OPAK
2013-08-03
De commissie OPAK bestaat uit drie vertegenwoordigers van de Vertrouwens- en Adviescommissie (VAC) en drie van de Commissie voor Contact en Samenspreking met andere kerken (CCS). De OPAK-regeling, die volgens commissielid ds. Kor Muller ‘niet in beton gegoten is en door de commissie waar nodig en wenselijk kan worden aangepast’, beschrijft de te nemen stappen wanneer een predikant of kandidaat uit een andere kerk predikant in de NGK wil worden.- Jaargang 57
- nummer 15
Allereerst onderzoekt de commissie de antecedenten en referenties van de betrokkene. Vervolgens wordt hem of haar gevraagd een persoonlijk verhaal te schrijven over hoe men ‘als gelovige en als predikant in het leven staat’, inclusief een persoonlijke sterkte-zwakteanalyse. Ook beoordeelt de OPAKcommissie een zestal preken.
Als de commissie daaruit een positief beeld krijgt, vindt er een gesprek plaats over de motieven voor de gewenste overgang, de aangeleverde preken en de kennis van de NGK. Indien ook dit tot een positief oordeel leidt, wordt afgesproken welk toelatingstraject verder gevolgd moet worden. Daartoe kan een psychologisch onderzoek behoren en behoort in elk geval het volgen en succesvol afsluiten van onderdelen van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.
Als een gemeente in principe besloten heeft de predikant van een ander kerkverband te willen beroepen, examineert ten slotte de regio waartoe de gemeente behoort de predikant met het oog op een beroepbaarstelling. Dat gebeurt op basis van een attest van de commissie OPAK dat ‘ten minste een positief oordeel omvat over motivatie, geschiktheid en bekwaamheid voor het ambt van predikant binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken’. Na de beroepbaarstelling kan dan een beroep worden uitgebracht.