Redactioneel

2014-01-25
  • Jaargang 58
  • nummer 2
Toen ik een tiener was – nog niet zó lang geleden – had ik nogal een hekel aan alle bonte activiteiten die voor ‘ons jongeren’ georganiseerd werden. Vaak had ik het gevoel dat die spetterende programma’s vooral waren gestoeld op wat volwassenen dachten dat wij toch wel helemaal te gek zouden moeten vinden, in plaats van dat het iets was waar iemand van ons om had gevraagd. Vergelijk het met de kluitjes kindernevendienstkinderen die eens in de zoveel tijd voor in de kerk worden gedeponeerd, zodat de dominee met een batterij suggestieve vragen twee of drie woorden aan hen kan ontlokken.
Dat ik dit gevoel had, zal vast ook aan mezelf liggen, en ik kan me voorstellen dat meer extraverte jongeren nu en dan best lol hadden. Maar toch, wat op mij als tiener veel meer impact had, was die volwassene die na een kerkdienst naar me toe kwam en vroeg hoe het met me ging. Of die clubleiders die me zomaar uitnodigden om te komen eten. Dát deed wat met me, en niet het over mijn hoofd trekken van een vuilniszak zodat een ander in vla gedoopte spekjes in m’n mond kon proberen te gooien (niet verzonnen).

Gezien mijn eigen ervaringen vind ik het heel mooi dat in dit nummer over tieners in de kerk zo veel nadruk ligt op het relationele, op het simpele maar niet eenvoudige aspect van het delen van je leven met elkaar. Dat is de basis voor tienerpastoraat, schrijft Corien Rietberg. En het is de kern van wat diverse jongerenwerkers in de NGK proberen te doen, vertellen drie van hen in korte interviews. Het is zelfs de nummer één vereiste aan het jeugdwerk in 2014, stelt het NGJ in haar tien jeugdwerktrends voor het komende jaar.
Het belang van goede relaties komt ook terug in de bijdrage van Anko Oussoren over geloofsopvoeding en zeker in het artikel van Coosje Haan over de jeugdcontactpersoon, ‘een volwassene die jou kent en op wie je kunt rekenen’.

Anko Oussoren schrijft: ‘De kerk dient een plek te zijn waar het goed toeven is voor het hele gezin.’ Dat bereik je niet met programma’s en methodes – hoe goed ze soms ook zijn – maar door elkaar te zien en te kennen, en met elkaar te leven. Om het met Jezus’ gebod uit Johannes 13:34 te zeggen: heb elkaar lief.

Jordi Kooiman, redactie Opbouw

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief