‘Ik ben alles kwijt, maar ik heb Jezus’

2013-11-01
  • Jaargang 57
  • nummer 21
Hoe vaak denken we niet dat wij de vervolgde kerk moeten helpen? Logisch ook, we worden opgeroepen voor hen te bidden en hen financieel te ondersteunen, kortom: iets voor hen te doen. Maar de laatste tijd wordt me steeds meer duidelijk dat wij hen net zo hard nodig hebben als zij ons. Ik leer van mijn bezoeken aan hen over volharden in geloof en omgaan met lijden.

Nog niet zo lang geleden werd de christelijke minderheid in Pakistan opgeschrikt door de zwaarste aanslag in jaren. Bij een kerk in de stad Peshawar bliezen twee zelfmoordterroristen zichzelf op. Hierbij kwamen 89 mensen om het leven en vielen 150 gewonden. Van het ene op het andere moment zijn tientallen kerkgangers er niet meer. Wat een verlies en verslagenheid moet daar heersen!
Deze aanslag haalde zelfs in Nederland het journaal. Maar echt uniek is de gebeurtenis niet. Christenen in Pakistan liggen al jaren onder vuur. Denk aan Rimsha Masih, het Pakistaanse tienermeisje dat inmiddels naar Canada is gevlucht nadat ze in Pakistan een aantal weken in de cel had gezeten omdat ze werd beschuldigd van godslastering. En ook Asia Bibi zit om die reden al meer dan vier jaar in de gevangenis.

Dezelfde strijd
Deze christenen betalen een prijs voor hun geloof. Bij hen is de geestelijke strijd die ze voeren duidelijk zichtbaar. Zij worden vervolgd om hun geloof, wij worden beschouwd als vrij. Ik krijg het alleen steeds moeilijker met deze termen. Het liefst zou ik niet meer spreken van een vervolgde kerk en een vrije kerk; we vormen allemaal samen één lichaam van Christus en we voeren allemaal dezelfde geestelijke strijd die begint in Genesis 3:15, waar de vijandschap tussen de slang en de mens staat beschreven. In 1 Petrus 5:18 staat dat de duivel rondgaat als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. De hele aarde is zijn jachtgebied. Zo bezien komt wat christenen over de hele aarde meemaken voort uit hetzelfde principe. Satan gebruikt verschillende wapens, maar het gaat om dezelfde strijd.
Dat er verschillende wapens worden gehanteerd, wordt duidelijk uit het bekende verhaal van de zaaier in Matteüs 13:20-22. ‘Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde in zich opnemen. Het schiet echter geen wortel in hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd en vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand. Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar bij wie de zorg om het dagelijkse bestaan en de verleiding van de rijkdom het woord verstikken, zodat het zonder vrucht blijft.’ De christenen die vanwege het Woord worden beproefd en vervolgd, dat zijn christenen uit de vervolgde kerk die je vindt in Egypte, Syrië, Noord-Korea en India en al die andere landen die op de Ranglijst Christenvervolging staan. Christenen in het Westen hebben veel meer te maken met verstikking. Wij worden verstikt door de zorg om het dagelijks bestaan en verleiding van de rijkdom. Verschillende wapens, maar dezelfde strijd.

Net volhouden
Wat in dit Bijbelgedeelte staat over het zaad op de rotsachtige grond laat ook wel direct de realiteit van de vervolgde kerk zien: vervolgde christenen zijn geen helden. Hoeveel christenen bezwijken niet onder de druk van familie, maatschappij en overheid? Christelijke jongens in Pakistan gaan vaak naar het buitenland om te studeren en keren vervolgens niet meer terug naar hun vaderland. Meisjes kunnen zoiets niet doen en blijven daarom in Pakistan. Maar zonder man ben je vogelvrij, dus wat doe je dan? Regelmatig heb ik in Pakistan verhalen gehoord over christelijke meisjes die uiteindelijk terugkeren naar de islam om maar te kunnen trouwen.
Het is belangrijk dat we vervolgde christenen geen heldenstatus geven. We kunnen van hen leren op geestelijk gebied, maar ze zijn in wezen niet anders dan wij. Als ze opgepakt worden, zijn ze net zo bang als wij dat zouden zijn; als er een bom ontploft, zijn ze ook verdrietig en als hun onrecht wordt aangedaan, maakt hen dat evengoed boos. Vervolgde christenen zijn mensen die het door de kracht van God, van de Heer Jezus en de heilige Geest net kunnen volhouden. In dat ‘net volhouden’ ontdekken ze de kracht van de Heer Jezus. Als je ergens doorheen moet en beseft dat Hij naast je staat en de weg er doorheen weet, dan wordt het anders – niet de situatie, maar jij bent dan veranderd. Om dat te beseffen, hebben we de vervolgde kerk nodig.

Blijdschap
Ik moet denken aan Butros (niet zijn echte naam), een pastor uit het Midden-Oosten. Op een dag werd hij opgepakt en op het politiebureau stevig ondervraagd. Hij vertelde me dat hij op dat moment overweldigd werd door angst. Hij vroeg zich af hoe zijn kinderen zouden reageren als ze zouden horen dat hun vader gevangen was genomen. ‘Op een bepaald moment werd ik naar een cel gebracht. Daar was ik alleen. Toen had ik een moment om even alle gedachten die in me opkwamen op een rijtje te zetten. Ik bedacht toen: wacht eens even, dit gaat helemaal niet over mij, het gaat over Jezus. Om Hem zit ik hier. Dat bracht rust en bezorgde me een enorm gevoel van blijdschap.’
Net zo’n verhaal hoorde ik van een voorganger uit Bangladesh. Hoessein (ook een schuilnaam) groeide op als moslim en zou zelfs een opleiding tot imam gaan volgen. Toen hij christen werd, veranderde zijn leven voorgoed.
Bangladesh is een land waar vrijwel iedereen arm is. Je hebt je familie nodig om je hoofd boven water te houden. Volwassen zoons wonen in bij hun ouders en de schoondochter trekt erbij in. Zo hebben de ouders een ouderdomsvoorziening en heeft de zoon beschikking over een stukje grond. Op die grond kan een gezin net genoeg voedsel verbouwen om te overleven. Maar Hoessein had na zijn bekering tot het christendom geen familie meer. ‘Omdat we christen zijn geworden, zijn we onterfd. Ons land zijn we kwijt,’ vertelt Hoessein. Hij was niet de enige; alle vijftig voorgangers uit de groep van Hoessein die ik lesgaf, maakten hetzelfde door. Kiezen voor de Heer Jezus betekent voor deze ex-moslims in Bangladesh kiezen voor armoede en afwijzing. Ik liet Hoessein merken hoe erg ik het voor hem vond. Maar op zijn gezicht verscheen een glimlach van oor tot oor en hij zei: ‘Ik ben alles kwijt, maar ik heb Jezus.’

Voorbeeld
Je gaat anders door moeilijkheden heen als je achter Jezus Christus aangaat, als je er met Hem doorheen gaat. Dat is geen goedkoop smeermiddeltje, geen gemakkelijke uitspraak. Ik zie in de levens van vervolgde christenen dat dit realiteit is. Wij kunnen daar een voorbeeld aan nemen. Dat wij dezelfde strijd voeren, is mijn persoonlijke motivatie om te blijven reizen naar de vervolgde kerk. ‘Want ik verlang ernaar u te ontmoeten en u te laten delen in een geestelijke gave, om u te sterken. Want ik verlang u te zien om u enige geestelijke gave mede te delen tot uw versterking, of liever, om door elkaar bemoedigd te worden: ik door uw geloof en u door het mijne,’ staat in Romeinen 1:11-12. Ik mag hen met mijn trainingen versterken, maar ik word door hen minstens zozeer bemoedigd als zij door mij. Ik leer van hen hoe om te gaan met armoede, afwijzing en ellende.

Een mooi probleem
In één van de laatste reizen die ik maakte, gaf ik een training aan voorgangers uit Noord-Afrika. Op een ochtend kwam er een sms’je binnen met het bericht dat een broeder, een bekende van sommige van de voorgangers, was gearresteerd vanwege evangelisatieactiviteiten. Ik dacht direct heel praktisch: wat kunnen we doen om dit probleem op te lossen? Maar de aanwezige mannen lieten alles uit hun handen vallen. Eén van de aanwezige predikanten stond op en zei: ‘Oké mannen, laten we bidden voor dit grote probleem. Maar het is een mooi probleem.’
Een mooi probleem? Hoezo? Ik merkte dat die opmerking me in eerste instantie boos maakte. Ik dacht: oplossen dat probleem. Niet accepteren, maar vechten. Ik bedacht hoe zielig en hoe vreselijk ik het voor die man vond. Maar wat ik van hen op dat moment leerde, was: ja, het is heftig, want deze man heeft ook een vrouw en kinderen en wat hem te wachten staat is niet leuk. We gaan alles doen om hem vrij te krijgen, maar hij is niet zielig. Hij zit daar voor Jezus, dus dan heb je een goed probleem, was hun conclusie, want: ‘Als je gevangen wordt gezet omdat je over de Heer Jezus hebt verteld, dan heb je wel een probleem, maar het is een mooi probleem.’

Volharden
Als Paulus en Silas gevangen zitten in Filippi, zitten ze met hun rug tegen de muur en zijn hun voeten geketend. En wat doen ze? Ze gaan zingen en bidden. Ze vertrouwen zich volledig toe aan hun Heer. Het gaat er niet om dat we kijken naar wat we niet hebben: die baan waar we al zolang naar uitkijken, de relatie waar we naar verlangen, het geduld, de wijsheid of de schoonheid die we bij anderen zien. Het gaat erom dat we kijken naar Wie we wél hebben. Die houding zie ik terug bij vervolgde christenen. Zij weten hoe ze ondanks druk, vervolging en geweld kunnen volhouden.
Standhouden in lijden is: in de nood bij Jezus zijn. Het Griekse woord voor volharden is hupomeinen, wat letterlijk betekent: het eronder uithouden. Hetzelfde woord wordt ook gebruikt voor de pijlers die onder een brug staan. De pijlers kunnen het alleen volhouden, eronder standhouden, als ze rusten op een sterk fundament. Zo is het ook met gelovigen die worden geconfronteerd met lijden: niet uitkijken naar het moment dat het is opgelost, maar rust vinden in de moeilijke situatie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief