Langzame haast

Een oude Griekse wijsheid zegt: ‘Haast je langzaam.’ Het lijkt natuurlijk tegenstrijdig, want óf je hebt haast óf je doet het langzaam aan. Maar niemand minder dan de beroemde keizer Augustus maakte deze paradox tot zijn lijfspreuk.
De Romeinse historicus Suetonius vertelt: ‘Niets paste de volmaakte aanvoerder volgens hem minder dan haast en roekeloosheid. Zo citeerde hij dikwijls de bekende uitspraken: “Haast u langzaam” (speude bradeoos, hier zelfs in het Grieks genoteerd), “Beter een voorzichtige dan een overmoedige veldheer” en “Goed genoeg is vlug genoeg’’.’ ‘Haast je langzaam’ betekent dus zoiets als: wees zuinig met je haast, overweeg goed wat je doet. En daarmee werd Augustus erg succesvol. Vandaar dat deze Griekse wijsheid vooral in het Latijn is overgeleverd: ‘Festina lente’.
Beroemde schrijvers als Erasmus en Shakespeare zorgden voor verdere bekendheid. Diverse kunstenaars probeerden deze levenswijsheid uit te beelden door twee contrasterende elementen samen te voegen, zoals een schildpad met een zeil, een dolfijn met een anker, een haas met een slakkenhuis op zijn rug of de snelle Occasio (kans, gelegenheid) met de standvastige Prudentia (voorzichtigheid).

Ontslapen
Volgens sommige christenen uit de eerste eeuw maakte God niet genoeg haast met de uitvoering van zijn plannen.
Daardoor ontmoette de apostel Petrus nogal wat scepsis.
Sinds het begin van de schepping is er eigenlijk niets veranderd, zo beweerde men. De wereld draait door, maar God grijpt niet in. Waar blijft de dag van de HEER, die in het Oude Testament telkens in het vooruitzicht wordt gesteld? Heeft zijn wereldverbeteringsproject vertraging opgelopen?
Deze vragen gaan nog niet specifiek over de wederkomst.
De sceptici klaagden dan ook niet dat de vorige generatie gestorven was (NBV) maar dat de vaderen [van Israël] ontslapen waren (HSV). Zelfs de aartsvaders hebben tevergeefs gewacht en Gods belofte niet in vervulling zien gaan (vergelijk Hebreeën 11:39).
Intussen is het onderliggende probleem alleen maar herkenbaarder geworden. Zoveel eeuwen nadat Petrus zijn brief schreef, klemt voor ons temeer de vraag: Houdt God zich eigenlijk wel aan wat Hij heeft toegezegd? Of is de HEER als een politicus die met loze verkiezingsbeloften stemmen probeert te trekken?

Tijdrekening
Petrus herinnert in 2 Petrus 3 (zie kader) eraan dat God in het verleden wel degelijk heeft ingegrepen, namelijk door de toenmalige wereld schoon te spoelen met de zondvloed.
En de huidige wereld zal God oordelen met vuur.
Het is dus niet waar dat mensen ongestoord hun goddeloze gang kunnen gaan. Bovendien, zegt Petrus, moeten we dit éne punt niet over het hoofd zien: voor God is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag (vers 8).
Dat laatste element stond al in een lied van Mozes: ‘Duizend jaar zijn in uw ogen als de dag van gisteren die voorbij is, niet meer dan een wake in de nacht’ (Psalm 90:4).
Wat is een mensenleven vergeleken bij de eeuwige God?
Wat voor ons besef heel lang duurt – levenslang of nog langer: een millennium – beschouwt God als een enkele dag. Vanuit de hemel gezien vliegen de eeuwen voorbij.
Maar Petrus voegt daar de omgekeerde gedachte aan toe en plaatst die zelfs voorop: God ziet een enkele dag ook als duizend jaar. Hij beleeft alles heel intens.
De Eeuwige houdt er een eigen tijdrekening op na en kiest zijn eigen tempo

Die twee componenten horen onlosmakelijk bij elkaar.
Als mensen vinden dat het veel te lang duurt, zegt Petrus: maar God heeft haast. Duizend jaar geldt bij Hem als één dag, dus heel kort. Tegelijk neemt Hij er ook alle tijd voor, zegt Petrus er meteen bij. Eén dag geldt bij God als duizend jaar, dus een lange termijn. De Eeuwige houdt er een eigen tijdrekening op na en kiest zijn eigen tempo.

Gods geduld
Langzame haast blijkt dus niet alleen een Griekse maar ook een hemelse wijsheid te zijn. God is geen treuzelaar, Hij schuift zijn voornemens niet voor zich uit, maar het waarmaken van zijn belofte vereist behalve snelheid en bereidheid om tot actie over te gaan ook een langetermijnvisie.
Als er een nieuwe wereld komt, dwars door het oordeel met vuur heen, hoe zal de wereldbevolking van de toekomst er dan uitzien? God neemt bij dit definitieve nieuwe begin geen genoegen met slechts acht personen, zoals alleen Noach en diens familieleden de zondvloed overleefden. Hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand in het oordeel ten onder zal gaan. Vandaar zijn geduld op macroniveau. God heeft alle geduld van de wereld, want Hij is gericht op redding van mensen. Dat is de langetermijnvisie die Hem beweegt bij de uitvoering van zijn plannen.
Zo geeft God ruim tijd voor bekering. Daarbij hoeven we als christelijke gemeente niet meteen aan ongelovige buitenstaanders te denken. Natuurlijk, goddelozen moeten zich haastig bekeren. Maar dat geldt voor iedereen, ook voor mensen die zich christen noemen maar tegelijkertijd al schamperend verwarring stichten. Hij heeft alleen maar geduld met u, schrijft Petrus immers. Wij zijn de ondergang nabij. Vandaar dat Petrus zijn lezers aanspoort zélf haast te maken met het oog op de grote dag en het geduld van God als hún redding te beschouwen (vers 12 en 15a).
Net als in de periode voor de zondvloed, toen God aan Noach geduldig de tijd gunde om een ark te bouwen en zo aan het naderende oordeel te ontkomen. Vertimmer de gemeente tot een reddingsboot en kom allemaal aan boord, zolang het nog kan!

Gods belofte
Dát die grote dag komt, de dag van de HEER, oftewel de wederkomst van Jezus Christus, staat vast. God heeft ons niet voor niets zijn Woord gegeven. ‘Wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont’, zo staat het in Jesaja 65 en 66, en God houdt zich aan zijn belofte. Hij zal ons niet langer laten wachten dan nodig is. Jezus Christus komt spoedig. Alleen: haastige spoed is zelden goed.
Langzame haast werkt meestal beter.

Rob van Houwelingen is hoogleraar Nieuwe Testament aan de TU Kampen en redacteur van De Reformatie.
Dit artikel zal worden opgenomen in Onschatbare teksten.
Een top-25 van geliefde passages uit het Nieuwe Testament met ongekende zeggingskracht, dat naar verwachting dit najaar verschijnt bij uitgeverij Buijten & Schipperheijn te Amsterdam.



‘Eén ding mag u niet over het hoofd zien, geliefde broeders en zusters: voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.’ (2 Petrus 3:9)