. Bekend uit de kerkgeschiedenis: het eerste uit de algemene, het tweede uit de vaderlandse kerkgeschiedenis.

• 1517: Bisschop Las Casas geeft toestemming dat iedere Spanjaard twaalf negerslaven kan meenemen naar de koloniën in Amerika. Begin van de groothandel in negerslaven door christenvolkeren.
• 1619: Een schip onder Nederlandse vlag zet in Virginia twintig negerslaven af. Begin van de groothandel in negerslaven door Engelse en Nederlandse christenen in Noord-Amerika.

Dit zijn eveneens twee bekende jaartallen. Althans voor specialisten in een bepaald deel van de geschiedenis: de geschiedenis van slavenhandel en slavernij.
1517 en 1619: het zijn beslissende jaren in de kerkgeschiedenis en beslissende jaren in de slavengeschiedenis. Maar in de geschiedenisboeken hebben die twee lijnen vrijwel niets met elkaar te maken. Kerkgeschiedenisboeken vertellen niet over Las Casas en over die ‘Dutch man of warre’ die zijn twintig slaven in Virginia loste. En boeken over de geschiedenis van de slavernij vertellen niets over Luther en zijn strijd tegen de aflaat, noch over de toorn van Bogerman toen hij de remonstranten uit de synode wegzond.
Toch vielen die verschillende feiten in werkelijkheid samen. Niet alleen in zo’n jaartal, nee: in de tijd. In de ondeelbare werkelijkheid van de geest van die eeuw. En zo ook in het levende leven van de mensen van die tijd.
Luther heeft bij zijn strijd tegen de aflaathandel en andere ernstige kerkelijke zonden steeds heftiger leren schelden tegen de invloed van de Oudgriekse (heidense!) wijsgeer Aristoteles. Sprak hij vanuit Gods Woord, dan antwoordden zij met Aristoteles. Op dezelfde Aristoteles beroept de grote middeleeuwse theoloog Thomas van Aquino zich als hij de slavernij goed praat. Eigenwillige godsdienstigheid en onrecht en geweld: samen geput uit één bron.
Wij kennen dit ook uit de geschiedenis van Israël: bij Jahweh was recht voor armen en verdrukten, bij Baäl grootgrondbezit, verdrukking en geweld. Maar wat in het leven één is, dat moet de geschiedenisbeschrijver niet scheiden!

De Mooriaen
De synode van Dordt en het begin van het Nederlandse aandeel in de slavenhandel (1619) is evenmin een coïncidentie geweest. Spanje en Portugal, de grote roomskatholieke mogendheden van die tijd, bezondigen zich al een volle eeuw eerder aan het grote kwaad van negerverdrukking en zielenroof. Nederland en Engeland deden pas later mee. Zij waren in de zestiende eeuw nog te zeer in beslag genomen door de kerkelijke reformatie en de politieke onzekerheid die daarmee gepaard ging, en waren toen (waarschijnlijk?) ook nog te zeer onder het beslag van Gods Woord om aan zulke gruwelen mee te doen. Ze waren in elk geval nog ‘te klein’ onder de volkeren voor wereldgrote ondernemingen, in het nette en het grove.
Maar in de zeventiende eeuw werd Nederland mans! Het concurreerde in de Oost al enige tijd met succes tegen Spanje en Portugal en overlegde ook over een concurrentiepositie in de West. Dat werd moeilijker. Die vaart moest met negertransporten en kaapvaart lonend gemaakt worden. En aan dat laatste waren risico’s verbonden, het risico bijvoorbeeld van een herleving van de oorlog met Spanje (1619 viel onder het Twaalfjarig Bestand).
In die situatie kwam de Dordtse Synode samen. En deze synode heeft verstrekkende gevolgen gehad voor de politiek.
Met de remonstranten werden bijvoorbeeld de beletselen voor hervatting van de oorlog met Spanje weggenomen. Op 13 mei 1619 werd Van Oldebarnevelt onthoofd en was de baan vrij voor een nieuwe politieke lijn, die in 1621 leidde tot hervatting van de oorlog met Spanje en oprichting van de WIC, de eerste Nederlandse slavencompagnie.
In het werkelijke leven was het allemaal één. Onze gereformeerde voorouders, die de glorie van de Dordtse Synode beleefden, zijn dezelfden die de gevels van hun handelshuizen in Amsterdam en Middelburg versierden met moorkoppen en elkaar ontmoetten in herberg ‘De Mooriaen’. Dezelfde Synode die tegen de remonstranten zo dapper opkwam voor Gods vrije verkiezing en verwerping, heeft het kennelijk niet nodig geoordeeld de christenheid voor te houden hoe hartgrondig de HERE roof van en handel in zielen verwerpt, en gerechtigheid aan weerlozen verkiest.
1517 en 1619: kerkgeschiedenis en slavengeschiedenis hebben in hoge mate ‘geschiedenis gemaakt’.

Ongerechtigheid
De hoofdproblemen van de wereld van nu gaan regelrecht terug op de bemoeiingen van onze gereformeerde voorouders met de Aziatische en Afrikaanse volkeren. Hoe moeten wij die problemen leren begrijpen als wij onze geschiedenis niet kennen? Als de achtergronden van de wereld van nu verspreid in de boeken uit elkaar liggen, zoals de deeltjes van een legpuzzel? En wat belangrijker is: hoe moeten wij de HERE leren kennen, de levende God, die Zijn genade schenkt als wij Hem liefhebben en onze zonden belijden, maar wiens toorn wij zeer te vrezen hebben als wij Hem niet metterdaad in de wereld dienen?
Israël zuchtte, mede om de zonde van het roven van zielen, in ballingschap: ‘O God, heidenen zijn Uw erfdeel binnengedrongen… Gij hebt ons verkocht voor een spotprijs. Hoelang nog, HERE? – Zult Gij voortdurend toornen? Reken ons de ongerechtigheid der voorvaderen niet toe…’

Ds. K.C. Smouter (1928-1974) was predikant in Valthermond-
Tweede Exloermond, Breda en Barendrecht. Hij schreef over het onderwerp ‘slavernij’ in het kerkblad van Breda en in een bijbelcursus in 1967.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief