Het geheim van het mosterdzaadje

De zomer was het decor van krankzinnig geweld. Achter dat tafereel van moordpartijen, rakettenregens en een uit de lucht geschoten passagiersvliegtuig gaat een wereld vol onrecht en uitbuiting schuil. Hoe blijven we daarbij be- trokken? Hoe kunnen we nog pijn voelen? Hoe laat ik mij raken in een verminkte wereld?

We maakten ons op voor een rustige zomer, een paar maanden geleden. Vanaf begin juli begon op de redactie van de krant waar ik toen werkte de bijna traditionele zoektocht naar de eerste ‘zomerkomkommer’: nieuws dat overdadig veel aandacht krijgt bij gebrek aan serieuze items. Maar zo’n zomer werd het niet. Sterker nog: de nieuwsfeiten buitelden over elkaar heen, het ene onderwerp nog schok- kender dan het andere. De dood zelf was de gruwelijke vrucht die werd op- gediend, in allerlei vormen.

Het Koninkrijk, het medicijn tegen gevoelloze machteloosheid, bevindt zich onder onze neus, maar we zien het niet

Uit de lucht tuimelende mannen, vrouwen en kinderen, neerploffend op een verschroeide akker in Oost-Oekraïne. Rijen lichamen van neergemaaide Sjiitische moslims. Uiteengereten mensenlevens in Israël en de Palestijnse gebieden. Yezeri’s, opgejaagd en afgemaakt in de pas opgerichte islamitische heilstaat. Iraakse christenen die in blinde paniek hun huizen moesten verlaten. Een verwoestende ebola-epidemie die steeds weer nieuwe slachtoffers eiste. Er was geen zomerkomkommer. Geen poema op de Veluwe om het leed te verzachten. Het was een peilloos diepe stroom van oorlog en weerzinwekkend geweld. ‘Het lijkt armageddon wel’, verzuchtte een geharde Nederlandse oorlogsjournalist op Twitter. Een gevoel dat meer mensen bekroop: wat gebeurt er in vredesnaam? Na enkele jaren van obsessieve aandacht voor onze eigen economische problemen zijn onze ogen weer gericht op de rest van de wereld. En dat is geen prettige aanblik. Ik deed daarbij nog een andere, alarmerende ontdekking: het nieuws raakte me niet. Zeker, ik was verontwaardigd, geschokt soms, maar ten diepste ging het aan mij voorbij. Het was alsof ik langzaam immuun was geworden.

In dezelfde zomer was ik op de New Wine-conferentie om een workshop te geven, samen met een vriend die bij Tear werkt. ‘Iets met recht en onrecht, dicht bij de mensen’, was het verzoek. We zaten in de achtertuin te brainstormen over de inhoud van ons verhaal. Al snel stapelden de wereldproblemen zich op: de ellende van oneerlijke chocolade, milieuvervuiling, ongebreidelde consumptiedrang en chronische armoede lagen op tafel. Wat moesten we hierover zeggen? Waar is het begin van die ingewikkelde kluwen van eindeloos verknoopt onrecht? De moed zinkt je zomaar in de schoenen. Sterker nog: het is vaak een gevecht om je er druk over te blijven maken. Iets in ons – in mij in elk geval – lijkt ervoor te zorgen dat we langzaam maar zeker ongevoelig worden. Dat onrecht, in welke vorm dan ook, steeds minder pijn doet. Dit ging verder dan een handvol duurzame tips voor een rechtvaardiger leven, ontdekten we op die zomeravond in de achtertuin. Vijf euro extra in de collectezak, hoe waardevol ook, is niet meer voldoende. Dit ging niet over armoedebestrijding of een beter milieu, dit ging over onszelf.

