Gemeente in beeld

2014-07-12
  • Jaargang 58
  • nummer 14
Praktisch theoloog René Erwich beoogt met zijn boek Gemeente in beeld bij te dragen aan het gesprek over vitale geloofsgemeenschappen en hoe deze zich kunnen ontwikkelen.
Daartoe hanteert hij een methode uit Australië: het zogeheten CLS-profiel (Church Life Survey).
De organisatie en onderzoeksbeweging die met CLS werkt, heet de National Church Life Survey (NCLS).
Erwich vertaalde de CLS-vragenlijst en gebruikte deze methodiek binnen zeven gemeenten van verschillende signatuur.

Parelketting
De vitaliteit van een gemeente wordt ‘gemeten’ door het afnemen van een uitgebreid onderzoek onder leden en bezoekers. Vitaliteit is voor de NCLS rechtstreeks verbonden met de invloed van Jezus, die gekomen is om leven en overvloed te geven (Johannes 10:10).
In het profiel dat iedere deelnemende gemeente ontvangt, geeft NCLS in een ‘circle of strengths’ de mate van vitaliteit van die gemeente aan. De cirkel wordt meestal afgebeeld in de vorm van een parelketting. De ‘parels’ vertegenwoordigen de (negen) kernkwaliteiten en zij worden afgebeeld van ‘sterk’ naar ‘minder sterk’, op basis van de scores die uit de vragenlijst zijn gekomen. De parelketting laat zien welke relatieve vitaliteit een gemeente heeft en waar huiswerk ligt.
De NCLS stelt dat er in elk geval sterke aanwijzingen zijn voor vitaliteit wanneer de gemeente (leden en ook bezoekers): 1. groeit in geloof; 2. vaak geïnspireerd wordt door de erediensten en samenkomsten van de gemeente; 3. een toenemend besef van gemeenschap heeft; 4. toegewijd is aan de visie van de gemeente; 5. haar van Gods Geest ontvangen gaven inzet; 6. grote openheid toont voor experimenten en vernieuwing; 7. meer aandacht geeft aan de ondersteuning van mensen in de omgeving; 8. anderen uitnodigt om deel te nemen aan de eredienst en andere activiteiten; 9. omziet naar mensen die een gemeente zoeken dan wel de gemeente hebben verlaten.

Warmte
De onderzoekers van NCLS presenteren hun analysemodel niet ter vervanging van theologische reflectie. In hun optiek ondersteunt het profiel het gesprek over de vitaliteit van gemeenten en is verdere uitwerking van het profiel in de lokale context wenselijk.
Zo is men van mening dat het essentieel is dat een gemeente een heldere visie of richting voor de toekomst ontwikkelt waar gemeenteleden zich betrokken bij voelen.
René Erwich beschouwt het profiel met de negen kwaliteitskenmerken als een spiegel waarin je de levenskracht en levensvatbaarheid van een gemeente kunt zien. Tegelijk heeft hij bedenkingen. De eerste is dat het CLS-profiel geen specifieke aandacht besteedt aan de lokale context waarin een gemeente leeft en werkt. Een tweede hoofdpunt van kritiek is dat het profiel in theologisch perspectief ‘te dun’ blijft.
Op basis van een verkenning van centrale thema’s in de evangeliën van Matteüs en Marcus komt Erwich met een voorstel voor een verdieping/aanvulling op het vitaliteitsconcept van de NCLS. Vitaliteit ‘wordt zichtbaar in vruchtdragen, in barmhartigheid doen, en in vrede stichten. Je ziet het in bewogenheid voor wat klein en zwak is, in bewogenheid en vergeving.
Ook in radicaal de weg van het kruis gaan, in het afzien van status en het opgeven van privileges. Het komt aan de orde in de wijze waarop de gemeente ingaat tegen geweld en agressie. Je ziet het in de mate waarin de gemeente bruggen bouwt tussen mensen en groepen. (…) Deze noties dreigen te verdwijnen achter de presentatie van kernkwaliteiten die in hun abstractie de eigenlijke warmte missen die zo bitter hard nodig is in de kerk.’ Persoonlijk vind ik het hoofdstuk met deze bijbels-theologische verkenningen het hoogtepunt van dit onderzoek.
Eerdere onderdelen bevatten veel uitleg over methodologie, wat voor de gemiddelde lezer niet direct inspirerend zal zijn. Verder vind ik het tegenvallen hoezeer je de zeven geanalyseerde gemeenten nu echt leert kennen via de CLS-methode. De profielen blijven wat abstract en flets.
Het boek als geheel is bedoeld als een stimulans en hulpmiddel voor plaatselijke gemeenten om (verder) vorm te geven aan een ‘reflectieve vitaliseringspraktijk’.
Concluderend kan ik stellen dat de auteur daar een bescheiden maar betekenisvolle bijdrage aan levert.

Erwich, R. (2013), Gemeente in beeld. Vragen naar vitaliteit. Kok Utrecht.228 p. € 24,90.

Dr. R.J.A. (Robert) Doornenbal is docent aan de Academie Theologie van Christelijke Hogeschool Ede en lid van NGK ‘De Pelgrim’ in Ede.




Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief