Geloven zonder plattegrond?
2013-09-21
Een Nederlandse Gerefomeerde Kerk waar niet meer uit de Heidelbergse Catechismus wordt gepreekt is geen buitenbeentje meer. Dat terwijl de catechismus door de eeuwen heen de middagdienst en catechese stempelde. Wat zeggen de predikanten uit onze kerken over deze ontwikkeling? Bijna iedereen noemt de wegvallende middagdienst als een oorzaak, blijkt uit een belronde. Ook hebben de ruildiensten in de middag de regelmaat uit de catechismuspreken gehaald. Maar er is meer.- Jaargang 57
- nummer 18
Dick Westerkamp (predikant NGK Houten) ervaart de catechismus als sterk gedateerd. ‘Toen het boekje geschreven werd, werkte het prima. Het was een goede uitleg van de christelijke leer in gereformeerd perspectief.
Maar eeuwen later is de vorm en aanpak verouderd, waardoor je het zelf moet gaan uitleggen. Dat maakt het als leerboekje volgens mij ongeschikt, terwijl de inhoud wel goed is.
Ik zeg daarom weleens tegen mensen: lees de catechismus gewoon eens door. En een paar jaar geleden hebben we een catechismuscursus gedaan, die geleid werd door een gemeentelid. Een keer of drie is dat gebeurd, met steeds ongeveer tien mensen, waarbij sommigen van huis uit vertrouwd waren met de catechismus, maar anderen niet.’
Auke Siebenga is pastoraal werker en preekt al een aantal jaren in verschillende NGK-gemeentes. ‘Voor mij heeft de catechismus een methode – vraag en antwoord – die beperkt is. De methode stamt uit een tijd waarin maar weinigen konden lezen. Ik prikkel mensen liever eerst tot nadenken, om zo te komen tot eigen(tijdse), doorleefde antwoorden.’
Niet zo talig
In de Havenkerk in Den Haag is de catechismus om heel andere redenen buiten beeld. De mensen uit de Schilderswijk komen uit een leefsfeer die haaks staat op het intellectuele en rationeel-systematische van de catechismus, zo reageert Peter Strating, predikant van de Havenkerk. ‘De mensen zijn niet zo talig en kennis en (logisch) redeneren speelt niet voor hen. Ze geloven, maar buiten letters en boeken om. Vergelijkbaar misschien met mensen in de middeleeuwen of de derde wereld.’ Strating preekte in Katwijk en Rijswijk wel uit de catechismus, maar schoof gaandeweg op in geloofsbeleving.
‘Het is meer om relaties gaan draaien. En ik merk dat ik God vooral ontmoet in de aanbidding – al is aanbidding wel weer breed. Soms ervaar je iets van Gods aanwezigheid, iets van vrede, vrolijkheid, een glimp van gerechtigheid. Dat is het Koninkrijk zonder veel uitleggerigheid.’ ‘Ik houd zelf vast aan de kernen van het christelijk geloof en probeer dat ook aan de mensen mee te geven’, vervolgt Strating. ‘Maar meer dan de hele praktische kern daarvan is in de Havenkerk niet nodig, laat staan dat ik uit de catechismus zou gaan preken.’
In de meeste NGK’s ligt het wat anders dan in de missionaire gemeente van Den Haag. Martin van der Klis blikt op de kleine zes jaar dat hij inmiddels predikant van de NGK Bunschoten-Spakenburg is: ‘We hebben in de eerste paar jaar om beurten uit de catechismus gepreekt. Daarna raakte het wat in het slop. Sinds twee jaar proberen we één van de drie ‘blokken’ (Tien Geboden, het credo en het Onze Vader) te doen. Vorig jaar ging het over het gebed en het komend seizoen over het credo. We plannen ongeveer één leerdienst per maand en de mensen weten dat.’ Van der Klis vertelt dat het dit jaar gekoppeld is aan het project ‘Leven uit de bron’, waarmee de kerkenraad bezig is. Daar draait het om thema’s als waar de gemeente voor staat en hoe Christus centraal staat. De predikanten in Bunschoten krijgen positieve reacties op de leerdiensten. ‘De mensen waarderen het dat je werkt aan de inhoud en structuur van het geloof.’
Landen
Frank Bruintjes is predikant in de gemeente van Kampen. Bruintjes wordt zelf aangesproken door het persoonlijke karakter van de catechismus – bijvoorbeeld het karakteristieke ‘ook voor mij’ (onder meer in antwoord 21 en 53). Tegelijk is hij zich bewust van de achtergrond waartegen de catechismus geschreven werd. Bruintjes: ‘Wat ik tegen zo’n wat historische achtergrond graag wil laten zien is hoe bevrijdend het Evangelie toen was; en dat in het vertrouwen dat die bevrijdende kracht van Christus ook hier en nu ervaarbaar dichtbij komt. Al blijft dat spannend, want de 450 jaar tijdsverschil voel je op tal van momenten. Alleen al als je denkt aan de Rooms-Katholieke Kerk van toen en nu.’
Wieb Dijksterhuis (predikant Voorthuizen-Barneveld) benadrukt dat hij nooit de tekst van de catechismus bepreekt, maar altijd een bijbelgedeelte voor ogen heeft. Die aanpak is trouwens opvallend algemeen.
Dit jaar komt er in Voorthuizen-Barneveld een blok van diensten over de Tien Geboden. Dijksterhuis: ‘Wat ik heel belangrijk vind is dat een catechismuspreek echt landt in het hier en nu. Dat je dus antwoord geeft op de vragen van de mensen die je vandaag voor je hebt, zodat je niet in de vraagstellingen van 450 jaar geleden blijft steken. Want dan raakt het de mensen niet.’
Kees de Groot (predikant Nunspeet) benut in dat verband de vele gevoelswoorden die de Heidelbergse Catechismus gebruikt en die vaak goed aansluiten bij de emoties van onze cultuur, zoals jaloezie (vraag 60), je zeker voelen (vraag 6, 44, 86) en verlangen (vraag 81). Hij werkt ook weleens met een stilte ter overweging, bijvoorbeeld rond het thema van zonde en vergeving.
Magnifiek
De meeste predikanten vinden dat de catechismus als leerboekje wel te gebruiken is, ondanks gedateerde trekken. Kees de Groot: ‘De onderliggende teksten zijn niet altijd even sterk en de fronten – Rome en de dopersen – liggen nu ook anders. Soms is het ook te kort door de bocht, bijvoorbeeld in zondag 10. In het lijden speelt meer: niet alleen de hand van God, maar ook de zonde en de duivel en de menselijke verantwoordelijkheid.
Het ligt dus gecompliceerder dan enkel een keuze tussen het lot en God.’
Jan Mudde (NGK Haarlem) herkent ook de tekorten van de jubilaris, maar vindt dat er genoeg boeiende stof te vinden is voor een leerdienst. ‘Het evenwicht is soms inderdaad wat zoek. Dat het zo breed gaat over de sacramenten en er maar één zondag gewijd is aan de opstanding, dat laat iets zien van die gedateerdheid. Maar er zijn ook veel magnifieke, bijna tijdloze momenten aan te wijzen, zoals de zondagen over de Tien Geboden.
Daar zijn heel goed diensten omheen te bouwen.’
Mudde maakt in zijn catechismusdiensten geregeld ruimte voor interactieve momenten, bijvoorbeeld door bij een preek over het achtste gebod de mensen te laten reageren op een aantal alledaagse situaties, met de vraag of er in dat geval sprake was van diefstal.
Hapsnapwerk
Algemeen is het besef dat het goed is om regelmatig diensten te houden over thema’s uit de geloofsleer. Ook voor de predikanten zelf, omdat het gevaar van eenzijdigheid en stokpaardjes niet denkbeeldig is.
Kees de Groot: ‘Het heeft iets van “back to basics” en dat is voor predikant en gemeente goed. Want als het gaat over gebod, gebed en geloof – en daar gaat het in de catechismus over – dan brengt je dat bij de kernpunten van het geloof. Of neem avondmaal en doop, daar leven in de gemeente genoeg vragen over. Of de diepte van de zonde en wie Christus daarin voor ons wil zijn. Daarbij is het goed om je te realiseren dat je in een traditie staat. De kerk is niet gisteren met jou begonnen!’
