Het Christusraam: zicht op voleinding

2013-08-03
  • Jaargang 57
  • nummer 15
In Enschede kerken de Nederlands-gereformeerden in een bijzonder gebouw: de Lasonderkerk, een rijksmonument, gebouwd in 1927 naar een ontwerp van de architecten J. en Th. Stuivinga uit Zeist. Behalve de hoge toren zijn de twee grote ramen van de kerkzaal de belangrijkste blikvangers: een Mozesraam op het westen en een Christusraam op het oosten. Samen roepen deze ramen het eeuwigheidsbesef onder de kerkgangers wakker. Dit tweede artikel is gewijd aan het Christusraam.

Het bijbelverhaal dat op het Christusraam staat afgebeeld, staat bekend als Jezus’ verheerlijking op de berg (Matteüs 17:1-9). Dat woord ‘verheerlijking’ slaat op de gedaanteverandering die Jezus ondergaat.
Zijn gezicht straalt als de zon en zijn kleren worden wit als het licht. Alsof Jezus zich al in Gods heerlijkheid bevindt. Zo heeft ook de kunstenaar Jezus afgebeeld: groot en stralend als een hemelse koning.
De Willibrordvertaling vestigt onze aandacht op Mozes en Elia. ‘Jezus met Mozes en Elia’, luidt daar het kopje boven het verhaal. Op het raam ziet u Mozes links van Jezus, met in zijn hand de Tien Geboden, en Elia rechts, met een boekroel in zijn hand. Samen vertegenwoordigen zij heel het Oude Testament, de wet en de profeten.
De Nieuwe Bijbelvertaling heeft voor nog weer een andere titel gekozen: ‘Een stem uit de hemel.’ Al die verschillende opschriften laten zien dat je door hetzelfde bijbelverhaal steeds weer nieuw en anders kunt worden aangesproken.
De stem zelf heeft de kunstenaar natuurlijk niet kunnen afbeelden, maar wel de drie leerlingen Petrus, Jakobus en Johannes, die zich bij het horen ervan op de grond neerwerpen. De tekst zegt dat de leerlingen zich op hun gezicht wierpen, maar op het Christusraam kijken ze nog vol verwondering naar Jezus op. De nadruk ligt bij dit Christusraam meer op het zien dan op het horen. Maar beide zijn belangrijk in dit bijbelverhaal.

Correctie
Die stem uit de hemel wijst Jezus aan als Gods geliefde Zoon. Inhoudelijk geeft God zelf daarmee een bevestiging van wat Petrus een paar dagen eerder al had beleden: ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God’ (Matteüs 16:16). Nu komt daar vanuit de hemel een bevestiging van: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’
Maar behalve bevestiging klinkt er in deze stem ook een correctie door. Want direct nadat Petrus in Jezus de Messias, de Zoon van de levende God had herkend, was Jezus begonnen om zijn leerlingen voor te bereiden op zijn lijden en sterven. Toen had Petrus Jezus terechtgewezen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal zeker niet gebeuren!’ (Matteüs 16:22). In die terechtwijzing zag Jezus een verzoeking van satan, die Hem van de goede weg wilde afbrengen. De gedachte dat Jezus zou moeten lijden en sterven past nog niet in het denkraam van Jezus’ leerlingen. Bij de Messias past geen lijden. Daarbij past alleen een koninklijke troon en verheerlijking door God. Precies zoals ze daar op de berg getuige van zijn. Ze vinden het prachtig.
Vandaar ook dat wat vreemde aanbod van Petrus om drie tenten op te slaan. Petrus wil het plaatje van Jezus’ koninklijke heerlijkheid vasthouden. Want dit is zoals ze Jezus graag zien. In zijn aanbod doet Petrus eigenlijk precies hetzelfde als in zijn eerste reactie toen Jezus hun van zijn lijden vertelde. Hij probeert Jezus ervan af te brengen om de weg naar beneden te gaan, naar het kruis.
Maar deze keer is het niet Jezus die Petrus corrigeert, maar God zelf, met die stem uit de hemel. Een stem die destijds ook bij Jezus’ doop al had geklonken: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde’ (Matteüs 3:17). Maar op dit moment voegt God daar iets belangrijks aan toe. God roept Petrus en de zijnen op om naar Jezus te luisteren: ‘Luister naar hem!’ Die oproep heeft te maken met het lijden dat Jezus tegemoet gaat en met het onderwijs daarover dat Jezus begonnen is.

