Een overkomelijk gemis

2014-05-31
  • Jaargang 58
  • nummer 11
Zo belangrijk als het krijgen van kinderen in het Oude Testament is, zo weinig interesse heeft het Nieuwe Testament ervoor. Wat heeft dat ons vandaag de dag te zeggen?

Het krijgen van kinderen staat in het Oude Testament in het middelpunt van de belangstelling. Dat is om verschillende redenen niet verwonderlijk.
Allereerst is het ontvangen van nieuw leven één van de mooiste dingen die er is. Dat zie je al in de natuur: elk voorjaar is er die verrukkelijke uitbarsting van leven als vers groen uitspruit, de lammetjes in de wei rondspringen en vogels af en aan vliegen om hun jongen te voeden. Hoeveel meer indruk maakt het dan als het menselijk leven zich vernieuwt.
Prachtig komt dat in de Bijbel naar voren wanneer verteld wordt over de levensgang van het eerste mensenpaar.
Adam en Eva zijn op een dood spoor terechtgekomen, maar toch breekt het leven zich baan en ontsluit zich de toekomst: ‘De mens, Adam, had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. “Met de hulp van de HEER,” zei ze, “heb ik het leven geschonken aan een man!”’ (Genesis 4:1).
Als dan opnieuw een rampzalige ontsporing plaatsvindt, zien we nóg een keer dat hoopvolle moederworden van Eva: ‘Opnieuw had Adam gemeenschap met zijn vrouw, en zij bracht een zoon ter wereld. Ze noemde hem Set, “want,” zei ze, “God heeft mij in plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven”’ (Genesis 4:25).
De naam Eva spreekt boekdelen: die betekent ‘levende’ (‘levensbron’ volgens de Naardense Bijbel). Zie Genesis 3:20: ‘De mens noemde zijn vrouw Eva; zij is de moeder van alle levenden geworden.’

Elke keer als een vrouw een pasgeboren kind in de armen houdt, tast een mens aan dat geheim van de moeder als levensbron

Nog steeds, elke keer als een vrouw een pasgeboren kind in de armen houdt, tast een mens aan dat geheim van de moeder als levensbron.
Daarom is het niet verwonderlijk dat het Oude Testament vol is van het krijgen van kinderen.

Flink stel zonen
Daar komt nog iets bij. Behalve de vernieuwing is er ook de uitbreiding van het leven. Eén enkel mensenpaar is weinig als het gaat om het heerschappij voeren over de gehele aarde.
Daarom moet het wereldwijd uitzwermen.
In het krijgen van kinderen schenkt God dus ook de zegen van overvloed (Genesis 1:26-28).
Dat motief komt terug in de belofte aan Abraham: uit één enkele nomade zal een machtig volk voortkomen.
Talrijk zullen de Israëlieten worden, en dat zal ook hun glorie zijn (Genesis 12:2).
In lijn daarmee schetst Psalm 127 een florerend gezin. Dat is als het ware een Israël in het klein. Treffend is de typering van kinderen als een ‘erfdeel’ van de HEER (Psalm 127:3, Statenvertaling).
Zoals Kaleb en zijn familie een stevige positie innamen doordat hun het grondgebied rond Hebron als erfdeel werd toegewezen (Jozua 14:13 en verder), zo staat een man er goed voor als hij een flink stel zonen in zijn gevolg heeft (Psalm 127:5).
Overigens weet het Oude Testament ook van de keerzijde, namelijk dat een mens een hoop zorgen kan hebben over zijn kinderen. Tegenover Psalm 127 staat Spreuken 17:25: ‘Een dwaze zoon is een groot verdriet voor zijn vader, bitterheid voor haar die hem heeft gebaard.’ David, vader van Amnon en Absalom, kon erover meepraten
(2 Samuël 13-19)…

Ingrijpen
In de derde plaats kent het Oude Testament de geboorte van kinderen met het oog op de redding van het leven.
Denk aan de geboorte van Mozes, van Simson, van Samuël. Niet toevallig zijn dat vaak geboortes die eigenlijk niet konden (Rechters 13:2, 1 Samuël 1). Zo wordt uitgebeeld dat het heil alleen van God verwacht kan worden, omdat menselijke potentie tekortschiet om redding te brengen. Dan is het krijgen van een kind een machtig symbool van het ingrijpen van God zelf.

