‘God is goed’

2013-11-01
  • Jaargang 57
  • nummer 21
Op 9 juni 2012 stierf Tobias, zoon van Hans en Willemien Wulffraat. Tobias, nakomer en jongste van drie kinderen, is 21 jaar geworden. Hij stierf aan een onbekende ziekte in zijn longen nadat hij net genezen was van lymfeklierkanker.

Gedurende drie jaar was Tobias intensief behandeld met chemokuren en stamceltransplantatie.
Hij studeerde in Leiden Egyptologie. Tobias had een vorm van autisme, kon mensen niet altijd goed ‘lezen’ en had een heel specifieke belangstelling, maar hij was daarnaast ook een heel warm en sociaal mens. Zijn vader Hans schreef over Tobias’ sterven indrukwekkende blogs1.

Uit blog 1: 19 juni 2012
Er is een gapend gat gevallen. Twee weken geleden mailde ik aan onze vriendenkring:

‘Met intens verdriet delen we jullie mee dat onze lieve Tobias afgelopen zaterdagmorgen om 10 voor 8 overleden is. Hij heeft gevochten tot zijn hart het opgaf. Tot het laatst hebben wij met hem meegevochten in onze gedachten en gebeden. Het troostte ons een beetje dat hij er heel vredig bij lag, alsof hij bij zichzelf grinnikte over alle lieve dingen die wij in tranen over hem stonden te vertellen. We voelen allemaal een immens gat in ons leven. Ons maatje is weg. Ja, we geloven met hart en ziel dat hij nu bij God is en dat we elkaar straks weer zien zullen, maar het lijkt of alle adrenaline in ons lijf hem weer tot leven probeert te wekken. Aan het begin van zijn leven noemden we hem ‘Tobias’ – ‘God is goed‘. Bid dat we dat allemaal van ganser harte mogen blijven zeggen, ook al worstelen we intens met het onbegrijpelijke.’

Verbijsterd en radeloos zaten we rond zijn bed toen zijn hart stopte. Dit kan niet. Dit hoort niet. Zo’n lief mens, zoveel gebeden, zoveel geleden, zo’n lange weg afgelegd. De pijn is intens. Soms is er ineens de gedachte dat dit zó wreed is van God. Dit kan Hij toch niet maken! En meteen leg je een hand op je mond. Zo kan en wil ik niet denken. Ik wil blijven vertrouwen in zijn goedheid. Ik worstel met mijn geloof, met de vijand die het mij probeert te ontnemen. Ik heb niet de illusie dat dat een kort gevecht gaat zijn. Tobias betekent: ‘God is goed’. En dat is Hij.

Uit blog 2: 23 juni 2012
Gisteren, een week na de afscheidsdienst en de begrafenis. Ik voelde me erg moe en somber. Vanuit mijn stoel keek ik naar zijn foto die ook op de kist had gestaan. Op die foto ziet Tobias er nog zo levend uit. De wat mollige hand die op de tafel rust, lijkt elk moment weer te kunnen gaan bewegen. Ik voel me bijna in die foto gezogen, alsof ik daarmee Tobias weer tot leven kan brengen.
Ik ben wel eens jaloers op Willemien die meermalen in huilen uitbarst. Ook de eerste paar dagen kon ik niet huilen. Ik had een klem op mijn borst en voelde me inwendig bont en blauw. De troost dat hij nu in de hemel is, de troost van de opstanding – ik geloof het, wil het geloven. Maar ik zou hem willen aanraken, horen, ruiken. Soms verlang ik dan naar de dood, om hem tenminste weer bij me te hebben. Ik ben zo blij dat God ook in de psalmen mensen laat razen, spugen tegen de wind in. Ik hoef me bij Hem niet aan een hofetiquette te houden. Daarvoor houdt Hij te veel van ons mensen. Dat weet ik.
Maar ik wil me niet aan die kwaadheid overgeven. Daarvoor houd ik te veel van Hem en betekent Hij te veel voor mij.

Uit blog 3: 1 juli 2012
We leven samen om de leegte heen. De lege bank waar hij na de behandelingen steeds op lag, de lege stoel waarin je hem kon uittekenen met zijn tablet of smartphone, de eetkamertafel waaraan hij de laatste weken nog studeerde. Alles herinnert aan hem. Zelfs twee kwetterende koolmeesjes vanmorgen, een ouder met jong, maakten me jaloers: jij wel, ik niet meer.
Soms flakkert de opstand weer even op, een bittere vraag naar de hemel: waarom moest dit nou zo? Ik kan niet geloven dat God hem wegnam. Alsof Hij vond dat 21 jaar en 6 weken voor dit mensenkind genoeg waren. Ik geloof dat God almachtig is en soeverein. Maar ook dat Hij een Vader is en liefde. Nee, het was niet God die hem wegnam. Ik krijg het niet goed passend. De duivel is niet meer dan de kettinghond van God. Maar waarom is die ketting zo lang dat de hond ons grijpen kan?
Maar ik probeer mezelf te richten op wie God is, mezelf opnieuw in Hem te wortelen en te verankeren: ‘de Vader der barmhartigheden, de God van alle vertroosting’ (2 Kor. 1:3). God is goed, Hij is mijn Rots.

