Geloofsopvoeding: ga met ouders in gesprek

2014-01-25
  • Jaargang 58
  • nummer 2
Onlangs gaf ik een training over de ontwikkeling die tieners doormaken en hoe we daar thuis en in het pastoraat mee kunnen omgaan. Eén van de deelnemers zei: ‘Had ik dit maar eerder geweten, toen mijn eigen kinderen zo jong waren.’ In de opmerking klonken tegelijkertijd pijn en opluchting. Voor haar vielen veel dingen op hun plek. Dat bevestigde voor mij dat opvoeden niet vanzelfsprekend is en dat de betekenis en rol van ouders in de geloofsopvoeding niet altijd genoeg aandacht krijgt in het pastoraat. In dit artikel wil ik laten zien hoe we samen – als ouders en als gemeente – het beste kunnen zoeken voor ‘onze’ tieners.

Opvoeden lijkt de normaalste zaak van de wereld. Alle ouders doen het. Maar als vader ben ik er wel achtergekomen dat het helemaal niet zo eenvoudig is. En als ik hier eerlijk over spreek met andere ouders krijg ik dat vaak ook terug te horen.
Er gebeurt veel in de tienerjaren. Alles is erop gericht om een eigen ‘ik’ te ontwikkelen en daarbij hoort ook het afzetten tegen ouders. Maar de invloed van ouders is en blijft ontzettend belangrijk. Ik hoor ouders weleens zeggen dat ze bijna geen invloed meer hebben, maar dat is niet zo. Ouders hebben juist in de tienertijd een cruciale rol. Vooral in de manier waarop ze impliciet een voorbeeld zijn voor tieners, maar bijvoorbeeld ook door het geven van advies bij belangrijke beslissingen die tieners moeten nemen. Hoe ouders hun geloof beleven en uitdragen is zelfs belangrijker dan het jeugdwerk en het bezoeken van kerkdiensten.
In het boekje Geloof, hoop & tieners van Youth for Christ staan meerdere vragen van ouders beschreven. Vragen als: Moet je grenzen stellen aan seksualiteit en hoe doe je dat? Wat is de rol van rituelen in je gezinsleven? Hoe kun je bidden voor je kinderen? Stel ik kerkgang verplicht of laat ik mijn tiener vrij? Hoe geef je het verdriet een plek als je kinderen zeggen niet meer te geloven?
Het zijn vragen die veel herkenning oproepen en die alles te maken hebben met hoe ouders hun kinderen opvoeden. Maar het boekje kan ook ambtsdragers helpen in de contacten die ze hebben met tieners.

Schoppen
Iemand zei eens tegen mij: ‘Het ergste wat je kan overkomen is dat je geboren wordt in een gezin waar te veel liefde is.’ Ik heb vaak over dit citaat nagedacht en kom er steeds meer achter dat er een kern van waarheid in zit. Ouders moeten leren om hun kinderen los te laten en tieners moeten loskomen van hun ouders.
Kinderen zijn niet van ons, we krijgen ze tijdelijk onder onze hoede. Ouders hebben de taak kinderen op te voeden, zodat ze zelfstandig in het leven kunnen staan. Als ouder wil je je kind vasthouden, beschermen en bewaren voor gevaren. Maar zeker tieners hebben ruimte nodig. Ruimte om te ontdekken wie ze zijn, wat ze kunnen en wat ze willen. Het zit in ouders om kinderen vast te houden, maar juist daardoor ontstaat de kans dat ze vroeg of laat ontsporen en niet leren op hun eigen benen te staan. Tieners moeten experimenteren en daar ruimte voor krijgen.
Tegelijkertijd hebben ze ook kaders nodig. Kaders die goed onderbouwd zijn en waar ze tegenaan moeten kunnen schoppen. Ze moeten de grenzen kunnen aftasten en zelf ontdekken wie ze zijn en wat ze van waarde vinden, zodat het iets van henzelf wordt. Geef tieners dan ook duidelijke kaders mee.
Ik hoorde onlangs iemand het volgende verhaal vertellen en dat illustreert de kern van het loslaten: ‘Een man loopt met zijn hond iedere dag hetzelfde rondje in het park. De hond zit altijd aangelijnd en probeert iedere keer als hij wordt uitgelaten los te komen. Hij wil vrijheid en doet er alles aan om niet rustig naast zijn baasje te lopen. Tot het moment komt dat de man de hond loslaat en zegt: ga maar. De man vervolgt vervolgens zijn rondje in het park. Tien minuten is hij zijn hond “kwijt”, totdat hij vanachter de struiken tevoorschijn komt en naast hem komt lopen. Vanaf die dag loopt de hond altijd los naast zijn baasje in het park.’

