‘Zon, sta stil!’

‘Zon, sta stil!’ Onlangs, bij het weer oplaaiende gesprek over dit gebed van Jozua in de oorlog tegen de Kanaanieten (Jozua 10:12 en verder), dacht ik: als we nu eens ophielden over natuur wetten te spreken en in plaats daarvan over natuur bevelen , zou dat niet helpen? Het zou dan minder vreemd zijn dat God het weleens anders doet dan we gewend zijn.

Als we over natuurbevelen spreken in plaats van natuurwetten, is God volop de baas over de gedragingen van zijn schepping en zet die, als Hij dat voor zijn plannen nodig vindt, naar zijn hand. Het wonder van de stilstaande zon zou in onze voorstelling dan meer kansen kunnen krijgen en zou niet langer als strijdig met de wetten van de natuur verworpen hoeven te worden.
Natuurbevelen, ja, maar is dat niet te persoonlijk? Inderdaad wordt de schepping daar persoonlijk van en gaan wij er de bijbeltaal beter door verstaan. Zo is het (om even een vergelijking met iets anders te maken) ook bij de wetten die het menselijk gedrag regelen goed om afwisselend van geboden in plaats van wetten te spreken. Dan wordt duidelijker wie er achter die wetten staat: de gebiedende God. ‘Hij die gezegd heeft: gij zult niet echtbreken, heeft ook gezegd: gij zult niet doodslaan’ (Jakobus 2:11). Hij die gezegd heeft...
Op die manier hoeven we het ook niet al te vreemd te vinden dat de Here God af en toe van zijn eigen wetten afwijkt, bijvoorbeeld inzake het spreken van de waarheid (1 Samuël 16:2-4) of het houden van de sabbat (Johannes 5:17). Dat past dan in zijn beleid en dan hebben wij te doen met een soort ‘Gebot der Stunde’, met een persoonlijke wilsuiting van God en niet met een wet van Meden en Perzen. Met bevelen, niet met wetten.
Zo is de God van de Bijbel behalve met de mens en zijn gedrag ook met zijn schepping in een persoonlijk gesprek gewikkeld, waarin Hij zijn wil aan haar oplegt. We lezen bij Hosea: ‘Te dien dage zal het geschieden dat Ik zal antwoorden; Ik zal de hemel antwoorden en die zal de aarde antwoorden. Dan zal de aarde het koren, de nieuwe wijn en de olie antwoorden en die zullen Jizreël antwoorden’ (Hosea 2:23-24). Het natuurgebeuren is een vraag- en antwoordspel tussen God en zijn schepping.

Il fait beau
Een ander voorbeeld: de Here God roept de bergen op tot getuigen in een proces dat Hij tegen zijn volk voert. ‘Hoort, bergen, de twist des HEREN!’ (Micha 6:1). De bergen worden als belanghebbende partij bij die twist betrokken. De in onze ogen onbezielde schepselen worden aangesproken en de natuurkrachten krijgen zijn wil opgelegd.
Ze reageren ook op wat God zegt. Van de aarde en de hemel heet het bij Jesaja: ‘Roep Ik hen, zij staan daar tezamen’ (Jesaja 48:13), als op een appèl. Het spreken van God blijft dan ook niet zonder gevolgen. ‘De stem des HEREN is over de wateren, (...) de stem des HEREN verbreekt de ceders van de Libanon, (...) de stem des HEREN doet de woestijn beven’ (Psalm 29) en ga zo maar door. De Here God maakt de winden tot zijn boden, tot zijn gehoorzame boodschappers (Psalm 104:4), gebiedt de regen op de aarde te vallen (Amos 5:8) en slingert zijn bliksem als afgeschoten pijlen naar zijn tegenstanders (Habakuk 3:11). Hij sluit zijn verbond met dag en nacht en bestelt de ordeningen van hemel en aarde (Jeremia 33:25).
In dit kader is het zeker niet vreemd van natuurbevelen te spreken. Het is als bij de schepping: ‘God spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er’ (Psalm 33:9 en 107:25). En het is alles afgestemd op zijn heilzame bedoelingen. ‘Il fait beau’, zeggen de Fransen vanuit een ver taalverleden: ‘Hij maakt (het weer) mooi.’
Ja, dat doet God, zegt u, maar we hadden het toch over het gebed van Jozua? Oké, maar de Here God verleent soms die macht ook aan zijn mensen. De macht dus om de natuur bevelen op te leggen. Mozes blijkt bij de tien plagen over Egypte verregaande zeggenschap over de natuur te hebben (Exodus 4:21) en Elia kondigt een regenloze tijd aan die pas eindigt op zijn woord (1 Koningen 17:1). Van de twee getuigen uit Openbaring 11 wordt gezegd dat zij macht hebben om de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren, en dat zij macht hebben over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de mensen te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen. Het is toch van zo’n soort macht dat Jozua gebruikmaakt als hij tegen de zon en tegen de maan zegt dat ze een poosje moeten pauzeren en de dag langer maken, totdat Gods volk zich op z’n vijanden gewroken heeft?

Verlichting
Het is waar: in de regel vertonen de bevelen die God aan de schepping geeft een constante, zodat we er een wetmatigheid in ontdekken en van natuurwetten kunnen spreken. Maar in bepaalde gevallen wijkt Hij daarvan af. Daar is Hij de Almachtige voor, de Barmhartige ook. Het bezwaar dat bij een stilstand van zon en maan het hele planetaire stelsel in het ongerede geraakt, lijkt onoverkomelijk, maar als God werkelijk bij machte is de zon en de maan te laten stilstaan, dan is het voor Hem maar een peulenschil om de gevolgen daarvan tot een bepaalde plaats of tot een bepaalde tijd te beperken. Dan zegt het dus niets dat we daar in de geschiedenis van het heelal geen enkel spoor meer van terugvinden.
Omdat de natuurwetten voor ons dwingend zijn, denken wij dat dit bij God ook het geval is. Eigenlijk is dat een vorm van secularisatie die we aan de Verlichting te danken hebben. Voor de Verlichting vielen God en de natuur samen: Deus sive natura (God, of wel de natuur). De Here God stond niet langer boven de natuur en omgekeerd kreeg de natuur eigenschappen aangemeten (zoals de onveranderlijkheid) die in de regel alleen aan God worden toegeschreven. En dus was God, net als de andere schepselen, aan de natuurwetten onderworpen. Dat Hij daar zelf boven verheven is en dat Hij zelfs mensen erboven kan verheffen, was in de ogen van de verlichte mens een absurditeit. En daar komen wij, mensen van de 21e eeuw, natuurlijk niet zomaar los van. Ikzelf ook niet. Het is ook maar proberen wat ik nu doe. Maar nog eens: die voorbeelden van met name Openbaring 11 dan?! Wel schuilt er, als we over onze aarzelingen en onzekerheid heen zijn, in dat ons verleende vermogen een verzoeking. Dat we er namelijk eigenmachtig naar grijpen om als mensen de schepping onze bevelen op te leggen. Ik denk aan wat gebedsgenezers soms wel doen. Terwijl zo’n volmacht toch alleen maar gebruikt mag worden in een volstrekte afhankelijkheid van God en vanuit een profetisch inzicht in zijn plannen. Het gaat dan ook om uitzonderingen.
Dat blijkt wel uit de opmerking die de verteller van het gebeuren in Jozua 10 maakt. Nooit had God het gebed van een mens zo verhoord als toen bij Jozua, zegt hij. Dat ging destijds inderdaad verder dan de regen al of niet op de aarde te laten vallen. Het ging om een zeer uitzonderlijk gebeuren. En toch laat Openbaring 11 zien dat dit vermogen de mens niet geheel is onthouden of afgenomen. Geen wonder dan ook dat wij daar bij Jezus Christus, die behalve mens ook God is, herhaaldelijk op stuiten.
Ik vind dus, met vrees en beven, dat we het bericht van Jozua 10 maar gewoon moeten laten staan, hoe ongelofelijk het ons ook in de oren klinkt. Het commentaar dat de verteller erop geeft maakt duidelijk dat hij het letterlijk heeft opgevat.
Het valt trouwens in de Bijbel zelf niet uit de toon. Jozua’s bevel: ‘Gij zon, sta stil te Gibeon, en gij maan in het dal van Ajjalon’ is in principe en formeel geen andere frase dan wat we de dichter van Psalm 97 volgens de oude berijming van vers 1 in zijn aansporing aan de schepping horen zeggen: ‘Gij aarde, zee en eiland, verheugt u in uw Heiland.’ Of Job in zijn gebed: ‘O aarde, bedek mijn bloed niet’ (Job 16:18).
Het mag waar zijn dat wij mensen in doorsnee vastzitten aan de gelijkblijvendheid van de natuur (wat trouwens een geweldige genade is – je zou anders, om maar iets te noemen, geen huis kunnen bouwen!), maar als wij leren denken in natuurbevelen in plaats van natuurwetten, dan moeten we bij onze binding aan de natuurwetten toevoegen: zolang God dat wil. Zo blijft er ruimte voor het wonder, al zou ik me kunnen voorstellen dat mensen hiervoor terugschrikken vanwege de verregaande afhankelijkheid van God. Maar voor wie een liefdeband met Hem heeft, mag dit geen probleem zijn.

Henk de Jong is emeritus predikant van de NGK Zeist.