Uit blog 4: 10 juli
In de vier weken sinds het overlijden van Tobias is er stilaan een verandering gekomen in het verdriet. Het flakkert minder fel en hoog op maar is als een voortdurende ondertoon aanwezig. Willemien en ik lezen deze weken allebei over rouw, verdriet, de opstanding, de hemel. We zoeken herkenning, hoop, antwoorden. Sommige teksten leggen we al snel weg. Woorden als ‘rouwverwerking’ vallen verkeerd, roepen verzet op. Alsof we ooit het verdriet over Tobias zouden kunnen wegzetten op zolder. Maar over de weken is mijn koers geleidelijk verlegd. In de eerste weken overheerste de klacht, de opstand, het protest, het niet-begrijpen, schreeuwen om troost. Dat is er allemaal nog steeds, maar ik besef dat ik nooit begrijpen zal waarom Tobias zó moest sterven. ‘Ik druk mijn mond in het stof, misschien is er hoop.’ Dat is een houding van overgave, onderwerping. Geen opstand, zelfs geen protest meer, maar wachten op wat God gaat doen. Hij nodigt me uit om de stilte te vinden en na de worsteling te rusten in zijn armen.

Vier maanden later: 10 oktober 2012
De wereld draait door, maar voor ons is zaterdag 9 juni 2012 de dag waarop Tobias’ hart stopte en het onze brak. We zijn samen bij zijn graf geweest en hebben het verzorgd met bloeiende planten in helderblauw en geel. Vrolijke kleuren als herinnering aan zijn opgewektheid en humor. Twee kleine zonnebloemen als heenwijzing naar de zon van de gerechtigheid die straks opgaat. Straks, als de graven open gaan.
Een steen staat er nog niet. Maar op mijn hart ligt die wel. Ik heb ooit gehoord dat Berbers in de Atlas een steen op een dadelpit legden om de wortels van een nieuw palmpje
diep in de grond te dwingen. Zo heb ik gekozen om met deze steen mijn hart dieper in Gods grond te dwingen. Inmiddels blijf ik uitkijken naar het moment dat de zon van de gerechtigheid opgaat. Uw koninkrijk kome.
Kyrieleiseon.

Ruim een jaar na Tobias’ overlijden
‘Ik heb die blogs geschreven omdat ik zelf ook door teksten van anderen geholpen ben,’ zegt Hans. ‘Ik schreef daarnaast voor mezelf, om niet te bevriezen in mijn verdriet. Ik zie soms mensen die verstard geraakt zijn, ze communiceren niet meer, ze keren in tot hun rouw. Zo kan een huwelijk vastlopen. Willemien en ik waren heel verschillend in onze rouw. Het was goed dat uit te spreken, anders zouden we elkaar de maat blijven nemen: je rouwt niet op mijn manier, dus het klopt niet. In de eerste fase is er de verbijstering, de boosheid, de opstand, of je wilt of niet. Ik nam in mijn geworstel bewust het besluit: ik wil dit accepteren uit de hand van God. Er was wel onbegrip bij me, maar dan dat van een kind tegenover een Vader van wie je weet dat Hij goed en wijs is. Ik wil niet bevriezen in boosheid en bitterheid. Ik wil groeien en voor anderen tot zegen zijn.’

Stekelig besef
‘Als ik nu bid om de veiligheid van mijn andere kinderen – onlangs waren ze op reis in Afrika in vrij gevaarlijke landen – is er nu het stekelige besef dat het wel mis kan gaan. Voor Tobias’ overlijden verwachtte ik meer het goede van God. Ik heb dat nu niet sluitend. Ik snap niet waarom deze jongen moest sterven, maar toch geloof ik in de grond van de zaak: God is goed en weet wat Hij doet. Dat had ik in mijn studententijd nog niet. Toen dacht ik soms over God als een donkere aanwezigheid, die met mij als een schaakstuk kon spelen. Daarin ben ik gegroeid: God is goed, weet ik nu met mijn hart.
Emotie, pijn, verdriet, leegte is er voortdurend. Ik droom ook vandaag nog: en nu komt Tobias straks de hoek om.
Wel is nu na een jaar het verlangen om zelf te sterven minder en mijn hoop op de opstanding steeds groter geworden. Daar kijk ik naar uit, dan zullen we elkaar weer zien.
Praktisch gezien staan we onszelf toe in een lager tempo te leven, want in rouw leven is als fietsen met een lekke band, het gaat zwaar. Het gemis wordt zeker niet minder, nee. Misschien minder scherp dan in eerste paar weken. Er is geloofsdiscipline nodig. Waarheen kijk je? Ons verdriet, dat zijn onze golven – en zoals Petrus naar Jezus moest kijken en niet naar de golven, zo moeten wij ook naar Hem kijken. Ik probeer elke dag aan de hand van God te gaan en komt tijd, dan komt zijn raad.’

Hans Wulffraat is voorganger in een Chinese CAMA-gemeente in Den Haag-Ypenburg. Daarnaast geeft hij les in Bijbelvakken en apologetiek aan de CHE. Ook is hij trainer bij Impact en geeft hij seminars. Impact is een stichting voor training, pastoraat en toerusting, meestal in evangelische kringen.

1 De volledige blogs zijn te vinden op http://
koninkrijkszaken.blogspot.nl/.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief