De Bijbel: Een drama in vijf bedrijven

Eén van de bekendste ideeën van Tom Wright is de gedachte dat de Bijbel een drama in vijf bedrijven is. Dit model gebruikte hij voor het eerst in 1989, in twee lezingen over de vraag hoe de Bijbel gezaghebbend kan zijn. Allerlei mensen pikten het vervolgens op, onder wie Kees de Ruijter, Kevin Vanhoozer en Craig Bartholomew. Wat houdt Wrights model in? En kun je er ook wat mee?

Wrights vergelijking van de Bijbel met een drama kan helpen bij een aantal problemen rond bijbellezen. Veel mensen waren gewend de Bijbel te zien als een fundament voor zekere kennis: in de Bijbel vind je zekere kennis over wat er vroeger gebeurd is en over morele regels. Maar dat stelt formele gezagsvragen voorop, waardoor de Bijbel op zichzelf dreigt te komen staan, los van de relatie met God. Je persoonlijke vorming tot iemand die goed de Bijbel kan lezen, krijgt weinig expliciete aandacht.
Binnen een gezond kerkelijk klimaat, met aandacht voor de heilsgeschiedenis en erkende gezagsdragers, is dat allemaal nog veilig ingebed (al kan het gezag van de Bijbel wel gebruikt worden als een middel om op één of andere manier controle uit te oefenen). Wanneer die inbedding echter wegvalt in een (post)modern individualistisch klimaat, blijven ‘ik en mijn Bijbel’ alleen over.
Steeds is er de neiging om de Bijbel te zien als een boek met voorschriften, regels en vastgelegde dogma’s waaraan je je moet houden. De Bijbel wordt dan zomaar gebruikt als een verzameling tijdloze waarheden, waaruit je kriskras iets kunt plukken. Of het wordt een boek waartoe je afstand voelt en waar je van de weeromstuit niets meer mee kunt. Je voelt je onzeker of de Bijbel wel historisch betrouwbaar is, of het wel echt een moreel kompas is. Dat dikke boek, hoe moet je daarin je weg vinden? Wat moet je met al die verhalen van lang geleden? En hoe kan een boek van verhalen gezaghebbend zijn? Verhalen vertellen iets, maar doen geen normatieve claims. Heeft God ons dus het verkeerde boek gegeven?

Kosmos
Wrigths oplossing begint met het verleggen van de aandacht van de Bijbel naar God. De titel van een recenter (en helaas nog onvertaald) boek waarin Wright schrijft over de Bijbel laat dat zien: Scripture and the Authority of God. Belangrijker dan de vraag naar het gezag van de Bijbel is de vraag wat God door de Bijbel aan ons wil geven. Hoe oefent God eigenlijk gezag uit over deze wereld en over ons leven? Dat doet Hij door zijn gezag te delegeren aan mensen die met de Geest gezalfd zijn en aan hun geschreven teksten. Maar door die mensen oefent God gezag uit. En sinds de Bijbel afgesloten is, is het God die door de Bijbel gezag uitoefent. Dat gezag is reddend en heilzaam: het gaat God om de komst van zijn Rijk en het herstel van de kosmos. En het gaat God om onze vernieuwing, zodat wij met Hem kunnen meewerken op weg naar zijn Rijk, naar een nieuwe wereld.
Daarin proef je meteen ook iets van een tweede element dat belangrijk is voor Wright: als mensen maken wij deel uit van Gods grote verhaal. Niet van een moderne ideologie – die zijn door de postmoderniteit terecht failliet verklaard – maar van het grote verhaal van God met deze wereld. Zo zagen de Joden zichzelf (zij maakten deel uit van Gods verhaal met Israël), zo zagen de eerste christenen zich en zo mogen wij onszelf gaan zien: wij maken deel uit van Gods verhaal met deze wereld, op weg naar een verloste wereld. Wij staan niet tegenover de Bijbel, maar ons verhaal maakt deel uit van het grote verhaal dat de Bijbel vertelt.

Acteurs
Als je inziet dat je deel uitmaakt van Gods grote verhaal, kun je ook gaan begrijpen hoe verhalen normatief zijn. Om dat te verduidelijken gebruikt Wright het beeld van een Shakespeare-drama. In Wrights eigen woorden (ik vertaal het uit The New Testament and the People of God): ‘Stel, er bestaat een toneelstuk van Shakespeare, waarvan het vijfde bedrijf grotendeels verloren is gegaan. Laten we ervan uitgaan dat de eerste vier bedrijven zo’n opmerkelijke rijkdom bevatten in het typeren van mensen, zo’n opwindende plot, dat iedereen het erover eens is dat dit toneelstuk op de bühne gebracht moet worden. Niettemin voelt het toch niet gepast om definitief een vijfde bedrijf te schrijven: dat zou het toneelstuk in één vorm bevriezen, en Shakespeare verantwoordelijk maken voor een werk dat toch niet van hemzelf is. Daarom lijkt het beter om een sleutelrol te geven aan goed toegeruste, sensitieve en ervaren Shakespeare-acteurs. Zij moeten zich onderdompelen in de eerste vier bedrijven, in de taal en cultuur van Shakespeare en zijn tijd, en aan hen moet dan gevraagd worden om voor zichzelf een vijfde bedrijf uit te werken.’

Wij zijn acteurs die het vijfde bedrijf verder spelen

Voor die acteurs zijn de eerste vier bedrijven gezaghebbend. Hun improvisatie moet aansluiten bij thema’s en verhaallijnen die in de eerdere bedrijven vastliggen. Vrij en verantwoordelijk spinnen de acteurs verder aan de draden die er liggen.
Zo kun je volgens Wright ook begrijpen hoe het verhaal van de Bijbel gezaghebbend is. We hebben vijf bedrijven in het verhaal van de Bijbel. De eerste vier zijn de schepping (1), de val (2), Israël (3) en Jezus (4). Het vijfde bedrijf is incompleet. In het Nieuwe Testament vinden we duidelijke aanwijzingen over hoe dat bedrijf afloopt, maar als kerk moeten we nu toch zelf al improviserend aan de slag. Dat betekent dat we niet zomaar kunnen herhalen wat er in de Bijbel verteld wordt. In het vierde bedrijf gebeuren er met Jezus dingen die voor het hele drama beslissend zijn: Hij sterft en Hij staat op. Wij leven niet in het eerste bedrijf, in een volmaakte schepping. We leven ook niet in de tijd tussen de eerste zonde en Abraham. En de rol van Israël mogen we weliswaar niet ontkennen, zoals veel christelijke theologie wel gedaan heeft, maar we kunnen ook niet meer los van Jezus (de Messsias van Israël) nadenken over dat volk van God. Tegelijk blijven die verhalen van groot belang.

Er ligt geen draaiboek klaar, christen-zijn is improviseren

Wright is er een meester in om lijnen te trekken vanuit de schepping, vanuit Adam, vanuit Abraham en Israël, via Jezus, naar ons. Adam moest goed voor de schepping zorgen, maar faalde. Abraham zou tot een zegen zijn voor de volken en in zijn zaad de zonde van Adam ongedaan maken. Maar Israël, zaad van Abraham, bleek ook getroffen door de zonde van Adam en kon de mensheid en de schepping niet terecht brengen. Jezus is de redding van Israël, Abrahams zaad, de zegen voor alle volken. Jezus brengt niet alleen de redding van Israël, maar ook van de mensheid en van de schepping. De kerk deelt in Jezus de Messias en is op weg naar de ontknoping van al die verhalen: als Jezus terugkomt en de schepping, de mensheid, Israël en de volken op één of andere manier terecht brengt. Christenen die tot geloof in Jezus gekomen zijn, maken in dat vijfde bedrijf deel uit van de kerk, op wie nu de camera gericht staat. Wij zijn als die acteurs die het vijfde bedrijf verder spelen. Creatief, vrij, en verantwoordelijk. Christenen improviseren verder als onderdeel van Gods grote verhaal.