Pijn
Hoewel de invloed van ouders op tieners nog steeds groot is, wil dat niet zeggen dat tieners de weg kiezen die hun ouders voor ogen hebben. Of om in het beeld te blijven: dat de hond terugkeert naar zijn baasje en rustig naast hem gaat lopen.
Het is dan ook niet vanzelfsprekend dat tieners het geloof van hun ouders overnemen. Geloven is en blijft een mysterie. Het is iets wat gegeven wordt. Dit kan ons een machteloos gevoel geven, maar er komt een moment dat tieners hun eigen weg gaan. Mijn ervaring is dat hier veel pijn zit. De afgelopen tijd werd ik hier regelmatig mee geconfronteerd. Tijdens een gemeenteavond waarbij we over dit thema spraken, kwam er veel emotie naar boven en ik herkende de pijn dat er bijna geen ruimte is, of gevoeld wordt, om deze pijn met elkaar te delen.
Ouders voelen zich verantwoordelijk, maar blijken zelf zo weinig te kunnen doen. Die avond hadden we het over je gevoel van machteloosheid, je boosheid, je verdriet dat je wel of niet met God durft en kunt delen. En over de noodzaak om te blijven bidden, het enige ‘wapen’ dat we nog hebben in de strijd tegen ongeloof en twijfels.
Het was een indringende en emotionele avond, waarin we van hart tot hart met elkaar spraken en konden delen wat ons bezighoudt.

Behoeften
Juist in deze situaties, als tieners loskomen van hun ouders, is het heel belangrijk dat er in de gemeente goed nagedacht is en wordt over de plek van tieners en hun ouders. Ik schrijf hier bewust ‘tieners en hun ouders’. Er wordt weleens van uitgegaan dat een prachtige visie en goede programma’s automatisch tot succes moeten leiden, maar hoewel dat natuurlijk belangrijk is, moet daarin altijd een plek zijn voor de rol van en ondersteuning aan ouders.
Nu ken ik de verhalen van jeugdwerkers dat ouders niet geïnteresseerd lijken in het jeugdwerk. Ze hebben van alles geprobeerd, maar het lukt gewoon niet om hen erbij te betrekken. Ik krijg dit ook te horen tijdens workshops over de betrokkenheid van ouders bij het jeugdwerk. Wat ik daar echter vaak tegenkom, is dat de verwachtingen en behoeften van zowel de jeugdwerkers als de ouders niet duidelijk zijn. Dat wordt onderstreept door voorbeelden van gemeenten waar wel aandacht is voor de geloofsopvoeding.
Onlangs had ik contact met een gemeente waar een avond werd belegd over geloofsopvoeding voor ouders van jonge kinderen. De opkomst was enorm en het was zo inspirerend dat er grote vraag was naar een vervolg.
Deze gemeente speelde in op de behoefte van ouders en vond daarin aansluiting. Ook krijgen we bij het Praktijkcentrum steeds meer vragen om avonden voor ouders te organiseren, met thema’s als communiceren met tieners en de ontwikkeling van tieners.

Gesprek
Ik wil kerken adviseren om praktisch aan de slag te gaan met de betrokkenheid van ouders bij de geloofsopvoeding en het tienerwerk in de kerk. In ken een gemeente waarin de ambtsdragers aan het begin van het seizoen alle ouders bezoeken, juist omdat de rol van ouders zo belangrijk is. Goed jeugdwerk vraagt om de betrokkenheid van ouders, maar deze betrokkenheid kan anders zijn dan wij in eerste instantie denken of willen. Ga als ambtsdragers het gesprek met ouders aan en richt je in dat gesprek op de rol van ouders ten opzichte van hun tieners.

Enkele vragen die je zou kunnen stellen:
• Op welke manier zou u het geloof van uw kind omschrijven?
• Hoe vaak en met welke regelmaat praat u over het geloof met uw tiener(s) en waar praat u dan over?
• Welke schoolkeuze hebt u gemaakt voor uw kind?
• Hoe ziet u uw kind omgaan met vriendschappen?
• Hoe is de band van uw kind met jongeren in de kerk?
• Hoe gaat uw kind om met nietkerkelijke of anders-kerkelijke vrienden?
• Gaat uw kind graag naar de kerk of het jeugdwerk?
• Hoe vrij voelt uw kind zich om al dan niet naar de kerkdienst of het jeugdwerk te gaan?
• In welke mate zijn de kerkdiensten een bemoediging en versterking van het geloof van uw kind?
• Hoe moedigt u uw kind actief aan om deel te nemen aan het jeugdwerk en tot welke leeftijd of leeftijdsfase denkt u hier goed aan te doen?
• Wat verwacht u van de kerk met betrekking tot het jeugdwerk?
• Op welke manier zou uw kind geholpen kunnen worden om te groeien in zijn of haar geloof?
• Hebt u behoefte aan meer onderlinge gesprekken over geloofsopvoeding?
• Zou u meer onderwijs op dit gebied waarderen?
• Op welke manier bent u of kunt u betrokken zijn bij het jeugdwerk?

Goed toeven
Ouders en gemeente hebben een gezamenlijke taak wat betreft de geloofsopvoeding van de jeugd van de kerk. Start met elkaar een zoektocht: hoe kunnen we het beste zoeken voor ‘onze’ tieners? Door middel van gesprekken van ambtsdragers met ouders, cursussen en gespreksavonden komt het onderwerp op de agenda van de gemeente te staan.
Opvoeden is ingewikkeld! Doe als ouders een beroep op elkaars ervaring en steun. Belangrijk is dat we ons er gezamenlijk van bewust zijn dat de kerk een plek dient te zijn waar het goed toeven is voor het hele gezin. Een plek waar tieners leren om los te lopen en waar de rol van ouders cruciaal is en blijft.

Op het moment dat ik dit artikel schrijf, krijg ik te horen dat een zuster uit mijn eigen gemeente is ‘thuisgehaald’. Ik lees op Facebook en Twitter wat een getuigenis er uitgaat van haar leven en de doorwerking die dat heeft op anderen. Dat zet mij stil en raakt me. De dood neemt veel van ons af, maar niet de vruchtbaarheid die het heeft voortgebracht in andere levens. Wat een getuigenis kan er uitgaan van het leven van ouders. En juist die woorden klonken op de dankdienst die werd gehouden voor haar leven.
Geloof is als een vuur dat in je brandt en waarvan je hoopt en bidt dat het ook in het hart van je kind ontvlamt.
Op die ontvlamming hebben we geen invloed, maar we kunnen wel laten zien hoe het vuur brandt in onze eigen levens. Laten we als ambtsdragers de cruciale rol van ouders benadrukken.

Anko Oussoren is lid van de GKv Hardinxveld-Giessendam en adviseur bij het Praktijkcentrum in Zwolle. Hij heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Dit artikel is eerder gepubliceerd in DIENST, nummer 3, 2013.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief