Zelfbeeld
2013-11-01
Als kind leed ik aan een soort handicap. Niet omdat een van mijn ledematen of zintuigen niet goed functioneerde, maar omdat ik rood haar had, en daar werd ik mee gepest. Tegen rood haar bestaan geen medicijnen en je kunt er niet aan geopereerd worden; ik moest ermee leren leven.- Jaargang 57
- nummer 21
Dat viel niet mee. Ondanks de veilige plek die ik had binnen het gezin waarin ik opgroeide, liep mijn gevoel voor eigenwaarde een forse deuk op. Uitgescholden worden deed pijn, misschien wel net zoveel pijn als die ingegroeide teennagel waar ik last van had. Daar moest ik aan geholpen worden, die genas niet vanzelf, net zo min als mijn verwonde zelfbeeld. Eerst probeerde ik mijn tekort aan eigenwaarde te compenseren door mijn prestaties op school. Ik volgde een hogere opleiding dan de meeste van mijn leeftijdsgenoten binnen de kerkelijke gemeente waarin ik opgroeide, en dat hielp een beetje. Maar echte genezing bood het niet.
Die genezing kwam pas toen ik accepteerde dat ik ook bij dit genezingsproces hulp nodig had. In mijn persoonlijke ontwikkeling moest ik leren dat je eigenwaarde niet bepaald wordt door je prestaties, maar door het feit dat je kind van God bent.
Hoewel de littekens blijven, is de pijn grotendeels verdwenen. In pastorale gesprekken en andere contacten ervaar ik soms iets van herkenning. Inmiddels mag ik zelf fijne gesprekken voeren met mensen die op een vergelijkbare manier gewond raakten en genezing zoeken en vinden bij dezelfde Heelmeester; daar ben ik dankbaar voor.