De Groot merkt ook positieve respons op de leerdiensten die hij vanuit de catechismus neerzet. De mensen blijven er niet voor weg; ze lijken er zelfs voor te komen. Over het aantal kerkgangers in de middagdienst klaagt hij evenmin. Maar het vraagt wel dat je investeert in zo’n dienst, benadrukt hij. Het zou dus een gemis zijn als diensten over de geloofsleer zouden verdwijnen. Dick Westerkamp voelt dat mee, maar heeft zo direct geen oplossing. ‘Ik zie dat het in de gemeente veel meer hapsnapwerk geworden is. Je denkt soms: waar laten mensen zich nou door vormen?
Door boeken soms, of films of iets van internet. Het kan van alle kanten komen. Daarbij merk ik dat er bij veel mensen weinig interesse is om de dingen echt grondig door te praten. Ook niet als het gaat over punten die echt spelen in onze gemeente, zoals de waarde van de kinderdoop. Het hapsnapwerk levert soms ook vreemde discussies en wonderlijke argumenten op rond thema’s als het duizendjarig rijk en de wederkomst.’ Tegelijk ziet Westerkamp ook wel weer dat er mensen zijn die naast het dagelijks werk een vierjarige bijbelschool gaan doen of een cursus waarbij de Bijbel in een jaar wordt doorgelezen. Die kant is er ook.
Andere sporen
Het blijft dus wat zoeken en tasten naar iets als een plattegrond van het geloof. Daarvan zijn mooie voorbeelden te geven. Piet van Veelen (predikant in Wormer) vertelt dat de middagdiensten in Noord-Holland al jaren ruildiensten zonder catechismuspreken zijn. Pastor Piet heeft daarom een moment in de ochtenddienst gevonden om aandacht te geven aan de christelijke leer.
‘Elke eerste en derde zondag van de maand hebben we in de morgendienst een gezamenlijk moment van belijden, dat ik invul met een gedeelte uit de Heidelbergse Catechismus of de Nederlandse Geloofsbelijdenis.’
Dat levert goede momenten op. ‘Recent las ik zondag 12 – waarom je een christen wordt genoemd. En dan komt er een tweeslag: je draagt die naam omdat je een nieuw bestaan in Christus hebt ontvangen, maar vervolgens ook omdat je profetisch, priesterlijk en koninklijk aan de slag gaat. Die naam van christen heeft dus te maken met ons “zijn” en met ons “doen” en dat paste naadloos bij de preek over de smalle weg. Zo probeer ik aandacht te geven aan de samenhangen in het geloof en ik merk dat mensen dat fijn vinden. Ook mensen met een evangelische achtergrond.’
Auke Siebenga zou graag willen werken met thematische blokken of een reeks naar aanleiding van een bijbelboek, zoals in zijn eigen thuisgemeente (de NGK Zwolle II) gebeurt in ‘opbouw-avonddiensten’. ‘Dat geeft een rode draad en het is goed als die rode draad in preken terugkomt. Mijn wens is dat het mensen helpt om te groeien in het ontzag voor God en voor de diepte, de breedte, de hoogte van het Evangelie’.
Jan Mudde geniet op dat gebied van een jaarlijks project dat inmiddels al een paar jaar in Haarlem draait. ‘Daarbij komt het thema ’s zondags aan de orde in de morgendienst, waarbij er voor dagelijks gebruik thuis een leesrooster is en verder een wekelijkse bespreking in de kleine groepen. Daar wordt door de gemeente geweldig goed aan meegedaan en dan merk je dat de mensen best wat willen leren!’ Zie voor een voorbeeld van zo’n project Muddes boekje Op weg naar Pinksteren.
En om dan nog even de toekomst in te kijken: Kees de Groot laat als docent preekkunde aan de NGP zijn studenten ook altijd een preek maken over de catechismus. Dat levert positieve ervaringen op. ‘Pas nog liet één van de studenten merken dat hij weinig zin had in een preek over een catechismuszondag. Maar na afloop van de bespreking van zijn catechismuspreek vertelde hij dat hij het veel leuker had gevonden dan hij van tevoren gedacht had. Van zulke momenten kan ik wel genieten.’
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.