Overdenkingen bij zelfdoding (1)

2014-06-14
  • Jaargang 58
  • nummer 12
Wat zeg je bij het graf van iemand die zichzelf het leven benomen heeft? Door dit nummer heen vindt u een paar fragmenten uit overdenkingen die NGK-predikanten hielden bij de begrafenis van mensen die door zelfdoding om het leven kwamen.
De namen zijn gefingeerd.

Er is een spreekwoord waar ik aan moest denken vanaf het moment dat ik hoorde dat jullie vader en opa de hand aan zichzelf geslagen had. Het spreekwoord luidt: ‘Wie zichzelf overwint, is sterker dan wie een stad inneemt.’ Een stad innemen: dat is niet gering. Daar moet je heel goed voor kunnen vechten. En dat kon Nico: vechten. Hij heeft gevochten, heel veel gevochten. In de Tweede Wereldoorlog, waarin hij vreselijke dingen heeft meegemaakt, en daarna in Indië. Ook daar moeten verschrikkelijke dingen gebeurd zijn.
Hij vocht. Soms was dat heel moeilijk, maar dan haalde hij de laatste reserves uit zichzelf en redde het toch. Slaan en vechten: dat was de taal die hij kende. In die taal heeft hij jullie ook opgevoed. Daar zijn heel wat klappen aan te pas gekomen.

‘Wie zichzelf overwint, is sterker dan wie een stad inneemt.’ Nico heeft, om zo te zeggen, heel wat steden ingenomen in z’n leven. Hij kon veel vijanden aan. Tot hij tegenover een vijand kwam te staan die hij niet met de gebruikelijke wapens kon bestrijden. Een vijand die diep in hemzelf zat. De vijand van de zonde, van het bederf, van het overschrijden van een grens die je niet mag overschrijden.
Tegen die vijand kon hij niet op. Erkennen dat je gezondigd hebt, belijden dat je dingen gedaan hebt die je nooit had mogen doen, op je knieën gaan voor God en mensen: dat was voor hem onmogelijk.
Hij vocht met de vijand in zijn eigen hart. En toen hij die strijd niet meer aankon, niet meer aanwilde, aandurfde – hoe moet je het zeggen – toen koos hij voor de vlucht, definitief en radicaal.

Nog vier dagen, dan is het kerst. ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft.’ God heeft de wereld lief. Dat is geen grenzeloze naïviteit van Hem, maar Hij weet, veel beter nog dan ik, wat mensen elkaar kunnen aandoen, willens en wetens. Hij weet wat voor puinhoop het kan zijn in het hart van een mens. In deze wereld is Jezus geboren. Voor mensen die tot zulke dingen in staat zijn. Dat vreemde feest vieren we, over vier dagen.

Wij hoeven het eindoordeel niet uit te spreken over dit mensenleven. En dat is maar goed ook. We moeten wel verder, na alles wat er is gebeurd. Eigenlijk staan jullie nog maar aan het begin van wat we dan met een mooi woord ‘verwerking’ noemen.
Boosheid en verdriet, die twee zijn er allebei. Op dit moment is, denk ik, de boosheid overheersend, de machteloze woede. Dat zal niet zo blijven. Over een poosje zullen jullie merken dat eigenlijk alleen het verdriet overblijft. Zo gaat dat, en dat is ook goed. Beide mogen er zijn, de boosheid en het verdriet, en beide mogen ook het volle pond krijgen.

Intussen is het wel verschrikkelijk moeilijk om er de goede woorden voor te vinden. Hoe kun je immers het onzegbare onder woorden brengen?
Ik wil jullie een gedeelte uit de Bijbel meegeven. Voor vandaag, maar ook voor de tijd die komt en die nog moeilijk genoeg zal zijn: Romeinen 8:18-26. De schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen. Ze zucht in al haar delen. En ook wij zuchten. Ja, dat is wat we vandaag doen: zuchten, omdat er zo veel kapot is. En dan weten wij niet, zegt Paulus, wat wij bidden zullen naar behoren. Zo is het toch? Maar, zegt hij erbij, dan komt de Geest, dan komt God zelf onze zwakheid te hulp. Te hulp, om te bidden.
Te hulp, ook om na vandaag verder te gaan. Ik wens jullie daar Gods zegen bij. Zullen wij samen bidden?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief