Preekbespreking verdient tijd en aandacht
2013-09-07
Een preek bespreken, hoe doe je dat? Enkele uitgangspunten, handvatten en modellen.- Jaargang 57
- nummer 17
Vanavond staat het weer op de agenda: preekbespreking. Ik ben er blij mee, want preken doe ik met veel plezier. Gisteren heb ik de ouderlingen een paper meegegeven met een overzicht van de gehouden preken van de afgelopen drie maanden. Ik zie ernaar uit met hen te overleggen over iets wat een groot deel van mijn wekelijkse taak beslaat. Tegelijk vind ik het spannend. Hebben ze gemerkt dat die preken over Romeinen me veel energie hebben gekost? Klopt mijn gevoel dat de jeugd minder geboeid luistert dan een halfjaar geleden? En wat zou daarvan de oorzaak kunnen zijn? Ik besef dat voor een dergelijke bespreking een open sfeer fundamenteel is en dat het gesprek ook geestelijke diepgang moet krijgen.
Broederlijk
Hoe kan preekbespreking een opbouwend en openhartig gesprek op de kerkenraad worden? Wat ik erover hoor, geeft een gemengd beeld. Soms blijft het agendapunt ‘preekbespreking’ heel formeel en wordt een lijst aandachtspunten afgevinkt. Soms krijgt de preekbespreking een onverwacht kritische draai. Soms wordt het gebruikt om de eigen visie op preken, predikant of gemeente te ventileren, zonder dat er gesprek ontstaat. Een andere keer blijft het gesprek beperkt tot waardering en bemoediging voor de predikant, maar levert het hem geen stimulansen op. Ook blijft het gesprek gemakkelijk in algemeenheden steken, zonder dat het persoonlijk wordt.
Voorwaarde voor een goede preekbespreking is een broederlijke sfeer tussen predikant en ouderlingen.
Preekbespreking heeft geen enkele zin als de onderlinge communicatie vastzit, als het wederzijdse vertrouwen aangetast is of als er een openlijk of verborgen conflict is.
De verantwoordelijkheid voor de prediking ligt niet alleen bij de predikant. Het is een verantwoordelijkheid van de kerk, waarbij de raad van oudsten een eigen roeping heeft (Handelingen 20:28-32, 1 Timoteüs 4:14). Tot het gereformeerde kerkrecht behoort dat de ambtsdragers op elkaars ambtelijk werk toezien, waarbij de ouderlingen in het bijzonder toezicht hebben op de prediking. Dat één persoon hiervoor speciaal is vrijgesteld, neemt de verantwoordelijkheid van de hele raad niet weg. Daarom acht ik de typering ‘broederlijk beraad’ geschikt voor het karakter van de preekbespreking. Het is geen periodieke controle, maar een middel om de predikant te dienen en samen de verantwoordelijkheid voor de verkondiging te nemen.
Huid en haar
Preekbespreking is slechts één van de mogelijkheden voor gesprek rondom de preek. Er moet communicatie rond de preek bestaan, om te voorkomen dat de preek op een afkalvend eilandje blijft staan. Ook is gesprek rond de preek van belang om eenzaamheid van de prediker te voorkomen. Prediker en hoorders zijn op elkaar aangewezen, en samen op het Evangelie van Jezus Christus.
Spontane reacties op een preek – mits met enige wijsheid en timing geuit – worden door de meeste predikanten gewaardeerd! Als er tijd en gelegenheid voor is, geeft het zomaar aanleiding voor een mooi gesprek over het Evangelie.
De gespreksmogelijkheden rondom het preekproces zijn in schema 1 samengevat. Het is belangrijk om daarbij het verschil tussen preekanalyse en preekverwerking duidelijk te houden. Analyse is erop gericht de predikant inzicht te verschaffen in de positieve en negatieve kanten van zijn prediking. Dit is een kwetsbaar proces, omdat een prediker zich met huid en haar aan dit werk heeft gegeven. Verwerking is erop gericht dat de hoorder de preek in zijn eigen leven gebruikt. Wat neemt hij van de preek mee? Hoe geeft zij aan de Heer antwoord op de verkondiging? In de verwerking bereikt een preek het doel. Wie hier geen tijd voor neemt, heeft geen recht om iets over de preek of de prediker te zeggen.
Schema 1: gespreksmogelijkheden rondom het preekproces.
|
Bij preekbespreking op de kerkenraad gaat het om preekanalyse. We zitten hier bij de kern van het kerkenraadswerk: de geestelijke leiding die aan de gemeente gegeven wordt. Het agendapunt ‘preekbespreking’ mag daarom niet in de knel komen door tijdsdruk. Het heeft recht op zijn eigen ruimte in de vergadertijd. En ook hier geldt de voorwaarde: voordat je het preekwerk gaat evalueren, dient er eerst aandacht te zijn voor de verwerking van de verkondiging.
Voor deze verwerking zijn standaardvragen beschikbaar: Waarin hebt u Gods aanspraak ervaren? Wat neemt u voor uzelf als boodschap van deze preek mee? Welke woorden of zinnen hebben u in het bijzonder getroffen?
Hoe zou u de Heer willen antwoorden op de verkondiging?
Waslijsten
De persoonlijke verwerking geeft niet alleen een geestelijke verbondenheid, maar geeft een predikant ook inzicht in het effect van de prediking. Zeker als hij zijn preek heeft gemaakt met een duidelijke doelstelling. Daarna kan het gesprek doorgroeien naar een systematischer preekbespreking, die verder gaat dan algemeenheden. Maar welke werkvormen zijn hier dienstbaar aan?
