Gewoon doen in een waanzinnige wereld

Als we ons machteloos voelen bij de dagelijkse lawine van kwaad en ellende, zijn we bij het Evangelie aan het goede adres. Dat vertelt immers over kleine en aanvechtbare mensen die uitgenodigd worden om hun houvast in God te zoeken. ‘Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven’ (Lucas 12:32). Nu we meer dan ooit worden bepaald bij onze machteloosheid – die ons of tot wegkijken en cynisme kan verleiden of juist tot fanatisme – mag het Evangelie die kracht blijken die ons vrijmaakt om gewoon mens te blijven in alle waanzin.

Het klassieke voorbeeld van een uitzichtloze situatie is die van het volk Israël dat klem zit tussen de zee en de strijdwagens van de farao (Exodus 14). De reactie van het volk is begrijpelijk: radeloos gieten zij al hun angsten, twijfel en ongeloof als één bak van verwijt over Mozes leeg. Deze blijft voor de ogen van het volk echter recht overeind staan met zijn antwoord vol vertrouwen en perspectief. Dat is bijzonder. In plaats van wegduiken of kwaad reageren doet hij eerst zelf waartoe hij het volk vervolgens oproept: ‘Wees niet bevreesd, houd stand.’
Standhouden, dat woord blijkt de hele Bijbel door kenmerkend voor de houding van een gelovig mens. Oog in oog met het kwaad is dat moedig en sterk. Uit de tekst kunnen we echter opmaken dat Mozes dit niet heeft gedaan als een geestelijke krachtpatser, maar als een zwak mens die vanuit zijn eigen angst tot God heeft geschreeuwd. ‘Wat roept u tot Mij?’ zegt de Heer dan ook tot Mozes. De rust die Mozes uitstraalt naar het volk, heeft hij ontvangen door eerst al zijn zorgen en angsten bij de Heer bekend te maken. Zoals Paulus het later de Filippenzen zal voorhouden (Filippenzen 4:6).

Derde reactie
De reden waarom de Israëlieten kunnen standhouden en tot rust moeten komen, is de verzekering ‘de HEER zal voor u strijden, en ú moet stil zijn’. Dit stil zijn is trouwens niet passief afwachten. Het is een actief halt tegen alle paniek, in een actief uitzien naar wat God zal doen. Het is zelfs geen pas op de plaats. Want de Heer beveelt Mozes om op te trekken. Om in geloof dat te blijven doen waartoe ze geroepen waren: op weg blijven naar het beloofde land!
Het geloof doet hier tweeërlei. Allereerst laat het geloof het grote kwaad waar wij machteloos tegenover staan aan God over. Hij neemt dat voor zijn rekening. Vervolgens geeft dat geloof ons de ruimte om ‘gewoon’ mens te zijn op de plaats waar God ons roept. Ook al lijkt het gekkenwerk. Want het is volstrekt onzinnig om door te gaan als je weg doodloopt in de zee. Toch is dat de opdracht: zeg tegen de Israëlieten dat ze verder trekken.
Standhouden betekent dus: niet wegvluchten, maar ook niet de aanval inzetten. Beide reacties liggen voor de hand. Oog in oog met het grote kwaad is de verleiding groot om of in paniek te raken en het op te geven of fanatiek de aanval in te zetten. Maar het Evangelie roept ons op tot een derde reactie: standhouden en dus even koppig als bescheiden doorgaan op de weg waarop de Heer je roept. Hij is namelijk de God die de doden opwekt, schrijft Paulus in 2 Korintiërs 1. Dit geloof daagt niet uit tot huzarenstukjes, maar om ‘gewoon’ door te gaan. Al is ‘gewoon’ juist weer heel bijzonder in een krankzinnige wereld!

