Redactioneel

Hoe wrang kan het leven zijn. Je bereidt een thema voor over de studententijd – de tijd waarin het leven lonkt, de kansen oneindig lijken en alles nog mogelijk is – en dan word je opeens geconfronteerd met een wrede vliegtuigramp, waarin 298 mensen, jong en oud, het leven laten. Begin en eind, zo dicht bij elkaar. Als dat je niet bepaalt bij de kwetsbaarheid van het leven...

Dit nummer is een mengsel van levenslust en levenseinde. Van enerzijds studeren, groeien in het geloof en je plek in kerk en werk vinden, en anderzijds rouwen om medeschepsels, voor sommigen familie of kennissen, die wreed weggerukt zijn van deze aarde.

'Wat moeten we hier nu over zeggen?' schrijft Ton Vos in zijn meditatie bij de ramp, waarna hij Jesaja citeert. 'Hoor, een stem zegt: “Roep!” En een stem antwoordt: “Wat zou ik roepen?”' Valt er nog iets te zeggen? Valt er nog iets te doen? Kunnen we nog wat roepen? De mens is als gras, als een veldbloem. Het gras verdort, de bloem verwelkt...

Ja, zegt Jesaja, het gras verdort en de bloem verwelkt. 'Maar het woord van onze God houdt altijd stand.'