Vrij om lief te hebben
2013-07-13
Het viel me op dat Paulus in zijn hoofdstuk over de christelijke vrijheid met het grote gebod aankomt. En dan nog wel het B-deel daarvan: heb je naaste lief als jezelf. Het is niet toevallig, denk ik, dat Paulus vrijheid en liefde zo dicht in elkaars buurt brengt. Want echt liefhebben lukt pas als je vrij bent.- Jaargang 57
- nummer 14
‘Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn.
Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, want de hele wet is vervuld in één uitspraak: “Heb uw naaste lief als uzelf”’ (Galaten 5:13-14). Met deze tekst laat Paulus zien hoezeer vrijheid en liefhebben met elkaar verbonden zijn.
Het tegendeel hiervan is ook herkenbaar: onvrijheid knevelt de liefde en hindert om de ander als naaste te zien. In antieke en moderne vormen van slavernij zie je dat natuurlijk heel concreet voor je – dit en het vorige nummer van Opbouw zijn eraan gewijd – maar onvrijheid speelt in de volle breedte van het mens-zijn.
Verslaving
Paulus zet met het grote gebod een pakkend ijkpunt neer in dit hoofdstuk over de christelijke vrijheid. Herkenbaar ook in andere lagen van onvrijheid dan de slavernij.
Neem de verslavingsproblematiek, waar je toch ook het woord ‘slaaf’ in terughoort. ‘Drank maakt meer kapot dan je lief is’, is een bekende slogan en dat raakt direct het grote gebod. de bedenkers van die slogan hebben goed gevoeld dat bij verslaving het liefhebben van de naaste in het gedrang komt – nog even los van de vraag hoe desastreus verslaving is voor je zelfbeeld. En dat bittere gevolg zie je niet alleen bij drank, porno en gokken, maar ook in de omgang met tv, internet, games en werk.
Om naaste te zijn moet je als mens vrij zijn – verslaving bindt. Liefhebben vraagt aandacht – verslaving zuigt je aandacht weg naar dat ene, zodat je geen oog meer hebt voor degenen die je misschien wel het meest lief zijn.
Check het maar eens voor jezelf wat internet, tv of spelletjescomputer (of ook het werk!) doen met je vrijheid en je aandacht. Het grote gebod – alleen het B-deel al – is werkelijk een ijkpunt dat je brengt op de plekken waar je niet vrij bent om lief te hebben.
Binnenste binnenkant
Lees je door in Galaten 5, dan kom je nog verder aan de binnenkant van jezelf terecht. Paulus daalt af naar de laag van onze diepste gevoelens en verlangens. C.S. Lewis schreef ergens dat hij schrok wanneer hij eens eerlijk bij zichzelf naar binnen keek. Wat woelt en botst daar veel bij mij. De mensen moesten eens weten!
Het zijn gevoelens en verlangens die haast als vanzelf opkomen. Paulus noemt boosheid, jaloersheid, hebberigheid, vunzigheid, neiging tot gevit en geruzie.
Soms als een vlaag, maar voor je er erg in hebt gaan ze echt een plek in je leven innemen. Jaloersheid die zich nestelt, boosheid waar je niet los van komt, een ruziezoekerige trek in je karakter.
Ik vond het bijzonder om te merken hoe vruchtbaar het ijkpunt van het grote gebod ook aan die binnenste binnenkant van ons leven is. Wat kan jaloersheid, boosheid, hebzucht of irritatie je beperken om echt open te staan voor de ander als naaste, waardoor het niet lukt om de ander werkelijk lief te hebben.
Wat verblindt dat donkere uit Galaten 5 de ogen waarmee je naar de ander kijkt en wat bindt het de oren waarmee je luistert. Of je handen, onmachtig om de ander de hand te reiken. En je voeten, niet in staat om één stap dichterbij te komen.
Ik zou zeggen: laat de typeringen uit dit hoofdstuk maar eens één voor één binnenkomen en verbind ze steeds weer met dat grote gebod van de naaste en de liefde. Dit hoofdstuk is een leerschool om je eigen gebondenheid en onvrijheid te leren kennen – ook in de diepere lagen van je binnenkant.
Meer mens
Het is moeilijk om zelf bij die diepere lagen te komen, laat staan dat je er iets ten goede kunt veranderen.
Het is daarom bevrijdend dat de Heer zelf je tegemoet komt. Alsof je door Hem in een andere wereld terechtkomt.
Dat voel je als het gaat over de vrucht van de Geest.
Terwijl de donkere, nare dingen die Paulus daarvoor noemt verstrooien, versnipperen, je aandacht opslokken, aan je vreten, je binden en meer stukmaken dan je lief is, is de vrucht van de Geest uit één stuk. Het maakt heel.
Proef ze maar eens, één voor één: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Daarmee word je neergezet in een sfeer van vrijheid, die wegen opent om de ander als naaste te zien en lief te hebben. Waar de Geest is, daar is vrijheid, schrijft Paulus in 2 Korintiers 3:17.
Het is de doorwerking van de bevrijding door Jezus waar je hier op stuit. ‘Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven’, zo begint Paulus Galaten 5. Jezus bevrijdt en dat doet hij ten diepste langs de weg van het grote gebod. Door mensen lief te hebben als zichzelf. Zo verbond Hij zich aan zijn leerlingen: Petrus, Johannes en al die anderen. En tot op de dag van vandaag nodigt Jezus uit tot verbinding met Hem.
Het bijzondere is dat je van die verbinding niet minder vrij wordt, maar juist meer. Dat je een ander mens wordt door Hem; meer mens, niet minder. Zoals je dat ook een beetje hebt met iemand van wie je heel veel bent gaan houden: je voelt je helemaal thuis bij die ander, je kunt jezelf zijn, je bent vrij in verbondenheid en door die ander word je niet minder jezelf, maar meer!
Zo is het ook met Jezus – die liefde geeft en vreugde en al dat andere. Leer het van mij, zegt hij ergens. Ik geef het je. Zodat je loskomt uit allerlei vormen van gebondenheid en vrij wordt in de verbintenis met Mij.
Vrij om je naaste lief te hebben.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.