Medicijnen
Het lijkt erop dat we collectief aan een soort lepra lijden, vertelde iemand mij een paar jaar geleden. Een raar verhaal. Lepra komt nog voor in verre landen, maar steeds minder vaak. Als er in Nederland al iemand ziek wordt, is de besmetting afkomstig uit het buitenland. En toch is het waar: we lijden aan lepra. Niet lichamelijk, maar geestelijk raken we afgestompt. Eén van gevolgen van een leprabesmetting is dat zenuwen worden aangetast, waardoor gevoelloosheid optreedt. Kleine verwondingen worden niet opgemerkt, waardoor infecties ontstaan, die uiteindelijk lijden tot nare verminkingen. Wij zijn verwonde mensen, maar omdat we het niet voelen, woekeren infecties ongehinderd voort. En wat ook vervelend is: lepra is besmettelijk. Het zit in onze omgeving, ons hele bestaan is ermee besmet. Wat is die bacil die mij gevoelloos maakt? De antwoorden liggen voor het oprapen: egoïsme, mijn verslaving aan ‘veel, voordelig en vandaag’, mijn gewenning aan welvaart en de bijbehorende neiging die tot de laatste man te verdedigen, mijn angst om minder te hebben, mijn onwil om in te leveren, mijn door commercie vertroebelde blik... De harde waarheid is – ik zeg het maar eerlijk – dat ik mij soms meer en beter voel dan mensen die het niet redden in deze wereld. Hoe kan ik mij laten raken door andere mensen? Hoe kan ik de pijn en ellende voelen die ik nota bene soms zelf mede veroorzaak? Hoe wordt een Yezeri op een berg mijn naaste? Een Palestijnse boer mijn vriend? Voor de ‘echte’ lepra zijn inmiddels goede medicijnen voorhanden, maar het is een tijdrovend proces. Een volledige behandeling kost zeker twee jaar. Ook de geestelijke variant kan genezen, zoals Jezus mensen met huidvraat beter maakte. God kan ons verlossen van onze ongevoeligheid, ons helpen om de wereld met andere, nieuwe ogen te bekijken. Dat begint bij de ontdekking dat Jezus de komst van een Koninkrijk aankondigt waarin alles op zijn kop gaat. Tegenover het recht van de sterkste, economische vooruitgang, efficiency en de macht van het resultaat houdt Jezus een minuscuul mosterdzaadje tussen zijn vingers. Vrucht versus resultaat, dat is meer dan een woordspelletje. Maar de wereld die daarachter schuilgaat, is soms lastig te zien. Het is een plek waarover alleen in beelden goed te spreken is.

Straatkrant
In Matteüs 25 doet Jezus een poging om uit te leggen hoe het zit met zijn Koninkrijk van het mosterdzaadje. Hij doet ook een boekje open over de geboorteplaats van dat rijk, de hemel. Er is een troon, met daarvoor een aantal mensen. ‘Welkom’, zegt Jezus tegen de ene groep. ‘Jullie horen erbij. Want toen ik honger had, zamelden jullie eten in voor de voedselbank. Toen ik als illegale vluchteling in jullie land verbleef, zorgden jullie voor onderdak. Toen ik slaaf was in een cacaoplantage, kochten jullie fairtrade-chocoladerepen.’

Ik moet op straat, in het journaal en in mijn supermarkt Jezus leren ontdekken

Een andere groep mensen wordt de deur gewezen omdat zij het blijkbaar hebben laten afweten. Maar wat intrigeert, is de reactie van de mensen die welkom worden geheten: ‘Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?’ In een bekend antwoord legt Jezus uit hoe het zit: ‘Jullie hebben het voor mij gedaan, ik was die hongerige, naakte, zieke, gevangene, vreemdeling.’ Kortom: deze mensen hebben allemaal Jezus ontmoet, maar misten de schittering van zijn Koninkrijk. Ze hebben een straatkrant gekocht, maar zagen niet de doorboorde hand die de euro aanpakte. Het Koninkrijk, het medicijn tegen gevoelloze machteloosheid, bevindt zich onder onze neus, maar we zien het niet.

Kijken
Er zijn lollige plaatjes waarnaar je twee keer kunt kijken: eerst zie je een oude vrouw en dan, als je een tweede keer kijkt, verschijnt er een jongedame. Een ander bekend voorbeeld is de vaas die eigenlijk uit twee gezichten bestaat. Zou je zo ook naar het schap met chocolade in de supermarkt kunnen kijken? Eerst zie je alleen repen en bonbons. Maar als je nog een keer kijkt, zie je ineens de wereld die erachter ligt: de oneerlijkheid, de uitbuiting, Jezus die als slavenjongen op een plantage werkt. En wat als je tussen je wimpers door naar de Vluchthaven kijkt, waar Amsterdamse illegale vluchtelingen een nauwelijks menswaardig bestaan leiden? Wie ligt daar eigenlijk op dat kale matras in een vochtige kelder? Wie zie ik in de ogen van de Palestijnse vader die zijn kinderen begraaft? Waar kijk ik naar als ik vluchtelingen letterlijk voor hun leven zie rennen door een Iraakse woestijn?

