Zeven werkwoorden voor de kleine groep

2013-11-01
  • Jaargang 57
  • nummer 21
Om in een kleine groep een klimaat te creëren waarin gewonde mensen hun verhaal kwijt kunnen en waarin de kracht van God in zwakheid zichtbaar kan worden, zijn tijd, kunde, wijsheid en liefde nodig.
Geen gemakkelijke voorwaarden, maar wel alle inspanning waard. Hier volgen zeven werkwoorden die een richting wijzen, naar aanleiding van verschillende passages uit de Bijbel.

1. Meeleven

Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft.
Romeinen 12:15

Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde.
1 Korintiërs 12:26

Meeleven met geestelijke broers en zussen in vreugde en verdriet is voor Paulus een vanzelfsprekende opdracht.
Niet alleen omdat het de mensen die het betreft goed doet, maar ook omdat het opbouwend is voor de mensen die medeleven betonen. Opbouwend? Ook als het gaat om mee lijden en verdriet hebben? Ja, ook dan. De pijn en het verdriet van de ander meevoelen geeft je een bijzondere mogelijkheid de ander beter te leren kennen en dichter bij die ander te komen. Ook kun je zo het verdriet van God beter leren kennen en daardoor God zelf.
Toch formuleert Paulus het ook als een opdracht. Blijkbaar is echt meeleven met anderen niet zo vanzelfsprekend en gemakkelijk, zeker als het om pijn, lijden en verdriet gaat. Daar lopen we vaak liever voor weg. Of we schakelen snel door naar de oplossingen.
Begin met meeleven dan ook bij je kleine groep. Paulus stond geen meeleven met honderden mensen voor ogen. Dat kun je als mens niet aan. Bovendien loop je dan het gevaar oppervlakkig te worden. Door een focus op de kleine groep worden lasten verdeeld en word je tegelijk uitgedaagd om echt en langer mee te leven. Mogelijk hoor je verhalen voor de zoveelste keer en wordt er van jou verwacht opnieuw te luisteren.

2. Verder kijken

Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.
Matteüs 9:36

Als er één Iemand is die werkelijke aandacht heeft voor mensen, dan is het Jezus. Zijn blik blijft niet bij de buitenkant hangen. Hij kijkt verder. Hij ziet wat er echt aan de hand is. De uitputting en hulpeloosheid hebben een diepere oorzaak: de mensen missen een herder. Verder kijken voorkomt het aanbieden van troost, hulp en bemoediging die niet gaan over het werkelijke probleem. Jezus geeft geen boost of wat extra hulp voor uitgeputte en hulpeloze mensen, maar Hij laat zien dat Hij zélf de herder is.
Oefen je in kijken zoals Jezus dat kan. Ook in de kleine groep. Zodat gewonde mensen niet slechts een doekje voor het bloeden krijgen, maar bij Jezus Zelf gebracht worden. Daarvoor heb je wijsheid en inzicht nodig. Want: ‘Wat omgaat in een mensenhart is als diep verborgen water, iemand met inzicht brengt het naar boven’ (Spr. 20:5).

3. Je laten dragen

Er werd ook een verlamde bij Hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken.
Marcus 2:3-4

Niets is zo moeilijk voor een mens als afhankelijk zijn. Je leven delen met anderen doe je niet zomaar, laat staan als het een leven is met nogal wat kwetsuren. Wie wil er nu slachtoffer zijn? De verlamde man liet zich dragen. Door vier mensen. Hij kon niet anders. Mogelijk hielp daarbij dat zij geloofden dat hij beter kon worden. Niet door hun eigen kracht, maar door die van Jezus. Wil je je laten dragen door anderen? Het helpt als je ontdekt dat zij even afhankelijk zijn van Jezus als jijzelf.
Zonder Hem geen genezing en vergeving. En ook de spierkracht waarmee zij jou bij Jezus brengen, hebben ze niet zelf gemaakt, maar ontvangen.