Beduidend minder
Bij de vernieuwing, de uitbreiding en de redding van het leven gaat het om zulke basale dingen dat het verbazing kan wekken dat er in het Nieuwe Testament zo weinig over het krijgen van kinderen staat. Het zet stevig in met het verhaal van de geboorte van Jezus, maar dan is het ook afgelopen.
Dat is meteen de laatste geboorte die in de Bijbel bericht wordt. Het Nieuwe Testament lijkt geen interesse meer te hebben in het krijgen van kinderen.
Hoe komt dat? Het hangt samen met het opmerkelijke gegeven dat het Nieuwe Testament weinig belangstelling toont voor het aardse leven als zodanig. Kunst, cultuur, politiek, de ontwikkeling van het maatschappelijke leven, het spel van de liefde: het is niet afwezig, maar er ligt beduidend minder nadruk op dan in het Oude Testament.
Het Nieuwe Testament is met andere dingen bezig, en wel met het Koninkrijk van God dat aan het doorbreken is. Dat doet het aardse leven als het ware verbleken (1 Korintiërs 7:29-
31). De interesse in het krijgen van kinderen verslapt, omdat nu anders aangekeken wordt tegen de vernieuwing, de uitbreiding en de redding van het leven. Met de komst van Christus vindt de vernieuwing van het leven overrompelend plaats in zijn opstanding. Nog steeds is er het uitzicht op de niet te tellen menigte van Gods volk (Openbaring 7:9-10), maar nu betreft het hen die opnieuw zijn geboren, door Gods levende en altijd blijvende Woord (1 Petrus 1:23, zie ook 1 Korintiërs 4:15). En waarom nog over geboortes berichten als dé Redder geboren is, in Wie God ultiem heeft ingegrepen in de geschiedenis van ons mensen? Zo wordt het krijgen van kinderen in het Nieuwe Testament krachtig gerelativeerd.

Meewarig
Die relativering kun je tot gelding brengen door als kerk en als christenen niet je ziel en zaligheid te zoeken in het krijgen van kinderen. Christelijk gesproken is het geen ramp als je geen kinderen kunt krijgen terwijl je ernaar verlangt. Het is wel naar.
Mensen die het overkomt, weten als weinig anderen wat Spreuken 13:12a betekent: ‘Almaar onverhulde hoop maakt ziek.’ Het gemis van deze zegen kan verdrietig maken en een domper zetten op je toekomstverwachting. In bepaalde levensfasen kan het je als echtpaar ook sterk isoleren van je sociale omgeving. Maar daarmee beland je nog niet in de achterhoede van het leven! In het Oude Testament is onvruchtbaarheid voor een vrouw bijna ondraaglijk en wordt een man die zich niet met een aantal zonen aan de samenleving kan presenteren nauwelijks voor vol aangezien. Maar na Christus is het met die verachting gedaan. Je krijgt het aan de stok met het Nieuwe Testament als je meewarig doet over mensen die kinderloos blijven.
De theoloog Karl Barth (zelf vader van vijf kinderen) heeft triomfalisme bespeurd in Psalm 127. Als hij daarin gelijk heeft, is het zaak om als nieuwtestamentische gelovigen terughoudend te zijn met het zingen van de coupletten 3 en 4. Immers: ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen’ (1 Korintiërs 1:31).
Bedenk daarbij ook dat het Nieuwe Testament veel meer ruimte biedt aan echtparen om vrijwillig af te zien van het krijgen van kinderen dan het Oude. Christelijk gesproken hoeven ook zij niet meer met een scheef oog te worden aangekeken. Werkelijk, er gaat ontspanning uit van het gegeven dat de geboorte van Jezus de laatste is die in de Bijbel wordt genoemd.

Boodschap
Toch is het ook weer niet de bedoeling dat christenen de schouders ophalen over het aardse leven, inclusief het krijgen van kinderen. Dat vloeit alleen al daaruit voort dat de kerk het Oude Testament is blijven eren als het getuigenis van Gods openbaring en het heeft extra gewicht gekregen doordat op de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde veel langer gewacht moet worden dan in het Nieuwe Testament vermoed werd.
Om met de theoloog Oepke Noordmans te spreken: ‘De kerk heeft zich moeten inrichten voor eeuwen in plaats van voor de eeuwigheid.’ Dit betekent dat de vragen rond kunst, cultuur, het sociale leven en de politiek de agenda meer zijn gaan bepalen dan bijvoorbeeld Paulus heeft kunnen denken.
Juist daarom heeft de kerk teruggegrepen op het Oude Testament, met zijn levendige belangstelling voor het leven hier en nu.
Ook inzake de waardering van het krijgen van kinderen blijft het Oude Testament daarom voor de kerk een boodschap hebben. De vernieuwing van het leven in Christus’ opstanding doet niets af aan de verwondering over nieuw leven dat geboren wordt. Het uitzicht op de onafzienbare menigte van hen die wedergeboren worden door het Woord laat zich verenigen met blijdschap over de groei van de kerk via kinderen die in een gelovig gezin opgroeien en tot geloof komen. En wat is het mooi als er kinderen worden geboren die uitgroeien tot mensen die bijdragen aan het heil van de samenleving.
Het scheppingswonder van de geboorte van een kind mag daarom ook bij de nieuwtestamentische kerk in ere worden gehouden. Zo is het goed als mensen mét en mensen zónder kinderen elkaar hoogachten. Zij richten zich immers, ieder langs een eigen weg, op een gemeenschappelijk doel: Gods Koninkrijk.

Ad van der Dussen is predikant van de NGK Eindhoven en docent systematische theologie aan de
Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding. Hij en zijn vrouw hebben geen kinderen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief