Spreek aan, maar niet alleen met woorden

Met de verschijning van de Bijbel in Gewone Taal is de drempel om de Bijbel te begrijpen opnieuw lager geworden, en dat is mooi. Tegelijk blijft het een boek met letters, iets om te lezen. Hoe doe je in de kerk recht aan gemeenteleden die niet zo talig zijn en lezen een opgave vinden?

Lezen heeft alles te maken met je verbale intelligentie, je taalkundige vermogen. Omdat in de kerk Gods Woord een grote rol speelt, wordt er in de praktijk vooral een beroep gedaan op die verbale intelligentie. Maar er bestaan meer intelligenties. Mensen in de kerk zijn zo verschillend in leerstijlen en beroepen dat het een hele uitdaging is om daarbij aan te sluiten. Hoe kunnen een predikant en een catecheet het Woord laten landen bij mensen die liever niet lezen, die moeite hebben met lezen of andere intelligenties hebben? Hoe voorkom je dat het in de kerk over de hoofden heengaat?

Brein
Bij intelligentie denken we vaak aan iemands verstandelijke capaciteiten. Iemand heeft een hoge, een gemiddelde of misschien een lagere intelligentie. Dat kan door middel van een IQ-test worden gemeten en ligt in beginsel vast. Maar bij de theorie van de meervoudige intelligentie gaat het om een veelvoud van capaciteiten. De grondlegger van deze theorie is Howard Gardner, een psycholoog en professor aan de Harvard Universiteit (VS). Hij onderscheidt in totaal acht intelligenties (zie kader). Daarmee geeft hij aan dat we op verschillende manieren in staat zijn om een probleem op te lossen of een resultaat te bereiken.
De laatste jaren is in het onderwijs de aandacht voor verschillen tussen kinderen en jongeren sterk toegenomen. Naast de theorie van Gardner zijn er ook andere theorieën over emotionele intelligentie, leerstijlgericht leren en samenwerkend leren. Ook is er meer bekend over hoe het brein van jongeren functioneert. Deze verbreding maakt het mogelijk om beter aan te sluiten op kennis en behoeften, en dat is een enorme verbetering.
Predikanten en catecheten kunnen hier hun winst doen. Ook in andere leeromgevingen dan school, bijvoorbeeld in een kerkdienst of tijdens de catechese, is het belangrijk om oog te hebben voor verschillen in intelligentie en leerstijl. Hoe ga je daarmee om als je wilt vertellen over God? Hoe kun je ook een appèl doen op andere dan de taalkundige intelligentie?

Levendig
Een preek is een vorm in de eredienst die gemakkelijk aansluiting vindt bij de talige luisteraars. Zij worden hierdoor geactiveerd en groeien in hun kennis en geloof in God. Zij kunnen bijvoorbeeld genieten van mooie woordspelingen. Maar omdat niet iedereen heel talig is, zullen niet alle hoorders vanzelf door middel van een gesproken monoloog worden uitgedaagd en aangesproken. Daarom is het belangrijk om als predikant na te denken over andere toepassingsvormen om mensen met andere intelligenties te motiveren om de boodschap te verwerken en te aanvaarden. Door te variëren met je vormen doe je recht aan de verschillen tussen de luisteraars.
Uit iemands beroep kun je vaak al afleiden waar zijn of haar primaire intelligentie ligt. Probeer je daarin te verdiepen en daarbij aan te sluiten in je overdracht van de bijbelse boodschap. Denk dan naast luisteren aan zelfstandige opdrachten, vragen stellen en andere meer interactieve werkvormen. Afwisseling maakt het geheel levendig en doet een appèl op verschillende intelligenties. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat als er meer intelligenties worden aangesproken er meer verbindingen worden gemaakt in het brein. De boodschap komt beter over en wordt beter onthouden en verwerkt.

Inspanning
De aandacht voor meervoudige intelligentie past bij het spreken over verschillen en gaven in de Bijbel. God heeft de mens geschapen naar zijn beeld. Wat een veelkleurigheid en verscheidenheid laat Hij daarin zien, wat een verschillende gaven en capaciteiten! Wij zijn vaak geneigd om daar een eenheidsworst van te maken. In 1 Korintiërs 12 wordt expliciet over verscheidenheid aan gaven gesproken. Met al die verschillende gaven die uitgedeeld zijn aan al die verschillende mensen mogen we een gemeente vormen. Het is een uitdaging om aan al die verschillen recht te doen. Als over de hele breedte van het gemeenteleven de nadruk te veel gelegd wordt op bepaalde intelligenties – bijvoorbeeld op de verbale intelligentie als het om de woordverkondiging gaat of op de muzikaal-ritmische intelligentie als het om de aanbidding en lofprijzing gaat – dan doet dat geen recht aan de verschillende gaven in de gemeente.

De theorie van de meervoudige intelligentie is heel goed toepasbaar bij het leren en in het onderwijs. De stap naar de catechese is dan snel gemaakt. Maar hoe pas je deze kennis toe in de kerk, in de breedte van het gemeenteleven en in de kerkdienst? Dat is een hele uitdaging voor predikanten en kerkelijk werkers. Het vraagt van hen een extra inspanning: welke (werk) vormen of activiteiten doen een beroep op andere dan talige vermogens en hoe pas je die toe?
Voor predikanten kan dit extra lastig zijn omdat ze zelf vaak verbaal-linguistisch sterk zijn. Maar zij hoeven deze stap natuurlijk niet alleen te zetten. Het zoeken naar de breedte kan juist het beste gebeuren door een team waarin mensen met verschillende intelligenties samenwerken. Hieronder volgt een aantal ideeën om met de theorie van de meervoudige intelligentie in de gemeente aan de slag te gaan, toepasbaar binnen de kerkdienst, bij andere activiteiten binnen de gemeente of in de catechese.

Interpersoonlijk
Hierbij kan gedacht worden aan gemeenteleden die het fijn vinden om met elkaar te spreken en van gedachten te wisselen. Ze werken graag samen en zijn vaak maatschappelijk actief in mens-georiënteerde beroepen. Zoek in de kring of groepsbijeenkomsten de verhalen over het geloof. Zij vinden dat fijn. Wat denken en ervaren ze zelf bij het bijbelverhaal? Als predikant kun je deze verhalen gebruiken in je preek of deze gemeenteleden uitdagen een geloofservaring te vertellen in een bijeenkomst.

Intrapersoonlijk
Hierbij gaat het vaak om zelfstandige gemeenteleden die veel nadenken over zichzelf en in staat zijn tot zelfreflectie. Ze zijn een kracht om in te zetten in de kerk. Zij kunnen woorden vinden over het innerlijk van de mens en woorden geven aan stemmingen en gevoelens. Bevraag hen daar eens op met een individuele opdracht in een catechesegroep of kring. Of creëer een stiltemoment met een reflectieopdracht, eventueel tijdens een preek.

Lichamelijk-motorisch
Deze intelligentie uit zich in beweging en in het 'denken met de handen' om een probleem op te lossen of iets te begrijpen. In de gereformeerde kerkcultuur is deze vorm meestal niet zo aanwezig, terwijl wel veel mensen die capaciteit hebben: lekker doen en bewegen. Drama en mime zijn hier een verschijningsvorm van, al dan niet toepasbaar in de eredienst, maar een geloofswandeling met een vraag kan ook een toepassing zijn.

Logisch-mathematisch
Het rekenen in de kerk ligt vaak bij de 'financiële gemeenteleden'. En ze houden van het oplossen van problemen en logisch redeneren. Ze vinden het een uitdaging om bijvoorbeeld een concrete vraag rond een probleem te krijgen en die uit te werken en oplossingen te bieden. Getallen en jaartallen in de bijbelse geschiedenis zijn voor hen prikkelend om logische verbanden te leggen. Vraag hun om een antwoord!

Muzikaal-ritmisch
Het gevoel voor ritme, klank en geluiden is een intelligentie die van nature bij veel mensen aanwezig is. Zang en muziek hebben een plek in de lofprijzing en aanbidding in de eredienst. Soms beperken we ons tot het gebruik van een orgel of piano, maar probeer daarin te variëren en aan te sluiten bij de veelheid aan gaven die er zijn. Een toepassing is bijvoorbeeld om een gemeentelid uit te dagen een lied of rap (vooral met jongeren) te schrijven rond een themadienst.

Natuurgericht
Sommige gemeenteleden zijn erg geinteresseerd in planten, dieren, weer en natuur. Seizoenen en landschappen zijn belevingen die door hun observaties tot leven kunnen worden gebracht voor de andere gemeenteleden. Om het concreter te maken kun je op zoek gaan naar de vele bijbelteksten waarin God als Schepper zijn veelkleurigheid laat zien. En wat kunnen kinderen en mensen met beperkingen hier ook mooie dingen van laten zien in de gemeente. Zoek ze op!

Verbaal-linguïstisch
Deze gemeenteleden komen doorgaans volop aan hun trekken in de kerk. Taal, discussie en verhalen vertellen zijn de bekende vormen en zeer kenmerkend voor de kerkcultuur. Predikanten besteden vaak uren aan leeswerk.

Visueel-ruimtelijk
In beelden denken is een intelligentie waarbij waarnemen, scheppen en herscheppen de abstracte woorden zijn. Waar vroeger de beeldhouwers vormgaven aan deze intelligentie, gebeurt dat nu bijvoorbeeld door fotografen. Visuele ondersteuning van de preek door middel van goed beamergebruik spreekt deze mensen aan. En wat kunnen kinderen en jongeren op catechisatie of vereniging creatief zijn met een kunstzinnige opdracht.

Hetty Pullen-Muis is adviseur van het Praktijkcentrum (GKv).

Intelligenties van Gardner
(uit: Effectief leren van Sebo Ebbens en Simon Ettekoven)


Howard Gardner onderscheidt acht intelligenties. Deze liggen niet vast, maar zijn te ontwikkelen. De meeste mensen hebben twee of drie intelligenties als voorkeur. Meestal heb je een aantal intelligenties nodig om een probleem op te lossen.

• Interpersoonlijk: Houdt van contact met anderen, werkt graag samen, voelt scherp aan wat anderen bezighoudt, voelt zich prettig in groepen, houdt van gezelligheid en feestjes, is graag bereid anderen te helpen.
• Intrapersoonlijk: Stelt zich graag op de achtergrond op, leeft in een eigen wereld, houdt van dagdromen, kent eigen sterke en zwakke kanten goed, neemt scherp waar wat er gebeurt, schrijft een dagboek, heeft gevoel voor reflectie, poëzie.
• Lichamelijk-motorisch: Reageert meestal met trefzekere bewegingen, heeft sterk gevoel voor gebruik eigen lichaam, kent fijne motoriek, sleutelt of knutselt graag, leert gemakkelijk iets door te doen of te spelen.
• Logisch-mathematisch: Ordent graag informatie, speelt graag met cijfers, wikt en weegt bij het oplossen van problemen, redeneert logisch, denkt kritisch.
• Muzikaal-ritmisch: Pikt snel melodietjes op, speelt graag een muziekinstrument, werkt met ezelsbruggetjes en rijmpjes om iets te onthouden, heeft een sterk gevoel voor ritme, stijl in stemgebruik, vertelt boeiend.
• Natuurgericht: Is gefascineerd door alles wat groeit en bloeit, herkent snel kenmerken van plant en dier, observeert en verklaart graag veranderingen in de natuur, leert gemakkelijk door waarnemingen buiten, kan goed verzamelen en ordenen, gaat graag met dieren om.
• Verbaal-linguïstisch: Denkt in woorden, formuleert gemakkelijk, kan gemakkelijk ideeën onder woorden brengen, leest snel en met inzicht, kan goed argumenteren.
• Visueel-ruimtelijk: Neemt de werkelijkheid waar via ruimte en kleuren, heeft gevoel voor kleurnuances, tekent vaak figuurtjes of maakt krabbels, experimenteert met schetsen of ontwerpen, kan zich snel oriënteren in gebouwen en op straat.