Overdenkingen bij zelfdoding (2)

2014-06-14
  • Jaargang 58
  • nummer 12
Wat zeg je bij het graf van iemand die zichzelf het leven benomen heeft? Door dit nummer heen vindt u een paar fragmenten uit overdenkingen die NGK-predikanten hielden bij de begrafenis van mensen die door zelfdoding om het leven kwamen.
De namen zijn gefingeerd.

Brokstukken. Een leven in scherven. Dat was Pieters leven geworden.

Hoe heeft Pieter naar zichzelf gekeken? Hoe zag hij zichzelf als hij in de spiegel keek? Het moet hem pijn hebben gedaan.
Pieter hield van schoonheid: schoonheid in de natuur, schoonheid in de kunst en met name ook schoonheid in de muziek. Hij kon intens genieten van mooie dingen.
Daar kon hij enthousiast van worden. En daarom moet hij geleden hebben onder zijn uiterlijk, dat in de ergste perioden van zijn ziekte zo ontluisterend was aangetast.
Ook dat er zo veel dingen in zijn leven waren scheefgelopen woog hem zwaar. En wat moet het voor hem betekend hebben dat hij zag aankomen dat hij op den duur niet meer voor zichzelf kon zorgen? Dat hij blijvend afhankelijk zou worden van de hulp en begeleiding van anderen?
Dat hij niet meer in staat was om zelf orde te scheppen in de chaos van zijn bestaan?

De gedachte dat Pieter in eenzaamheid zijn weg zo gekozen heeft, doet heel veel pijn. Het past helemaal in het beeld van de scherven. Pieters leven is nu echt kapot gevallen.
En toch, in de rouwbrief wordt ook gesproken over de mooie herinneringen die we aan hem bewaren. Tussen de scherven van zijn leven waren er ook scherven waaraan je nog duidelijk kon zien hoeveel beloften en hoeveel schoonheid er in dit leven school. Een mens om van te houden. Een man met humor, met een grote liefde voor de natuur, met name voor vogels, en een grote liefde voor muziek.
Eén van mijn eigen mooie herinneringen aan Pieter is het moment dat we samen in zijn flat luisterden naar de muziek die u ook kon horen toen u hier binnenkwam: de schitterende koormuziek van Allegri. Zijn zus vertelde zondag nog dat hij haar eens met kerst opbelde. Het ging toen heel slecht met hem, maar daar klaagde hij niet over.
Nee, hij was vol van die muziek van Allegri. Muziek die je als het ware verplaatst in de hemel, zo wondermooi! Die muziek was hem tot troost geweest in zijn ellende.
Zo kon hij ook intens genieten van Bachs aria ‘Bist du bei mir’, gezongen door de alt Aafje Heynis.
Dat was ook Pieter.

Een gebroken leven. Maar nu voor eeuwig in Gods hand.
En in die sterke hand van God voegen de scherven zich weer aan elkaar. In die sterke hand van God wordt Pieter weer tot een mens uit één stuk. In die sterke hand van God lopen al de tijden van Pieters leven uit op de eeuwigheid.
In die eeuwigheid is Pieter voor eeuwig thuis.

Zo kunnen wij hem – met pijn in ons hart – toevertrouwen aan zijn geboortegrond. Ooit zal hij opstaan, wedergeboren tot een nieuw leven. Want Hij die op de troon gezeten is, zegt: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw. (…) Wie overwint, zal deze dingen beërven, en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn.’ Dan is Pieter niet meer gebroken, maar een mens uit één stuk. Dan is hij helemaal een mens om van te houden. En aan de vroegere dingen zal niet meer gedacht worden

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief