Macht over de machten

Er gebeuren in de wereld veel dingen waarbij we machteloos toekijken. Meer dan eens overvalt ons het gevoel dat we aan niet te beïnvloeden machten zijn prijsgegeven. Kijk naar de vele, sterk wisselende tv-beelden, maar kijk ook dichter bij huis: naar de vele ouders die zich onmachtig voelen in de opvoeding van hun kinderen of, algemener, naar de onvrede en onmacht die we ervaren bij de ontwikkelingen van wetenschap, techniek en economie. Hoe kun je je als christen opstellen te midden van al die cultuurmachten?

Einstein, de grote natuurkundige die een bijdrage leverde aan de kernfysica of er zelfs de vader van genoemd kan worden, was bezorgd over kernwapens en in het algemeen over de invloed van de wetenschap in de techniek. Hij vreesde een verwildering van de maatschappij.
Heisenberg, de grote geleerde van de onzekerheidsrelaties in de fysica, was niet minder verontrust. De groeiende technische macht vergeleek hij met een mammoettanker, die moeilijk meer de juiste richting via radar zou kunnen vaststellen, omdat de grote hoeveelheden staal van de tanker een negatieve invloed zouden krijgen op de radarinstallatie. Met andere woorden: de machtige technische ontwikkeling, door mensen tot stand gekomen, is eigenlijk niet meer door mensen te sturen.
Om nog een geleerde van naam te noemen: de grote filosoof Heidegger zag in de technische macht een bedreigende macht en voor de mens het grote gevaar, waaruit pas redding mogelijk zou zijn als God zou ingrijpen. ‘Nur ein Gott kann uns noch retten’, zei hij vlak voor zijn dood.

Motief
Zo’n zestig jaar geleden gingen ook christenen zich bezighouden met de vragen over de invloed van cultuurmachten. De rooms-katholieke filosoof Romano Guardini stelde in zijn boek Die Macht (1952) de centrale vraag aan de orde of de moderne mens nog wel macht heeft over zijn cultuurmachten. Kunnen wij de wetenschappelijk-technische cultuur, die wij steeds ingewikkelder maken, in de toekomst wel de baas blijven?
De theoloog Hendrik Berkhof schreef een boek over Christus en de Machten (1957). De machten worden niet alleen in het zadel geholpen en gehouden doordat mensen die als afgoden gaan vereren, ze worden ook door hogere machten versterkt, die in de Bijbel wel de ‘beheersers dezer eeuw’ (1 Korintiërs 2:6) worden genoemd. Paulus noemt ze zelfs ‘goden’ (Galaten 4:8). Berkhof zegt dat deze hogere geestelijke machten de mensen van cultuurmachten afhankelijk maken, en daardoor wordt de mens onmachtig.

De jacht op macht veroorzaakt meer onmacht
De bekende reformatorische filosoof Hendrik van Riessen schreef het boek Mondigheid en de Machten (1964). Meer dan eens grijpt hij in zijn analyses terug op het denken van de vader van de reformatorische filosofie, Herman Dooyeweerd. Dooyeweerd benadrukte dat de westerse cultuur geleid wordt door een afvallig religieus motief: het motief van macht en vrijheid. Sinds de Verlichting streeft de westerse mens autonome en dus onafhankelijke vrijheid na, die leidt tot onder meer een stroomversnelling in de cultuurmacht van de wetenschap. Die wetenschap bedreigt vervolgens de vrije, mondige mens.

Apocalyptisch
Het voorgaande korte overzicht van visies geeft voldoende reden om te concluderen dat we met een actuele problematiek te maken hebben. En dat is sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw alleen maar toegenomen. Vanaf die tijd ontstaat een globaliserende wereldcultuur, waarin de machten van wetenschap, techniek, organisatie en economie een enorme opbloei laten zien. Er worden voor het eerst wereldcongressen over allerlei onderwerpen en problemen georganiseerd. Daardoor wordt overduidelijk dat de nieuwe machten van wetenschap en techniek zorgen voor een opgezweepte economische wereldcultuur met vele dreigende wereldproblemen. Het milieuprobleem, de bedreiging van de biosfeer en het klimaatprobleem zijn daarvan de bekendste.
De mens heeft steeds meer het gevoel dat zijn machteloosheid tegenover die cultuurmachten eerder is toegenomen dan afgenomen. Dat besef wordt versterkt doordat niet alleen de mens in zijn vrijheid of mondigheid onder druk komt te staan, maar doordat ook de natuur en het milieu door die machten onherstelbare schade lijden. De hele schepping is in het geding. Apocalyptische tonelen zullen zich volgens de Club van Rome (1972) voordoen als de hoofdstroom in de cultuurontwikkeling niet wordt gekeerd.

Samenballing
Een bekend verschijnsel in de heersende cultuur is dat met de oplossing van één vraagstuk andere opdoemen. Zo las ik kortgeleden: ‘Als we succesvol zijn in het verminderen van de armoede in de wereld, krijgen we een enorm tekort aan energie, voedsel en water.’ Geen wonder dat velen daar- door gefrusteerd raken. Een gevoel van teleurstelling, onzekerheid en onmacht – er komt ook nooit een einde aan de ellende – maakt zich nogal eens van mensen meester.
Overigens is het van alle tijden dat in cultuurwerk weerstand overwonnen moet worden. Niets gaat van een leien dakje. ‘In het zweet uw aanschijns zult gij brood eten’, heeft sinds de zondeval gegolden. En in onze tijd is dat nog zo. Alhoewel fysieke problemen door de voordelen van de techniek minder aanwezig zijn dan vroeger, is er in onze tijd wel iets extra’s bijgekomen, dat lang niet altijd gemakkelijk begrepen wordt. Ik wil dat toelichten.
Sinds de geest van de Verlichting de ontwikkeling van de autonome wetenschap stimuleerde en deze wetenschap via haar methode ook een stempel zette op de techniek, de organisatie en de economie, is er sprake van groei van cultuurmachten. In de cultuurfilosofie wordt het complex van wetenschap, techniek, organisatie en economie (vooral ook via de politiek) daarvoor verantwoordelijk gehouden. Deze machten zwepen samen de cultuur op.

In het zuchten van de schepping is het Koninkrijk van Christus een onoverwinnelijk perspectief

Op de achtergrond is de moderne mens aanwezig. Hij wil zijn macht vestigen en materiële welvaart bevorderen. In al de genoemde elementen van het cultuurcomplex draait het om meer macht. Voor de wetenschap geldt dat kennis macht is, in de techniek draait het om vormingsmacht, in de organisatie om beheersingsmacht en in de economie om geldmacht. De menselijke macht maakt zich steeds sterker. Maar niet om meer dienstbaar te zijn aan alles wat leeft. Het lijkt er veel meer op dat het alleen gaat om groeiende macht van de machten. In die verering van de samenballende menselijke macht is veel goeds tot stand gebracht. Maar vooral na de Tweede Wereldoorlog kwam het culturele machtscomplex meer dan eens tot een explosie met grote ongelukken. Zo zijn er rampen die ons aan de overmoedige techniek herinneren, zoals de kernrampen van Tschernobyl en Fukushima, de olieramp in de golf van Mexico en de ramp met de chemische fabriek van Bhopal in India. Deze enorme rampen staan als het ware model voor wat zich onder leiding van de westerse cultuurmachten in de wereld geleidelijk voltrekt. Deze rampen zijn geen toevallige ongelukken, maar behoren intrinsiek tot de huidige cultuur. Daarbij worden ook de voortdurende bedreigingen steeds duidelijker. Naast de genoemde milieuvervuiling en vernietiging van de natuur hebben we te maken met het uitsterven van duizenden soorten planten en dieren per jaar, om iets te noemen.
Via een materialistische welvaartspolitiek wordt het uiterste gedaan om al deze gevaren en bedreigingen de baas te worden. Voor een deel lukt dat door nieuwe mogelijkheden van wetenschap en techniek. We keren de gevaren. Maar tegelijk doemen nieuwe en grotere op. Met dat we machtiger worden, ervaren we ook groeiende onmacht. Denk daarbij, naast het eerdergenoemde klimaatprobleem, aan het verlies van grondstoffen en schoon water. De wereldproblemen nemen toe met nieuwe, moeilijk te beheersen cultuurrampen en bedreigingen voor heel de mensheid.De jacht op macht veroorzaakt meer onmacht.

Onoverwinnelijk
Hoe moet een christen deze macht-onmachtproblematiek beoordelen? Daarvoor moeten we even achter de schermen van de geschiedenis kijken. Het grondmotief van de schepping is niet iets van de mens – alhoewel de westerse mens dat wel pretendeert – maar is Christus, het Woord van God, waardoor alles geschapen is en waardoor alles bestaat en tot bestemming komt. Christus is er bij de schepping, Hij leidt haar door de geschiedenis heen, Hij verlost de scheppingsgeschiedenis en Hij brengt een nieuw perspectief van de voltooiing van alles in Gods Koninkrijk. Dat perspectief gaat door het kruis van de bevrijding van menselijke afval heen. De machteloos makende macht van de dood is door Christus overwonnen. Dat is het begin van het Koninkrijk, dat niet van deze wereld is. In het zuchten van de schepping is het koninkrijk van Christus een onoverwinnelijk perspectief. Niemand kan zich aan dat motief van de geschiedenis onttrekken. Heel de werkelijkheid als schepping is in zijn hand. Kortom, Christus is de zin van de geschiedenis. Uit, door en tot Christus bestaat alles. Hij heeft voor de gang van de geschiedenis de richting bepaald: de weg van de dienende macht, van de liefde en de gerechtigheid, gericht op leven, vrede en recht voor allen en alles. Pas voorbij de horizon van de aardse tijd komt dat Koninkrijk in volheid. Er is dus maar één dominant, één allesbeheersend grondmotief dat de dynamiek in de geschiedenis uiteindelijk beheerst: dat van Christus als Heer van de geschiedenis. Alle andere (vooral religieuze) motieven, ook die van de (vermeende) eigenmachtigheid en de daarbij horende verheerlijking van menselijke culturele macht van de westerse Verlichting, leven daarvan, parasiteren daarop en perverteren de scheppingsgeschiedenis. In het verzet tegen de scheppingsdynamiek – gegrond in het verzet tegen Christus en in het volgen van de wet van de zonde – ontstaan er allerlei vormen van strijd, conflicten en spanningen, waarmee de cultuur als in een vangnet komt te verkeren en de mensen hun oriëntatie gaan missen en hun onmacht ervaren. Maar in het verzet blijft men wel aan de scheppings- en verlossingsdynamiek gebonden. Men wordt er zelfs door geoordeeld.
De problemen en spanningen en de vele crises van onze tijd hebben daarom niet het laatste woord. De pretenties van de overmoedige, machtige mens moeten het, tegen de schijn van het tegendeel in, afleggen tegen de overmacht van Christus’ regering.
Ondertussen kan in die ontwikkeling het lijden in zijn grote verscheidenheid wel enorm worden. Over het wanneer en hoe een crisis en daarmee gepaard gaande heroriëntatie zich voltrekt, is niets exact te zeggen. Wel is zeker dat God niet toelaat dat de mens in zijn eigenwaan alles tot het eind kan ontwrichten. Daarin zit iets van het goddelijk geheim van de geschiedenis.
Soms brengen rampen en dreigingen de mens weer op het juiste spoor. Het onverwachte ineenstorten van de Sovjet-Unie in 1989 en van de Arabische revolutie van een paar jaar terug zijn daar voorbeelden van. Meestal zien we na zulke omwentelingen overigens een averechtse ontwikkeling ontstaan en ontstaan er opnieuw spanningen in de cultuur. Ook dat zien we in Rusland en in de Arabische wereld.
Te midden van deze geschiedenis van voortdurende en wisselende spanningen en soms hopeloosheid, blijft er vanwege de dominantie van Christus’ regering altijd weer een perspectief voor de menselijke cultuur. Hij heeft tijdens zijn leven op aarde getoond dat Hij zich door de machten niet liet beheersen. Daarom hebben ze Hem gekruisigd (1 Korintiërs 2:6,8). Maar juist door zijn dood en opstanding heeft Jezus de machten overwonnen en zin gegeven (Kolossenzen 2:15).

Falen
Christus heeft ook de moderne cultuurmachten overwonnen en ieder die in Christus gelooft, dus in geloofsverbondenheid met Christus leeft, deelt in de verzoening met God en in de overwinning over de machten (Efeziërs 2:1-10). Er is dus een overwinningsperspectief.
Tegen de stroom in je oriënteren op deze door God gewezen weg is niet populair. Toch kan het ook zeer verrassend zijn. Ineens blijkt soms dat ook anderen, zonder onze geloofsveronderstelling te delen, ons bijvallen. Aan de andere kant: van niet-gelovigen valt soms ook te leren. De christen moet zich er niet voor schamen te erkennen dat zijn aandacht voor de oplossing van problemen nogal eens wordt gewekt door het optreden van geestelijke tegenstanders. Immers, alle mensen zijn samen gebonden aan de structuren van de schepping. Niemand kan buiten Gods structuren treden, maar hij kan zich wel verzetten. Ook wij hebben, in solidariteit met allen, in onze taak gefaald en we falen nog steeds. Christenen leven door het geloof echter in het eeuwigheidsperspectief. Wetenschap, techniek, economie en organisaties horen bij de scheppingstaak van de mens. Mensen hebben met deze cultuurmogelijkheden de richting gekozen los van God. Christenen moeten zich bezinnen op een richting van het besproken cultuurcomplex in dienst van alles wat leeft. Dan worden de cultuurmachten gerelateerd aan de volheid en samenhang van de geschapen, door God onderhouden werkelijkheid. Bijvoorbeeld: in de techniek moeten bewaren en verzorgen zeker zo veel aandacht krijgen als bouwen. In de economie moet het niet alleen gaan om verhoging van productiviteit, maar ook en vooral om een gezonde huishouding van heel de menselijke leef- en werk- omgeving. Enzovoort.

Klein
Maar hoe moet de christen dan praktisch handen en voeten geven aan de overwinningsmacht van Christus? Door zich in het geloof te hechten aan wat Christus zelf zegt: ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde’ (Matteüs 28). Dát Licht van de wereld dooft nooit! Dat is van een enorm grote schaal. Ons denken over de moderne machten en de overwinning door Christus heeft wereldwijde dimensies, zoals we zagen. Maar ons handelen – het zoeken van de gerechtigheid van het Koninkrijk van God – blijft kleinschalig en zal dat blijven in ons leven. Geloof en denk grootschalig, maar handel kleinschalig.

Geloof en denk grootschalig, maar handel kleinschalig

Goede hervormingen zijn moeizaam. De diep ingeslepen geestelijk-historische achtergrond vormt daarvan de oorzaak. Menselijk cultuurwerk in dienst en navolging van Christus, hoe creatief en doortastend ook, blijft in deze wereld dan ook het beeld vertonen van een klein mosterdzaadje (Matteüs 13:30-31). Dat zien we in allerlei vormen van christelijk cultureel werk. In de ogen van de grote wereld betekent het maar heel weinig. Maar Christus moedigt ons aan: ‘Houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen’ (Johannes 16:33, NBG-vertaling).

Egbert Schuurman is emeritus hoogleraar in de Reformatorische Wijsbegeerte en oud- fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Eerste Kamer. Hij is lid van de NGK Breukelen.



Leestips
R. Guardini, Das Ende der Neuzeit, Würzburg, 1950
R. Guardini, Die Macht, Würzburg, 1952
H. Berkhof, Christus en de Machten, Nijkerk, 1957
H. van Riessen, Mondigheid en de Machten, Amsterdam, 1964
H. Jochemsen, De machten in het Nieuwe Testament, www.metahistorie.nl/artikelen/jochemsen.htm
E. Schuurman, Tegendraads nadenken over Techniek, Eburon, Delft, 2014