Er functioneren diverse vragenlijsten voor preekbespreking. Allerlei aspecten van de prediking hebben daarin een plaats gekregen. Mijn moeite met dergelijke waslijsten is dat ze het gesprekskarakter van de bespreking eerder onderdrukken dan stimuleren. Veel vragen verraden een bepaalde theologische visie, zeker als ze gesloten geformuleerd zijn (ja of nee) of objectiverend werken (hoe spreekt de prediker over…).
Het is zinvol om bij een opmerking door te vragen naar de achterliggende ervaring. Ook zijn er meer persoonlijke vragen nodig om tot een dieper gesprek te komen. Hoe komt bij u de persoonlijke presentatie over? Wat vindt u van het taalgebruik?
Ouderlingen en predikanten hebben baat bij een open en eerlijke opstelling. Een goede voorbereiding van de preekbespreking helpt om het gesprek inhoud te geven. Daarbij is een goede luisterhouding dienstbaar: niet alleen wat iemand zegt heeft waarde, maar belangrijker is wat iemand bedoelt en welke ervaring daaronder ligt.
Hoorder
Als het gesprek goed verloopt, liggen er grote mogelijkheden. Alleen al het hebben van een goed gesprek werkt stimulerend: ouderlingen en predikanten staan samen achter het werk en dienen elkaar met wijsheid en liefde. Het isolement wordt doorbroken.
Het lijkt mij zinvol om de eigen inbreng van de ouderlingen in kaart te brengen. Wie vaktechnische kritiek op zijn preken wil hebben, zal dat bij zijn vakgenoten moeten halen. Ouderlingen zijn dat niet. Waar liggen hun sterke kanten?
Ouderlingen kennen de gemeente en de wereld meestal beter dan de predikant. Niet omdat een predikant wereldvreemd is, maar een ouderling heeft hier een voorsprong. Hij neemt deel aan het arbeidsproces in de maatschappij. Hij functioneert in het bestaande sociale netwerk van de gemeente. Hij kent de geschiedenis en de achtergronden van de gemeenteleden uit ervaring. En hij heeft gemakkelijker informeel toegang tot de mensen. Voor jongere predikanten komt daar nog bij: ouderlingen hebben meer levenservaring en ook hun geloofsleven (bevinding) is meer gerijpt. In het hart van de ouderlingen is over het algemeen veel wijsheid te vinden. Dat is mijn uitgangspunt, ook al zal dat per ouderling best verschillen.
Dit betekent dat een ouderling op een aantal aspecten een waardevolle bijdrage voor de preekbespreking heeft.
Zijn sterke punten liggen vooral in het inschatten van wat de gemeente nodig heeft en in het beoordelen van het rendement en het (geloofs)evenwicht van de prediking. Bovendien heeft hij één bijkomend voordeel op de prediker: hij is hoorder en kan daarom een oordeel geven over presentatie en communicatie.
Enige kennis op het terrein van de preektheorie zal de preekbespreking zeker stimuleren. Daarom is het bespreken van de preekvisie vruchtbaar, zodat ouderlingen en predikanten van elkaar weten wat men belangrijk acht voor de verkondiging.
Werkvormen
Hoe vaker een preekbespreking op de agenda van de kerkenraad staat, hoe noodzakelijker het is om variatie aan te brengen in de werkvormen. Ik noem vier modellen, die afwisselend gebruikt kunnen worden:
A. Evaluatie van de prediking in grote lijnen. Schema 2 geeft een model dat aan een dergelijke evaluatie structuur biedt.
B. Bespreking aan de hand van een concrete preek, die recent is gehouden en liefst ook schriftelijk beschikbaar. Schema 3 biedt hiervoor een hulpmiddel.
C. Preekbespreking volgens algemene principes van feedback, waarbij met open vragen het gesprek wordt gestimuleerd:
- Welke vragen hebt u naar aanleiding van bepaalde preken?
- Welke reacties hebt u in de gemeente gehoord? En hoe gaat u daarmee om?
- Vraag aan de prediker: hoe ervaart u op dit moment de preekvoorbereiding, uitvoering en communicatie?
- Waaraan moet de prediker volgens u goede aandacht besteden in de komende tijd?
D. Specifieke preekbespreking gericht op een inhoudelijk thema. Bijvoorbeeld: Hoe komt de Heilige Geest ter sprake in de prediking? Op welke manier wordt de oproep tot geloof gecommuniceerd? In dit geval is het zinvol om van tevoren hierover een artikel te lezen en daarover in gesprek te gaan.
| Schema 2: evaluatie van de prediking. Hieronder volgt een model dat kan dienen om het gesprek over de prediking in het algemeen te voeren. Er zijn vier hoofdvragen geformuleerd, die verbonden zijn aan de kracht van de ouderling. Het stellen van de hoofdvragen is voldoende. De factoren in de kolom ernaast geven een indicatie van de inhoud.
|
| Schema 3: gesprek over een preek. Een gesprek over een concrete preek is zeer zinvol. Vooral als er in de loop van het gesprek sprake is van uitwisseling: dat ook de predikant vertelt van zijn doel, zijn worsteling, zijn enthousiasme, zijn vragen. De matrix hieronder kan ter voorbereiding helpen. De ouderlingen noteren trefwoorden in die vakken waarbij zij duidelijke gedachten, gevoelens of vragen hebben.
|
Preekbespreking verdient tijd en aandacht. Het is een belangrijk agendapunt, omdat hier gesproken wordt over de kern van het kerkenraadswerk: de geestelijke leiding van de gemeente.
Kees van Dusseldorp is predikant van de GKv Schildwolde en promoveerde op een proefschrift over narratieve prediking.