Vrijgemaakte vrouwen in het ambt
2013-09-21
Twee weken geleden is het gepresenteerd: het langverwachte rapport van het gereformeerd-vrijgemaakte deputaatschap over vrouwelijke ambtsdragers. De uitkomst is zeer helder: bijna unaniem (slechts één van de zeven deputaten is tegen) wordt geadviseerd alle ambten voor zusters open te stellen. De volledige tekst van het rapport is te vinden op www.gkv.nl/beleidsrapporten.- Jaargang 57
- nummer 18
In De Reformatie van 6 september geeft de redactie een samenvatting van het rapport. De meest in het oog springende passages uit dat artikel neem ik hier over. Om te beginnen de belangrijkste conclusies van het rapport:
1. De visie dat vrouwen ambtsdrager mogen zijn is bij het licht van de Schrift legitiem.
2. Gelet op de huidige situatie binnen de GKv, waar verschillende visies bestaan over m/v in de kerk, betekent dit niet dat vrouwen overal als ambtsdrager moeten gaan functioneren.
3. Het al dan niet functioneren van vrouwen als ambtsdrager mag voor de GKv geen belemmering vormen in de kerkelijke contacten met CGK en NGK.
Spannend is natuurlijk de vraag hoe men bij deze conclusies uitkomt. Is er een heel andere weg bewandeld dan in het Nederlands-gereformeerde rapport ‘Vrouwelijke Ouderlingen en Predikanten’
uit 2004, waarop toen vanuit de GKv nogal wat kritiek kwam? Vooralsnog (het rapport is nog maar net uit) lijkt het verschil me meer optisch dan werkelijk.
De Reformatie:
(In hoofdstuk 3 volgt) een bespreking van de hermeneutische overwegingen die bij het bijbellezen een rol spelen.
Hermeneutiek wordt opgevat als bezinning op en verantwoording van het hele verstaansproces. Dit hoofdstuk maakt duidelijk hoe de verschillen in context tussen toen en nu onze manier van lezen beïnvloeden. In de gereformeerde traditie is dit besef al veel langer aanwezig, zo laten deputaten zien. Dit betekent niet dat wij met ons eigen bijbellezen de kracht en het gezag van de Bijbel als Gods Woord gaan overheersen. Juist door ons bewust te zijn van de verschillen in context willen we op het spoor komen van wat de Geest ons in dat Woord wil zeggen in de context waarin wij vandaag leven.
Wanneer we ons bewust zijn van het verschil in context, zo gaat hoofdstuk 4 verder, wat hebben de belangrijkste teksten over m/v in de kerk ons dan te zeggen? De Bijbel laat zien dat culturele patronen inzake de manvrouwverhouding volop gebruikt en benut worden als bedding waarin Gods Koninkrijk zijn weg vindt. Toch kunnen deze patronen het zicht op wat werkelijk goed is ook belemmeren. Dan moet er kritisch mee worden omgegaan. Dit geldt dan ook voor rolpatronen zoals we daar binnen de kerk aan gewend zijn. Wij moeten waar nuttig aansluiten bij de cultuur, en waar nodig kritisch ingaan op de cultuur. Concreet betekent dit dat zowel mannen als vrouwen in dienst van de verspreiding van Gods Evangelie op een gelijkwaardige manier mogen worden ingeschakeld.
Het vaak gebruikte argument dat Paulus in 1 Timoteüs 2 toch verwijst naar een blijvende scheppingsorde, waarin vrouwen juist níét op zo’n gelijkwaardige manier mogen worden ingeschakeld, wordt in drie opmerkingen besproken.
Allereerst herinnert Paulus daar niet alleen aan de schepping, maar ook aan zondeval en verlossing. Een beroep op een scheppingsorde moet er altijd rekening mee houden dat deze door de zonde ernstig verstoord is.
Bovendien gebruikt Paulus de scheppingsgeschiedenis in een vergelijkend argument. De gedachte aan een scheppingsorde, waarin iedereen de hem of haar toegemeten positie toebedeeld heeft gekregen, sloot goed aan bij wat destijds maatschappelijk gangbaar was, terwijl die in onze situatie bevreemding wekt. Ook de inzet van dit argument wordt dus gekleurd door de context. In de derde plaats blijkt de verwijzing van Paulus naar Adam en Eva onderdeel van een palet aan motiveringen, zonder dat duidelijk wordt welk gewicht elk van die motiveringen afzonderlijk heeft.
Tot zover de weergave van De Reformatie.
Sta mij toe (ooit maakte ik deel uit van de Commissie VOP van onze kerken) mijn eerste indruk te geven. In dit rapport lijkt de voortgang van het Koninkrijk van God de maatstaf te zijn waaraan concrete bijbelse voorschriften worden gemeten, om hun betekenis voor vandaag te bepalen. Prima wat mij betreft, niets op tegen. Maar intussen zijn wel altijd wij het die dit bepalen; het criterium ligt buiten de bijbeltekst zelf. Mijns inziens moet hier hermeneutisch meer over gezegd worden dan in dit rapport gebeurt, zoals dat wel expliciet gedaan werd in het rapport van de Nederlands-gereformeerde commissie uit 2004.
Intussen ligt er nu wel een stevig stuk op tafel, waar nog heel wat over gesproken zal worden. Geen wonder dat het rapport veel werk maakt van een bespreking van de vraag hoe om te gaan met verschillende visies binnen de kerk. Voor een van huis uit monolithisch kerkgenootschap als de GKv, nagenoeg zonder enige traditie in het omgaan met verscheidenheid, is dat bepaald geen geringe opgave.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.