Inwijding
We besloten in onze workshop op New Wine te gaan zingen. ‘Open the eyes of my heart Lord’, een evangelische kraker uit de jaren negentig. Grijs gezongen. Ik heb het jarenlang mee gemurmeld als een soort verholen wens naar geestelijk vuurwerk: een hemels tafereel met engelen en veel licht, waar je dan stiekem iets van ziet. Zoiets. Maar dat is niet wat ik moet leren zien, dat helpt mij niet. Ik moet op straat, in het journaal en in mijn supermarkt Jezus leren ontdekken. Als ik wil genezen, moeten mijn ogen open. En dan? Ik kan het leed in de wereld niet op mijn schouders nemen. Ik sta machteloos tegenover het gruwelijke geweld van islamitische extremisten. Hoe doe ik recht aan een wereld die verzuipt in uitbuiting en onderdrukking? In de achtertuin – we dronken er goede wijn bij, dat helpt – kwamen we tot een paar ‘vuistregels’, die we wat samenzweerderig ‘inwijding tot het geheim van het mosterdzaadje’ noemden (zie kader). In dit geval toegespitst op stil, ogenschijnlijk onbetekenend verzet tegen uitbuiting en onrecht. Wereldproblemen los ik niet op. Maar de kloof tussen arm en rijk en tussen recht en onrecht wordt overgestoken als wij leren kijken met open ogen. Bevrijde mensen, aan een infuus tegen lepra.

Maarten Vermeulen is sinds 1 september eindredacteur bij EO Visie en lid van de NGK Ede.

Vuistregels: hoe doe je dat, recht doen?

  • Het is vaak praktisch (Welke banaan koop ik? Geef ik geld voor hulp? Kijk ik het journaal om mijzelf te confronteren?) maar tegelijkertijd net zo geestelijk als elk ander onderdeel van je leven als christen. Recht doen heeft alles te maken met genade. Om het wat onorthodox te stellen: Jezus is ook gestorven voor het onrecht in onze plofkip en de lekkende oliepijpen in de Nigerdelta. Deze wereld is net zo goed onderdeel van ons (geestelijk) leven als de worsteling om elke dag stille tijd te houden, om maar iets te noemen.
  • Word geen prekende profeet, daar zijn er maar weinig van nodig (mocht je wel geroepen worden om in de woestijn te leven op sprinkhanen en honing, dan merk je dat heus wel). Leef tegelijkertijd ‘profetisch’. Een reep eerlijke chocolade kopen, een welgemeende begroeting van een dakloze en huilen om het geweld in Syrië zijn vooruitwijzingen naar een andere wereld, kleine schitteringen van een verborgen Koninkrijk. En als je dan ergens plofkip krijgt voorgeschoteld, eet het dan zoals je vlees eet dat aan de afgoden is geofferd (wat in zekere zin ook zo is: economisch resultaat en efficiency zijn de goden van onze tijd).
  • Maak kleine stapjes. Als je op een gegeven moment – nu of later – tot de overtuiging komt dat je leven ‘totaal veranderd’ is en dat je alles anders gaat doen, gaat er iets mis. Een mosterdzaadje heeft heel veel tijd nodig om te groeien. Overhaast niet, koester je groei, doe het met aandacht. Het gaat niet om het resultaat, het gaat om de vrucht.
  • Doe het niet alleen. Ik begin te vermoeden dat de Geest een merkwaardige voorkeur heeft voor mensen die samen onderweg zijn. Jezus volgen is geen persoonlijk ontwikkeltraject. De kans dat ik echt verander, neemt zienderogen toe als ik mensen vind die dat ook willen: de kerk die in stilte een klein mosterdzaadje laat vallen in de donkere aarde van deze wereld.