Preken

Laten we het maar weer eens hebben over één van de belangrijkste onderwerpen in de kerk: de preek.
Ons vrijgemaakte zusterblad, De Reformatie (waarmee we ons nu in een soort staat van verloving bevinden), heeft een themanummer gewijd aan het onderwerp ‘Preken houden, naar preken luisteren’ (13 juni). Met name het artikel van Koos Geerds (behalve dichter ook trainer, coach en mediator) bevat boeiende waarnemingen.
Zoals:

Een preek is geen al dan niet uitgeschreven tekst, maar een gebeurtenis.
Op het moment dat een preek wordt uitgesproken wordt hij geboren, niet daarvoor. Alle studie en formulering in de studeerkamer tot en met het uitschrijven van de schets of de hele tekst is voorwerk. Pas op het moment van voordragen is het een preek. Zoals een les pas een les is op het moment dat hij gegeven wordt door de docent. De spreker is kraam- en vroedvrouw tegelijk.
Een preek gebeurt. () Vervolgens is het met een preek als met elke voordracht: de spreker heeft er zijn bedoeling mee en kan die ook uiten, maar de hoorder geeft er betekenis aan. Net zomin als de hoorder over de bedoeling van de prediker gaat, gaat de prediker over de betekenis die de hoorder aan de preek hecht. Dat moet hij aan de luisteraar overlaten.
Daarin zijn sprekers in het goede gezelschap van onder andere componisten, kunstenaars, schrijvers en dichters.
Al deze beroepsbeoefenaars leggen hun passie en drive in hun werk. Maar verder reikt hun invloed niet. Michelangelo noch Rembrandt noch Bach heeft ooit kunnen bevroeden wat voor betekenis hun werk zou hebben. Dat moesten ze in hun eigen tijd al overlaten aan hun opdrachtgevers en aan ieder die met zijn werk in aanraking kwam. En ze hadden al helemaal geen vermoeden van de betekenis van hun werk voor ons.
Met een preek is dat precies hetzelfde.

Geerds komt vervolgens met zeven lessen:

1. Preekkunde bestaat uit veel meer dan het voorbereiden van een inhoudelijk weldoordachte tekst. () De hele persoon en het optreden van de prediker doet ertoe. Kernachtig gezegd: hij zelf vult en vormt de boodschap.
2. Een zorgvuldige opbouw van de preek is een absolute voorwaarde. () Alleen wanneer een preek een duidelijke focus heeft en de luisteraar tijdens de voordracht wordt geholpen om zijn aandacht erbij te houden, zal de overdracht lukken. () 3. Van groot belang is hoe de predikant zichzelf ziet als prediker. Sta je daar als boodschapper, als leraar, als medeleerling? () Leg je vooral accent op het leerstellige, op het ethische of het pastorale? Wat voor prediker behoor je, volgens jouzelf, te zijn? Wat is wat dit betreft jouw basisovertuiging en -houding? Die zul je namelijk uitstralen. En die hebben effect op je gehoor!
4. Omdat je niet weet hoe mensen in de kerk zitten, is het van belang om je er op z’n minst een voorstelling van te maken hoe divers hun situatie kan zijn (inleving). Vervolgens is het nuttig om te bedenken dat preken een vorm van pastoraat is, evenals catechiseren en het afleggen van huisbezoeken.
Als dat zo is, kun je elk gesprek met je catechisanten, je kerkenraad, je gemeenteleden gebruiken om hem of haar te vragen naar de preken. Je zou ook kunnen besluiten om () periodiek elk adres te bezoeken, onder andere om door te spreken over de preekbehoefte.
() 5. Een breed georiënteerd mens is een interessant mens. Boeiende predikanten zijn mensen met een levendige interesse in alle aspecten van de cultuur, de samenleving en de individuele mens.
Ze zijn ware wereldburgers en steken hun voelsprieten naar alle kanten uit.
Ze zijn onbeperkt in hun belangstelling en steken graag hun licht op bij anderen.
Ze zijn open-minded en hun oordeel is genuanceerd. Niet het uniforme trekt hen, maar de verscheidenheid. Ze hebben gevoel voor humor en kunnen relativeren. Ze geloven in voortschrijdend inzicht en ruilen hun mening graag in voor een betere. () 6. Ook de beste predikant heeft zijn grenzen. Hoe meer je je ontwikkelt, des te meer je daar tegenaan loopt.
Wees daar maar eerlijk en duidelijk over. Dat geeft over en weer lucht. Het voorkomt valse verwachtingen. De meeste mensen zijn niet briljant en dit geldt ook voor predikanten.
7. Tegelijk betekent dit dat je bereid bent je te verdiepen in onderwerpen die van nature niet zozeer je belangstelling genieten. De gemeente van Christus leeft midden in de wereld en je bent er voor haar. De preek is bedoeld om haar verder te helpen.
Daarom is niet jouw al dan niet theologische belangstelling het uitgangspunt, maar die van haar.

Valt er, met name vanuit de Bijbel, niet meer te zeggen dan wat Geerds hier doet? Vast wel. Maar het is goed dat ook deze dingen gezegd worden.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.