4. Goed luisteren

Drie vrienden van Job, Elifaz uit Teman, Bildad uit Suach en Sofar uit Naäma, hoorden van de rampspoed die hem had getroffen, en ze besloten hem op te zoeken. Onderweg ontmoetten ze elkaar, en samen gingen ze naar hem toe om hun medeleven te tonen en hem te troosten. Toen ze Job vanuit de verte zagen herkenden ze hem niet, en ze barstten uit in luid geweeklaag, ze scheurden hun kleren en wierpen stof omhoog over hun hoofd. Zeven dagen en zeven nachten bleven ze naast hem op de grond zitten zonder iets tegen hem te zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij leed.
Job 2:11-13

De drie vrienden uit de kleine groep van Job deden één ding goed. Ze kozen voor langdurige nabijheid zonder iets te zeggen, omdat ze zagen hoe vreselijk Job leed. Hadden ze hun mond maar gehouden en al hun verklaringen, beschouwingen en oordelen achterwege gelaten. Zelfs na alle heftige woorden van Job.
Stil zijn en goed luisteren, wat is het moeilijk. Het goedbedoelde advies, de misplaatste relativering of de theologische verklaring is zomaar uitgesproken. Jakobus adviseert: Geliefde broeders en zusters, onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden (Jak. 1:19).
Niet goed luisteren is iets van alle tijden. Je moet er voortdurend aan herinnerd worden. Zelfs aan het feit dat een mens de neiging heeft snel kwaad te worden. En bij het luisteren naar de verhalen van anderen uit zich dat vaak in ergernis. En nu is het niet de bedoeling om tijdens een bijeenkomst van de kleine groep alleen maar stommetje te zitten spelen. Maar wel om, in plaats van antwoorden te geven, goede vragen te stellen. Ook dat is goed luisteren. Zonder ergernis en oordeel.

5. Verschillende gaven gebruiken

Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen. We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken. Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen. Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn. Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan. Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.
Rom. 12:4-10

Het bijzondere van een kleine groep ten opzichte van individuele pastorale contacten is dat er meer mensen aanwezig zijn met allemaal verschillende gaven. Je hoeft niet alles te kunnen, maar mag gebruik maken van elkaars talenten. Is er iemand goed in koken? Dan is hij de aangewezen persoon om een tijdje maaltijden te verzorgen voor die persoon wiens hoofd vanwege intens verdriet daar niet naar staat. Is iemand anders goed in troosten? Dan kan zij aanschuiven om in het verdriet nabij te zijn.
Verschillende gaven kunnen ook tijdens een gezamenlijke bijeenkomst zichtbaar worden.
Als je je daarvan bewust wordt, kan het iets worden om van te genieten in plaats van jaloers te worden vanwege een gave die een ander wel heeft en jij niet.

6. Een gewonde God dienen

Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens julle vrede!’ Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest.’
Johannes 20:19-22

Een christelijke gemeenschap is dé gemeenschap waar mensen moeten zijn die te lijden hebben onder het leven. Tenminste, als deze gemeenschap werkelijk Jezus centraal stelt zoals Hij is. Springlevend, maar mét wonden in handen, voeten en zij. Deze Jezus stuurde zijn leerlingen de wereld in om zijn goede nieuws bekend te maken, namelijk dat alleen een gewonde God een gewonde wereld heel kan maken.

De dichter Edward Shillito verwoordde het vlak na de Eerste Wereldoorlog als volgt: The other gods were strong; but Thou wast weak; They rode, but Thou didst stumble to a throne; But to our wounds only God’s wounds can speak, And not a god has wounds, but Thou alone.1

7. Onderweg zijn

Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’
Openbaring 21:3-4

Je wonden delen in een kleine groep, meeleven met elkaar en de balans vinden tussen zorgzaamheid en leerling zijn van Jezus blijft altijd iets voorlopigs en onafs hebben. Als kleine groep ben je met elkaar onderweg. Met vallen en opstaan. Op weg naar het moment dat Gods woonplaats onder de mensen zal zijn en er geen dood, geen rouw en geen pijn meer zullen zijn.
Dat maakt bescheiden en hoopvol tegelijk. Bescheiden, omdat mensen zelf niet in staat zijn de hemel op aarde te brengen. Hoopvol, omdat God dit in de toekomst gaat doen, en een kleine groep nu al kan gebruiken om voorproefjes te geven van hoe het eens zal zijn.

1 De andere goden waren sterk, maar zwak waart Gij; Zij schreden, waar Gij strompelde naar de troon; Maar onze wonden heelt alleen de wonde in úw zij, En nooit had ooit een god wonden als Gods Zoon.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief