Wereldverbeteraars (2)

Waar wereldproblemen zijn, daar zijn ook wereldverbeteraars. Maar maakt het allemaal uit? Het ene probleem is nog niet opgelost of het andere doemt alweer op. Waarom dan toch de handen uit de mouwen steken? Opbouw vroeg het aan vier wereldverbeteraars.

Wie ben je?
‘Janet Luigjes, 28 jaar, verpleegkundige uit (oorspronkelijk) Voorthuizen.’

Wat doe je en waar?
‘Sinds begin 2012 werk ik in Zuid-Sudan als “health manager” in het Emergency Response Team voor de noodhulporganisatie Medair. In verschillende, vaak afgelegen plaatsen in het land overzie ik het opzetten van gezondheidsinterventies, zoals het regelen van een vaccinatiecampagne, het starten van een eerstehulppost of het opzetten van een voedingsprogramma.’

Hoe is dat ooit begonnen?
‘De Medair-missie en -waarden (zie www.medair.org) pasten eigenlijk precies bij mijn verlangen om kwetsbare mensen in moeilijk bereikbare gebieden levensreddende hulp en nieuwe hoop te brengen. Medair had een plek voor mij om aan de slag te gaan in Zuid-Sudan. Het is een land dat na een jarenlange burgeroorlog met Sudan sinds 2011 onafhankelijk is, maar waar sinds december 2013 een nieuwe grote interne crisis is ontstaan, waarbij nieuwe gevechten zijn uitgebroken en vele mensen slachtoffer zijn geworden.’

Welk probleem heb je kunnen oplossen?
‘Vanwege de slechte hygiënische situatie in de vluchtelingenkampen in Juba waren we bang dat er cholera zou uitbreken en vele slachtoffers zou eisen. Daarom heeft Medair meegewerkt aan het vaccineren van alle mensen tegen cholera; een omstreden vaccin, heel duur en helemaal niet 100 procent werkzaam. Dat was veel werk, maar uiteindelijk bleek het de moeite waard. Er is later cholera uitgebroken in Juba. Tegen alle verwachtingen in gebeurde dat niet in de kampen, maar in de stad en zijn er maar heel weinig mensen in de kampen ziek geworden.’

Wat is compleet mislukt?
‘Vorig jaar heb ik geholpen met het opzetten van een voedingsprogramma in een heel afgelegen gebied, alleen bereikbaar met een helikopter. Soms konden we alleen een maandelijks bezoekje brengen om nieuwe voorraden af te leveren en helaas werd dit nog moeilijker sinds het conflict dat begon in december. Drie maanden lang konden we er niet komen. Uiteindelijk konden we een bezoek brengen in maart, maar intussen waren de voorraden allang op, waardoor alle kinderen uit het voedselprogramma noodgedwongen “ontslagen” waren. We waren weer terug bij af…’

Wat geeft je hoop?
‘De lokale kerk waar ik naartoe ga, bemoedigt mij. Er komen hier mensen van allerlei stammen, inclusief mensen van stammen die met elkaar in gevecht zijn. Zij bidden hier samen oprecht voor eenheid en vrede en dat dit land op de knieën zal gaan en God zal zoeken. Deze mensen geven mij hoop dat er vernieuwing en herstel mogelijk is.’

Wat maakt je boos of moedeloos?
‘Het maakt me boos om kleine, uitgemergelde kinderen te zien, die er niets aan kunnen doen dat er een conflict is, maar er het meest de dupe van zijn. Ik word moedeloos als ik hoor van nieuwe gevechten en het gebrek aan oplossingen voor dit conflict en als ik denk aan de hoeveelheid mensen die hierdoor al ontheemd zijn, die zo dringend hulp nodig hebben, maar die tegelijk zo moeilijk bereikbaar zijn.’

Welke bijbeltekst reist met je mee?
‘Psalm 73:25-26: “Wie buiten U heb ik in de hemel? Naast U wens ik geen ander op aarde. Al bezwijkt mijn harten vergaat mijn lichaam, de rots van mijn bestaan, al wat ik heb, is God,nu en altijd.”