Natuurwetten: een dubbel mysterie

Als we nu eens ophielden over natuurwetten te spreken en in plaats daarvan over natuurbevelen, zou dat niet helpen om het wonder uit Jozua 10 (‘Zon, sta stil!’) te accepteren? Dat was de intrigerende vraag die ds. Henk de Jong in Opbouw nummer 19 aan zijn lezers voorlegde. Als we zo over natuurverschijnselen zouden spreken, dan is God (weer) volop de baas over zijn schepping. Een boeiend voorstel, waarin ik echter om verschillende redenen niet kan meegaan.

De afgelopen jaren heb ik mij uitvoerig verdiept in de verhouding tussen het christelijke scheppingsgeloof en wetenschappelijke natuurkennis. Daarbij heb ik me vooral gericht op de vraag die ook schuilgaat achter het artikel van De Jong: hoe kunnen we zinvol over het koningschap van God spreken wanneer in de kosmos alles volautomatisch lijkt te verlopen, volgens rotsvaste natuurwetten?
Wetenschappelijk onderzoek sinds de zeventiende eeuw heeft gaandeweg aangetoond dat alle natuurkundige, chemische en ook veel biologische verschijnselen te beschrijven zijn met wiskundig geformuleerde natuurwetten. Ook wie dit niet bewust op het netvlies heeft, gaat ongemerkt mee in dit wereldbeeld. Wie denkt er nog aan Gods hand bij het weerbericht? Als we een fietstocht willen maken, kijken we even snel op de buienradar, maar denken we ook maar een seconde dat God het weer bestuurt? Dat regen en zonneschijn zijn bevelen zijn?
De oerknal en de evolutie hebben het allemaal nog ingewikkelder gemaakt. Immers, als we aannemen dat de kosmos en ook het leven op aarde op een natuurlijke manier tot ontwikkeling zijn gekomen, welke rol blijft er dan nog voor God over? Binnen zo’n wereldbeeld is niet alleen de kosmos onderworpen aan de natuurwetten, maar ook God zelf. ‘En daar komen wij, mensen van de 21e eeuw, natuurlijk niet zomaar los van. Ikzelf ook niet’, schrijft Henk de Jong.
Het probleem dat hij aan de orde stelt, gaat dus niet alleen over wonderen, maar over Gods koningschap over het heelal en de geschiedenis, binnen en buiten de natuurwetten.

Indirectheid
Al die vragen zijn in één klap uit de wereld als we aannemen dat natuurwetten in feite natuurbevelen van God zijn. Maar de prijs is hoog. Binnen deze zienswijze vindt elk natuurverschijnsel plaats op bevel, in opdracht van God. Daarmee wordt elk natuurverschijnsel een keuze van God. Deze voorstelling van zaken doet me huiveren. Is elk genetisch defect dat tot ziekte of handicap leidt ontstaan op bevel van God?
Hoe zit het met de zelfstandigheid van het heelal en met de vrijheid van de mensen wanneer God alles bepaalt? En moet ik echt geloven dat persoonlijke opdrachten van de eeuwige God door mensjes te beschrijven zijn met kille wiskunde?
Toen ik hier met Henk de Jong over sprak, zei hij dat hij zich dit niet gerealiseerd had. Hij bedoelde het meer in de lijn van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13. Daarin staat onder meer dat God de wereld niet aan zijn lot heeft overgelaten, ‘maar ze overeenkomstig zijn heilige wil zo bestuurt en regeert, dat in deze wereld niets gebeurt zonder zijn beschikking’.
Misschien zit er in het woord ‘beschikking’ of ‘ordinantie’ een soort indirectheid. God regeert door middel van de natuurwetten, maar dat is iets heel anders dan natuurwetten te beschouwen als natuurbevelen. Laten we dat maar snel vergeten, ik vind het geen heilzame weg.

