‘Je moet blijven belijden’
2013-09-21
Wat de Heidelberger niet doet, doet de catechismus van Ben Wentsel wel: antwoorden geven op vragen van ónze tijd. De secularisering, de islam, antisemitisme: allerlei actuele zaken neemt de emeritus predikant onder de loep.- Jaargang 57
- nummer 18
‘Ik wil de bestaande belijdenisgeschriften niet vervangen, maar juist voortzetten’, zegt hij. ‘Je bent er nooit. Je moet blijven belijden.’
‘Dit is geen gewoon boekje.’ Ds. Ben Wentsel zit achter het grote bureau in zijn studeerkamer. Voor hem liggen De kleine Protestantse Catechismus en De grote Protestantse Catechismus, de vruchten van twintig jaar lesgeven in de geloofsleer aan De Wittenberg in Zeist, de vruchten ook van een lang leven (84 jaar is hij inmiddels) als dienaar van het Woord.
Zijn opmerking over zijn eigen werk is er echter geen van trots of eigenwaan.
Dat het geen ‘gewoon boekje’ is, heeft niks te maken met Wentsel zelf, met zijn staat van dienst of met zijn zienswijzen. ‘Wat ik schrijf, is niet van mijzelf, het is niet mijn mening’, zegt hij. Nee, het boek is bijzonder omdat het de aloude geloofsleer van de kerk opnieuw onder woorden heeft gebracht, maar dan vanuit de context van onze tijd. Wentsel: ‘Ik heb de belijdenisgeschriften proberen voort te zetten en de lijnen van de reformatie doorgetrokken naar nu. Het boek bijt de spits af naar de 21ste eeuw.’
Lijvig
De kleine Protestantse Catechismus is een boekje van zo’n 140 pagina’s en is er voor het brede publiek. Het telt 50 oefeningen – of gesprekken – die uitgewerkt zijn in 240 vragen en antwoorden.
De grote variant is een pil van meer dan 700 pagina’s en werkt de 50 onderwerpen dieper uit aan de hand van 1077 vragen en antwoorden. Voer voor theologen, dominees en andere bovengemiddelde ‘leermensen’.
Hoewel Wentsel de catechismus de afgelopen jaren schreef, voert de oorsprong van het werk veel verder terug, tot in de jaren ’70. Wentsel was in 1976 net een paar jaar voorganger van zijn vijfde gemeente, de Gereformeerde Kerk van Den Haag-West, toen (NGK’er) Pieter van Kampen hem vroeg om les te komen geven op de Bijbelschool in Zeist (tegenwoordig De Wittenberg). Hij nam het aanbod graag aan en onderwees zo’n twintig jaar lang studenten in de leer van de Bijbel.
Wentsel zette zijn lessen ook op papier en daaruit ontstond een lijvige dogmatiek, die door uitgeverij Kok tussen 1981 en 1998 in zeven banden werd uitgebracht. Die 5000 pagina’s vatte Wentsel in 2006 samen in het tweedelige HIJ-IS-ER-BIJ.
Hoewel al toegankelijker, was dat handboek toch nog zware kost voor studenten, zo merkte theoloog Jan Hoek op bij de presentatie. Dat prikkelde Wentsel om, ondanks dat hij de 70 allang gepasseerd was, nóg een vertaalslag te maken. Dat werden na zes jaar werk de kleine en grote catechismus.
Mondig
Wentsel slaat de kleine catechismus open bij de eerste oefening en leest de eerste vraag voor. ‘Waar vinden we U, Geheimzinnige, naar wie velen op zoek zijn?’
Hij vraagt mij het antwoord voor te lezen. ‘U bent er, mens, omdat Ik er ben; u zult er zijn, omdat Ik er zal zijn.
Ik ben de Alfa en de Omega, Hij-dieis en Hij-die-was en Hij-die-komt, de Albeheerser. Ik zoek u en sta voor u open; als u volhardt, vindt u Mij.’