Improvisator
Wright benoemt dus nadrukkelijk het opene en onbesliste in het christelijke leven. Er ligt geen draaiboek klaar, christen-zijn is improviseren. Als je frustraties over een beklemmende traditionele kerk met je meedraagt, kan dit (terecht) voelen als een bevrijding. Maar als je een postmoderne protestant met vrijheidsdrang bent, die gewend is als individu met zijn bijbel om te gaan, ligt er een risico dat je Wright niet goed begrijpt. Het risico van het protestantisme is dat je met je eigen bijbellezing je eigen weg zoekt, zonder dat er voldoende aandacht is voor de vraag: hoe word ik een goede bijbellezer?
Juist die vraag – hoe je eerst gevormd wordt tot een goede bijbellezer, en pas daarna tot een goede improvisator – wordt door Wright nadrukkelijk aan de orde gesteld. Improviseren doe je niet in een lege ruimte. Dat is al goed duidelijk te maken met het Shakespeare-voorbeeld. Om goed te improviseren, moeten de acteurs doordrenkt zijn van Shakespeare, zijn cultuur, en zeker van de eerste vier bedrijven. Wie een goede improvisator wil zijn, moet gevormd zijn in Shakespeare.
Goed improviseren in vrijheid, creativiteit en verantwoordelijkheid vraagt om goede christelijke vorming. Overigens is dat ook precies wat God aan het doen is en waarvoor God de Bijbel gebruikt. God oefent zijn heilzame gezag over ons uit door de Bijbel. Hij wil ons in Christus en door de Heilige Geest vormen tot mensen die steeds meer gelijkvormig worden aan Christus. Zulke mensen schakelt Hij in om als kerk de wereld te bereiken met het goede nieuws van Jezus. Wright heeft een duidelijke missionaire drive. Wie Wrights boek Goed leven leest, wordt getroffen door de grote nadruk die hij hierin legt op de vernieuwing van ons denken. Anders denken is anders doen. Leren denken als een christen, dat is hard werken: leren wat oude verkeerde denkpatronen zijn en vanuit de gezindheid van Christus leren denken, interpreteren, kijken. Die vorming hebben we nodig om goede improvisatoren te zijn, door en door vertrouwd met de Bijbel, de plot, de subplots, de thema’s en de hoofdfiguren. Goede christelijke vorming is dus nodig om dienstbaar aan God een voor God bruikbare improvisator te zijn.

Oefenen
Wat betekent deze manier van denken nu voor je christelijk leven? Ik schets een paar lijnen vanuit de verschillende bedrijven.
We leven niet in het eerste bedrijf, waarin God de mensheid volmaakt schiep in een goede wereld, maar in een gevallen wereld, ten prooi aan ongehoorzaamheid en afgoderij, zinloosheid en gebrokenheid. Dat heeft overal gevolgen, maar het vraagt om groeiend onderscheidingsvermogen – geleerd door bijbelschrijvers – om te verstaan wat voortkomt uit ongehoorzaamheid en wat uit gebrokenheid.
We leven na het vierde bedrijf: Christus is gestorven en opgestaan, maar ook onzichtbaar in de hemel, tot Hij terugkomt in glorie. Hoe het is om volmaakt te leven, weten we dus niet. En we zijn ook niet volmaakt, al zijn we wel op weg. Het vraagt echter onderscheidingsvermogen om te leren zien waar ruimte is voor genade en acceptatie, waar met Christus geleden wordt aan de zonde en haar gevolgen en op wat voor manier er nu al nieuw opstandingsleven mogelijk is. We zijn op weg naar het eind van het vijfde bedrijf, het Koninkrijk van God, waarin mensen op een volmaakte manier hun rol zullen innemen. Hoe dat zal zijn, weten we grotendeels nog niet. Wel weten we dat we gelijk zullen zijn aan Christus en zullen leven in een volmaakte, liefdevolle gemeenschap. Daarnaar op weg zijn betekent oefenen in die stijl van Gods Rijk.

Leven als christen betekent zo niet alleen leven met losse bijbelteksten. Het betekent: de lijn van het verhaal zoeken, zodat je die kunt voortzetten. Want wij zijn zelf onderdeel van dat verhaal, dus komen wij ook zelf in beeld. Van Wright leer ik hoe belangrijk het is dat we God over ons leven gezag laten uitoefenen, door zijn Woord en door de leiding van zijn Geest. Hoe meer we samen al bijbellezend gevormd zijn naar het beeld van Christus, hoe beter onze improvisatie.

Dr. Hans Burger is postdoc onderzoeker ‘Systematische Theologie’ aan de Theologische Universiteit Kampen.

Webtip
Lees Tom Wrights lezingen uit 1989 na op ntwrightpage.com/Wright_Bible_Authoritative.htm. Op ntwrightpage.com zijn verder nog veel meer artikelen en audio- en video-fragmenten van Wright te vinden.