Luisteren
Tegenover zijn leerlingen had Jezus bij het praten over zijn lijden van een ‘moeten’ gesproken (Matteüs 16:21).
Dit ‘moeten’ hangt samen met het verlossingsplan dat God in het Oude Testament al had voorbereid. Daar verwijzen ook Mozes en Elia naar als ze daar op de berg verschijnen. Zij staan daar als vertegenwoordigers van de wet en de profeten. Juist hierom vindt God vreugde in zijn Zoon, dat Jezus van harte bereid is om die wet en profeten te vervullen (Lucas 24:25-27).
Volgens Lucas is dat ook precies waar Mozes en Elia op dat moment met Jezus over spraken, over het levenseinde dat Hij in Jeruzalem zou moeten volbrengen (Lucas 9:31). Ze bemoedigen Jezus om deze weg te gaan en zo de wet en profeten tot vervulling te brengen.
En wat Mozes en Elia voor Jezus doen, dat doet die stem uit de hemel voor de leerlingen: ook zij moeten worden aangespoord om op de goede weg te blijven en dus Jezus te volgen, ook als Hij weer de berg af gaat, richting het kruis.
Die oproep om naar Jezus te luisteren is dus niet in algemene zin bedoeld, maar staat in directe relatie tot Jezus’ lijdensweg. Daarom mogen ze voorlopig ook nog niet spreken van wat ze hebben gezien. Straks na Jezus’ opstanding uit de dood mogen, ja, moeten ze zelfs spreken. Maar vóór het spreken komt het luisteren.
Zo geldt dat ook voor ons vandaag. Als christenen zijn wij geroepen om van Jezus te getuigen. Maar je hebt de wereld pas wat te vertellen als je je eerst zelf in de weg van Jezus hebt laten onderwijzen. Als je het moeten van Jezus’ lijden hebt leren aanvaarden, als vervulling van de wet en de profeten. Wie in deze wereld van Hem wil getuigen, kan dat niet zonder de boodschap van het kruis, waar Jezus ons met God heeft verzoend.

Ooggetuigen
Ik kom nu bij wat de leerlingen op de berg hebben gezien. Stralend stond Jezus daar voor hen, als een hemelse koning in al zijn majesteit. Precies zoals we Jezus mogen verwachten bij zijn wederkomst. Dan komt Jezus in al zijn heerlijkheid. Eigenlijk hebben de leerlingen dus al iets van de toekomst gezien, van de voleinding.
Zoals Jezus dat zelf al had aangekondigd, pal voor deze gebeurtenis: ‘Ik verzeker jullie: sommigen van de hier aanwezigen zullen niet sterven voor ze de komst van de Mensenzoon en zijn koninklijke heerschappij hebben meegemaakt’ (Matteüs 16:28). Met andere woorden: wat deze drie leerlingen op de berg te zien krijgen is niets minder dan hoe Jezus’ wederkomst zal zijn.
Christenen vragen zich wel eens af hoe het zal zijn bij Jezus’ wederkomst. Anderen vragen of het er ooit nog van zal komen. Wel, Petrus, Jakobus en Johannes zijn er al ooggetuigen van geweest! Op de berg heeft God hun zicht gegeven op de voleinding. Daardoor is in het hart van de leerlingen de zekerheid gegroeid dat de belofte van Jezus’ wederkomst werkelijkheid zal worden.
In zijn tweede brief schrijft Petrus dat laatste ook met zoveel woorden: ‘Toen wij u de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden (de belofte van Jezus’ wederkomst), baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels – integendeel, wij hebben met eigen ogen zijn grootheid gezien. Want hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke luister tegen hem zei: “Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde.” Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met hem op de heilige berg waren. Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen’ (2 Petrus 1:16-19a).
Hier vertelt Petrus wat de ervaring van Jezus’ verheerlijking op de berg voor hem en zijn medeleerlingen heeft betekend. Hun vertrouwen in de woorden van de profeten is toegenomen. Dat geldt in het bijzonder voor de belofte van Jezus’ wederkomst. Ook al steken mensen er soms de draak mee en zijn er spotters die smalend vragen: ‘Waar blijft hij nu? Hij had toch beloofd te komen?’ (2 Petrus 3:3-4), sinds deze ervaring op de berg weet Petrus dat het geen verzinsel is. Hij heeft Jezus’ grootheid zelf gezien.