‘Zie je?’ zegt hij. ‘Iedere oefening begint met een gesprek met God, een gebed. Het is belangrijk dat wij met God leren omgaan. Er wordt heel veel óver Hem gepraat, maar je moet eerst mét Hem praten. We moeten in zekere zin “mondig” worden in onze omgang met Hem.’
Er volgen nog drie vragen, waarna de oefening op de rechter bladzijde verdergaat met een ‘gesprek tussen leraar en leerling’, dat meer vormgegeven is in de bekende stijl van de Heidelbergse Catechismus.
Eerst met God praten in gebed, dan over God praten met een leraar: dat is het idee van Wentsel. ‘Bovendien houdt die vraag- en antwoordvorm je scherp’, zegt hij. ‘Het dwingt je om met antwoorden te komen.’
Actueel
Op deze manier behandelt Wentsel alle mogelijke elementaire geloofsvragen. Wie is God? Spreekt God nog? Hoe regeert God goed en kwaad? Wie is Jezus? Waarom stierf Hij? Wat betekent Pasen? Wie is de Heilige Geest?
Het verbond met Abraham krijgt veel ruimte – ‘dat loopt tot op de dag van vandaag door’ – en ook toont Wentsel een sterke missionaire inslag. ‘Jouw opdracht, mijn opdracht is het maken van discipelen. Een getuige van Jezus zijn, meer wil ik niet.’
Daarnaast passeren allerhande actuele vragen de revue. Wat beoogt U met de komst van de islam? Wat zegt U ons door de Shoah en de staat Israël? Hoe bestrijden wij het antisemitisme? Hoe gaan we om met aanleg, talenten en charismata? Hoe gaan we om met Uw rechten op ons en met mensenrechten?
In deze vraagstukken bewijst Wentsel de relevantie van zijn catechismus ten opzichte van oudere catechismussen. Het is een catechismus van deze eeuw, van deze tijd. En dat is iets wat we als kerk nodig hebben, meent de predikant. ‘Je bent er nooit, je moet blijven belijden’, zegt hij. ‘Zo werd in Zuid-Afrika ten tijde van de apartheid de Belhar-belijdenis opgesteld, die zich tegen de apartheid uitsprak. In je belijden moet je ingaan op de context. Voor ons betekent dat bijvoorbeeld dat we iets moeten met de toename van het aantal moslims om ons heen, of dat we iets te zeggen moeten hebben over het ietsisme, waar je zo vaak over hoort.’
Analfabeten
De antwoorden van Wentsel – zowel die vanuit de persoon van God als die vanuit de leraar – worden ondersteund en verklaard met een groot aantal tekstverwijzingen. Je leest er daardoor niet vlot doorheen, maar dat is ook niet zijn bedoeling. ‘Het is een boek waarvoor je je moet inspannen. Je moet de teksten opzoeken, je moet studeren’, zegt hij. Waarna hij er wat wrang aan toevoegt: ‘Dat wil men alleen niet meer tegenwoordig.’
Dat laatste was één van de drijfveren voor Wentsel om zijn dogmatiek in toegankelijker taal op papier te zetten.
Er is volgens hem sprake van een groot ‘leeranalfabetisme’ in de kerken. Kort gezegd: ‘Men weet niks meer.’
De predikant zou graag zien dat dat verandert en dat kerkleden zich weer gaan verdiepen in de leer. Niet alleen ter opbouw van hun eigen geloof, maar ook vanuit een missionaire motivatie. ‘Zeker in deze tijd moeten wij het christendom verdedigen. Ook intellectueel. Zoals in 1 Timoteüs staat geschreven: verkondig de leer, om uzelf én uw naaste te redden. Het gaat bij de leer niet om weetjes, om wetenswaardigheden. Het gaat om je behoud, je zaligheid!’