Einstein
Is de veronderstelling dat God op een indirecte manier natuurverschijnselen regeert wel te rijmen met een heelal dat lijkt op een autonoom werkend systeem? Veel mensen, onder wie getrainde natuurwetenschappers, denken dat de natuurwetten precies beschrijven hoe de werkelijkheid is. Alsof er een een-op-eenrelatie is tussen onze natuurwetten en de werkelijkheid. Zonder er al te diep op in te gaan, wil ik een poging doen om te laten zien dat dit niet klopt.
Begrijp me goed, natuurwetenschappelijk onderzoek heeft klip-en-klaar aangetoond dat de kosmos een wetmatige ordening heeft. Met onze natuurwetten kunnen we op een adequate manier beschrijven hoe deze wetmatige ordening functioneert, maar een verklaring geven lijkt niet mogelijk.
We noemen de invloed waardoor een steen naar beneden valt de zwaartekracht, die we prachtig beschrijven met een handjevol natuurwetten. Maar we weten niet goed wat die invloed zelf is. Wat is zwaartekracht? Einstein heeft een tipje van de sluier opgelicht. Volgens zijn theorie maakt elke massa een ‘kuil’ in de ‘textuur’ van de ruimte. Hoe groter de massa, hoe dieper de kuil, zodat een kleinere massa naar een grotere ‘rolt’. Maar welke invloed ervoor zorgt dat massa’s überhaupt de ruimte kunnen vervormen, is een groot raadsel. De fundamentele vraag naar wat zwaartekracht is, is dus niet opgelost, maar verschoven.
De vragen rond de zwaartekracht zijn nog maar een peulenschil vergeleken met de kwantumfysica. Als het gaat om de kleinste deeltjes van de kosmos weten we eigenlijk nauwelijks iets. Dit is niet een kwestie van gaten in onze kennis, maar we stuiten op een fundamentele grens. Er blijft een mysterie als het gaat om de wetmatige ordening van de kosmos.

Een kaart is heel behulpzaam om je weg te vinden en geeft je een bepaalde grip op de werkelijkheid, maar de werkelijkheid zelf is veel grootser dan de kaart

Natuurlijk vraagt dit meer toelichting en die kan ik zeker geven (mail me gerust). Het punt waar het me nu echter om gaat, is dit: onze natuurwetten verhouden zich tot de wetmatige ordening van de kosmos als een kaart tot het landschap. Een kaart is heel behulpzaam om je weg te vinden en geeft je een bepaalde grip op de werkelijkheid, maar de werkelijkheid zelf is veel grootser dan de kaart. Natuurwetten vormen een prima kaart om elektronica mee te maken en weersberichten op te stellen, maar een groot deel van de ordening die God geschapen heeft, blijft voor ons verborgen. Wie dat negeert, misleidt zichzelf en anderen. De betekenis hiervan is onder meer dat we uit wetenschappelijke natuurkennis niet kunnen afleiden dat de kosmos een autonoom systeem is, dat gesloten zou zijn voor Gods handelen.

Gezicht
Deze kaart-landschapvisie maakt duidelijk dat het niet onredelijk is om te geloven dat God deze wereld draagt en beïnvloedt door de kracht van zijn spreken (Hebreeën 1:3). Zo bezien is de kosmos een zelfstandig functionerend iets, dat tegelijkertijd volkomen afhankelijk is van God. Maar hoe onze HEER werkt door middel van de wetmatige ordening, blijft voor ons verborgen. Ook dat is een mysterie.
Binnen een wereldbeeld dat gebaseerd is op dit dubbele mysterie is het handelen van God in kosmos niet op voorhand uitgesloten. Het gegeven dat de wetmatige ordening grootser is dan onze natuurwetten betekent dat er alle ruimte is voor een goddelijk wonder. Ook al staan wij voor een mysterie, toch blijft God niet voorgoed verborgen: Hij heeft zichzelf bekendgemaakt in de geschiedenis van Israël en door Jezus Christus. In Hem heeft het mysterie een gezicht gekregen.

Zijn er voor mij als natuurkundige dan geen vragen bij ‘Zon, sta stil’? Jawel, zeker als Henk de Jong stelt dat God ook alle astronomische en geologische sporen heeft uitgewist. Uit Jozua 10 blijkt wel dat het ingrijpen van God alleen schade toebracht aan de vijanden van Israël. Als het werkelijk om een tijdelijke vertraging van de aardrotatie ging, zou ook het leger van Jozua in grote problemen zijn gekomen. Misschien was het – zoals Koert van Bekkum zich afvraagt – toch geen astronomisch wonder, maar een wonderlijke verschijning van God.
Tot slot: Henk de Jong heeft een boeiende en uiterst belangrijke vraag aan de orde gesteld. Voor zijn antwoord moet een hoge prijs betaald worden. Misschien is het mij gelukt een beter begaanbare weg te wijzen?

Dr. ing. Rolie Barth is sinds 2004 predikant in de NGK na een loopbaan van dertig jaar in het kernfusieonderzoek.