Oude woorden
Dit patroon zien we telkens terugkeren in de Schrift. 2 Kronieken 20 biedt een prachtig voorbeeld. Een overmacht van vijanden staat plotsklaps voor de kwetsbare achterdeur van het koninkrijk Juda. Koning Josafat ziet geen andere weg dan die van het gebed. Met het volk samengeroepen gaat hij op het tempelplein voor in gebed. In dat gebed legt hij alles bij God.
Deze geschiedenis ademt door het eendrachtig volharden in het gebed en het samen uitzien naar God een nieuwtestamentische sfeer. De verhoring van dit gebed is dan ook de komst van de Heilige Geest, die de leviet Jachaziël een woord van redding in de mond geeft. Prachtig hoe de Geest hier gebruikmaakt van oude bekende woorden, van Mozes bij de Schelfzee, maar ook van Deuteronomium 20 en Jozua 1 Het oude woord wordt door de Geest als antwoord op het gebed actueel gemaakt. Bediening van het Woord als profetie Josafat vat deze preek zo samen: ‘Vertrouw op de HEER, uw God, en u zult standhouden, vertrouw op zijn profeten en uw welslagen is verzekerd.’ Opnieuw die combinatie van standhouden, alles in Gods handen leggen en tegelijk tot actie overgaan. Actief in de rust en rustig in de actie.

Goed doen heeft meer zin dan wij kunnen bevroeden

Optrekken vanuit deze rust in God inspireert koning en volk samen tot een wonderlijke invulling daarvan: niet de groene baretten maar de zangers, die Gods trouw bezingen, gaan voorop. En de HEER werpt zijn volk de totale overwinning in de schoot.

Oproep
Van dit bijbelse patroon is ook Psalm 37 één doorlopende aanbeveling, gericht aan gelovigen die tot hun angst en ergernis moeten meemaken hoe de kwaaddoeners met succes hun gang kunnen gaan. Ook hier klinkt weer die oproep om enerzijds niet te vluchten en anderzijds niet in woede met gelijke munt te betalen. Nee, zo opent de psalm: ‘Vertrouw op de HERE en doe het goede, woon in het land en betracht getrouwheid.’
Gelovigen krijgen zo iets onverstoorbaars. Zij laten zich niet van de wijs brengen en houden zich ‘gewoon’ aan Gods richtlijnen, terwijl de werkelijkheid schreeuwt dat dit gekkenwerk is. In deze psalm klinkt die prachtige belofte die door de Here Jezus later opgepakt en uitgewerkt zal worden: ‘Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.’ Zo doet de Heer in zijn Bergrede met de zaligsprekingen voorop één grote oproep om, je toevertrouwend aan God, ‘gewoon’ goed te doen.
In Efeziërs 6:10-20 volgt Paulus ditzelfde patroon. Het devies in confrontatie met de boze zelf is opnieuw: standhouden! Tot vier keer toe gebruikt Paulus hier in het Grieks hetzelfde werkwoord. Het is een gedeelte met militaire beelden, maar noch hier noch verder in het Nieuwe Testament worden de gelovigen opgeroepen om de duivel aan te vallen, laat staan te overwinnen. Enkel: standhouden (zie ook Jakobus 4:7). Moedig én bescheiden standhouden en ‘gewoon’ goed doen: waarheid en gerechtigheid betrachten, de vrede boodschappen, heil brengen en bidden.

Rivier
Het Evangelie opent zo voor ons een weg om te gaan midden in een wereld waar het kwaad oppermachtig huishoudt en waar elke goede daad niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat lijkt. God neemt dat kwaad voor zijn rekening en moedigt ons in het Evangelie aan om toch ‘gewoon’ goed te doen. Dat is ons aandeel. En het heeft meer zin dan wij kunnen bevroeden. Beperkte mensen die gewoon het goede blijven doen, blijken een licht te zijn. En hun goede daden zijn geen druppels op een gloeiende plaat, maar maken deel uit van de rivier van Gods Geest die naar de belofte van Ezechiël 47 deze wereld in een paradijs zal veranderen. Want uit een ieder die in Jezus gelooft, gaat die rivier stromen (Johannes 7:38). Onze kleine, persoonlijke vernieuwing maakt deel uit van de wedergeboorte van hemel en aarde (Matteüs 19: 28 en Titus 3:5). Zo wijst het Evangelie ons de weg tussen de Scylla van wegkijken en cynisme en de Charybdis van overmoed en fanatisme. In eigen zwakheid gewoon goed blijven doen. Hij die ons roept is getrouw, Hij zal het doen!

Ds. Ton Vos is predikant van de NGK Ede en lid van de redactie van Opbouw.