Nieuw
Nadat de kleine en grote catechismus vorig jaar uitkwamen, heeft Wentsel geprobeerd ze onder de aandacht van de kerken te brengen. Dat viel echter vies tegen. ‘De vrijzinnigen vinden het niks, omdat die niets willen vastleggen. De “midden-orthodoxen” lopen tegen het triniteitsdenken aan en de orthodoxen denken bij een catechismus enkel aan de Heidelberger. Zij zijn wellicht ook bang voor iets nieuws of afwijkends. Terwijl ik zorgvuldig vermeden heb dat er iets van “Wentsel” in zou komen te staan. Ik heb mijn meelezers altijd gevraagd om mij daarop aan te spreken. Want het gaat mij enkel om de Bijbel, om Gods Woord. Zo heb ik altijd gepreekt, zo heb ik ook dit geschreven.’ Wentsel vindt het erg jammer dat de kerken tot nu toe weinig enthousiast hebben gereageerd. ‘Ik heb het werk in zekere zin voor hen gedaan. Ik heb het geschreven voor de kerk, voor de hele kerk. Maar ze hebben het links laten liggen.’
Nu wil de dominee zich niet beklagen en hij had ook niet verwacht dat zijn catechismus standaardwerk op iedere kansel zou worden. Maar voor bespreking in bijbelkringen of als individueel leerboek lijkt het hem prima geschikt. ‘Dus geef voortaan geen fles wijn of één of ander liflafje aan een jarige. Doe hem een catechismus cadeau.’
Jordi Kooiman is zelfstandig journalist en eindredacteur van Opbouw.
| Biografie Benjamin Wentsel (13 juli 1929) werd geboren in Ridderkerk als zoon van een dominee. Die ‘erfenis’ maakte hij te gelde door te gaan studeren aan de Theologische Hogeschool in Kampen en later te promoveren op het onderwerp ‘natuur en genade’, naar aanleiding van een uitspraak van het Tweede Vaticaans Concilie over moslims. Wentsel was predikant in de Gereformeerde Kerken van Pingjum-Zurich, Oudewater, De Lier, Beverwijk-Heemskerk en Den Haag-West. Van 1976 tot en met 1997 was hij docent aan De Wittenberg. In 1990 ging hij met vervroegd emeritaat om zijn dogmatiek te kunnen afmaken. Nu zijn dogmatiek en de daaruit voortvloeiende catechismus af zijn, is Wentsel begonnen aan zijn biografie. Die hoopt hij volgend jaar af te hebben. En daarna? Dan is het welletjes geweest, vindt hij. Eens moet hij een punt zetten. |
| Islam Net als in zijn dogmatiek HIJ-IS-ER-BIJ besteedt ds. Ben Wentsel in zijn catechismus veel aandacht aan de islam. Ter illustratie drie vragen uit de kleine protestantse catechismus rondom dit onderwerp. 55.4. Wat is de relatie tussen Isaak en Ismaël, Jezus en moslims? Ik zette mijn verbond voort met Isaak en zijn nageslacht, gaf hun Kanaän en zegende door hen alle geslachten en dus ook Ismaëls nageslacht, Gen 17:15-22; 26:1-6, 12-14; Gal. 4:21-23. 58. Waarom liet U, alles regerende Vader, toe dat de islam opkwam? Ik waardeerde het dat deze één God erkende en Jezus als de door Woord en Geest tot aanzijn geroepen zoon van Maria en zich beriep op Thora en Evangelie, maar zij raakte op een verkeerd spoor. Ik oefen al eeuwen geduld met moslims opdat zij Jezus erkennen als de met Mij gelijkwaardige Zoon; wie Hem (er)kent, kent ook Mij, zijn zender, Mat 1:21; Luc. 2:10-14; Joh. 1:18; 5:23-24. 59.1. Welke rol gaf U Ismaëls omvangrijke nageslacht en de islam? Ik zegende dit nomadenvolk, maar het trad agressief op, Gen. 16:10,12; 17:20; 25:12-18; Richt. 2-3:1-6; 2 Kron. 21:16-17; 22:1. Ik beproefde u door de islam, in 1453 door de val van Constantinopel, in 2001 door verwoesting van de tweelingtorens in New York, vgl. Mat. 24:1-14; 1 Pe. 3:13-17; 5:5-11; Openb. 18. |