Profetisch spreken over de toekomst van Israël
2013-07-13
Uit de kring van de Gereformeerde Bond is een boekje verschenen over wat de profeten ons over de toekomst van Israël vertellen, onder redactie van dr. J. Hoek. De titel Profetisch licht is ontleend aan de nieuwtestamentische oproep om acht te slaan op de woorden van de profeten ‘als op een lamp die schijnt in een duistere plaats’ (2 Petrus 1:19).- Jaargang 57
- nummer 14
Het is wat ongelukkig dat dr. Hoek de bedoeling van dit boek omschrijft als een zo scherp mogelijk leren zien ‘door de profetische verrekijker’. Onbedoeld geeft deze aanduiding voeding aan het soms nog hardnekkige misverstand dat profeten een soort toekomstvoorspellers waren. Wanneer profeten over de toekomst spraken, was dat niet om een voorspelling te doen, aan de hand waarvan wij vandaag de toekomst min of meer zouden kunnen uittekenen.
Wel bonden zij hun toenmalige gehoor de zekere komst van Gods heil op het hart. Ook wij mogen ons door hun woorden laten bewegen om onze toekomst van God te verwachten.
De zekerheid van de komst van Gods heil is in dit verband belangrijker dan het precieze ‘hoe’ van de vervulling.
Wat dit laatste betreft mogen we ons door God laten verrassen.
Theologisch-symbolisch
Dit boek bevat twee soorten bijdragen.
Eerst komen de boeken Jesaja (M.J. Paul), Jeremia (C.C. Stavleu), Ezechiël (A.J. van den Herik) en Zacharia (C.J. Overeem) aan de orde. Vervolgens beschrijven enkele auteurs de wijze waarop Calvijn (E.A. de Boer), de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie (M. van Campen) en de Messiasbelijdende Joden (P.A. Siebesma) met profetische teksten zijn omgegaan.
Dr. Hoek zelf sluit de bundel af met een evaluerende bijdrage.
In het eerste deel valt de bijdrage van A.J. van den Herik het meest op, vooral door de theologische kwaliteit ervan. Dat zal ermee samenhangen dat hij een promotie op het boek Ezechiël voorbereidt. Waar andere auteurs soms wat axiomatisch een zo letterlijk mogelijke aards-historische vervulling bepleiten, stelt Van den Herik de theologische boodschap van de profetie centraal en zoekt hij een bredere dan strikt realistische duiding: ‘Niet de letterlijke realisering, maar de geestelijke bedoeling van het visioen is het belangrijkste.’ Zo komt hij ook tot een theologischsymbolische uitleg van het tempelvisioen van Ezechiël 40-48. Hij betrekt dit visioen op het in Christus gekomen en komende heil van God en weet zich daarin gesteund door het Nieuwe Testament.
Terecht merkt ook C.J. Overeem op dat de belijdenis van de vervulling van de profetie in Christus om een blijvende openheid vraagt voor de verrassende manier waarop God voortgaat met het realiseren van zijn beloft en. Laten we dan ook de weg die God met het huidige Israël gaat maar aan God overlaten, denk ik dan. Pin jezelf dus niet vast op een verondersteld toekomstscenario waarin Israël een groots nationaal herstel wordt toegedacht, al of niet gekoppeld aan een duizendjarig aards koninkrijk.
Voetius
Wanneer in het tweede deel Calvijns uitleg ter sprake komt, zet E.A. de Boer boeiend uiteen dat Calvijn de profeten primair zag als doorgevers van het onderwijs over de wet, en dus niet als toekomstvoorspellers. Met betrekking tot de toekomst van Israël zei Calvijn fraai dat de redding van de rest verborgen is onder het zegel van Gods ring.
Van Campen beschrijft hoe de puriteinen en de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie nieuwe belangstelling kregen voor het hedendaagse Israël. Onderling dachten ze echter zo verschillend dat je eigenlijk niet kunt spreken over ‘de’ visie van de Nadere Reformatie. Het klinkt dan wel wat tegenstrijdig als Van Campen ‘hun’ visie op profetie vervolgens een eyeopener noemt voor christenen vandaag en meer ruimte bepleit voor een chiliastische bijbeluitleg. Daarmee heeft hij Voetius, één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie, in elk geval niet aan zijn zijde. De leesregels die dr. Hoek in zijn slothoofdstuk aandraagt brengen gelukkig de nuance weer terug.
Wat mij betreft hadden de bijdragen aan dit boek wat kritischer gemogen, maar al met al geeft het een aardig beeld van hoe het denken over Israël vaak de uitleg van de Schrift beïnvloedt.
Idealiter zou het natuurlijk andersom moeten zijn, dat de uitleg van de Schrift het denken over Israël bepaalt, maar het is nu eenmaal een hermeneutisch gegeven dat elke uitlegger zijn/haar eigen leesbril meebrengt.
In dat opzicht is het zonder meer leerzaam om eens door elkaars bril te mogen kijken.
J. Hoek (red.) (2013). Profetisch licht.
Toekomst voor Israël en de kerk. Groen Heerenveen. 232p. € 14,95.
Dr. Jaap Dekker is predikant van de NGK Enschede en docent bijbelvakken aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.