Horizon
Het Mozesraam en het Christusraam in de Lasonderkerk hebben dus alles met elkaar te maken. Mozes mocht destijds het land zelf niet binnengaan, maar op de Nebo heeft God hem wel zicht op de vervulling gegeven. Niet alleen op het beloofde land zelf, maar ook op de toekomst waarin God zijn belofte zou vervullen.
Op een soortgelijke manier heeft God Jezus’ leerlingen op de berg zicht op de voleinding gegeven. Niet alleen op Christus zelf in al zijn heerlijkheid, maar ook op de toekomst waarin de Mensenzoon koninklijke heerschappij zal hebben.
Beide gebeurtenissen hebben een min of meer sacramentele functie. En ze zijn opgeschreven om de zekerheid van Gods toekomst ook voor ons te bevestigen, zodat wij zicht houden op de voleinding.
Veel mensen, ook veel christenen, lijden aan een verlies van eeuwigheidsbesef. We zijn zo thuisgeraakt op aarde dat we doorgaans niet zo sterk meer verlangen naar het komende leven. Onze horizon blijft vaak beperkt tot wat zich afspeelt tussen geboorte en dood, met alle overspannen verwachtingen van het leven die dat met zich meebrengt. Met alle moeite ook om lijden en mislukkingen te dragen. De beide bijbelverhalen, van Mozes op de berg en van Jezus op de berg, proberen onze horizon juist te verbreden. Ze geven ons zicht op de toekomst waarnaar wij onderweg zijn.

Dat is ook de functie die de beide ramen kunnen hebben voor kerkgangers in de Lasonderkerk in Enschede.
Ze roepen het eeuwigheidsbesef weer wakker. We mogen meekijken met Mozes en zicht krijgen op de vervulling. Er komt een nieuwe aarde waarop het leven goed is en al Gods beloften vervuld zijn. En we mogen meekijken met Jezus’ leerlingen en zicht krijgen op de voleinding. Christus zal komen in heerlijkheid en zijn koninklijke heerschappij zal de aarde vervullen. We mogen luisteren naar Jezus en vertrouwen hebben in de woorden van de profeten.
Om het met Petrus te zeggen: we doen er goed aan onze ‘aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.’ (2 Petrus 1:19).

Dr. Jaap Dekker is predikant van de NGK Enschede en docent bijbelvakken aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.

De beide grote ramen van de Lasonderkerk zijn afkomstig uit het vermaarde atelier ’t Prinsenhof in Delft. Ze zijn uitgevoerd in mozaïek: het palet bestond uit stukjes glas in honderden kleuren, tinten en nuanceringen, die in de vereiste vormen gesneden werden en dan met het lood aan elkaar verbonden. Het valt op dat de stukken glas in het oostelijke Christusraam groter zijn dan in het westelijke Mozesraam, dat enige maanden later geplaatst werd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief