'Ik wil Rachel niet moeten missen'

Wanneer de zevenjarige Rachel na een kort ziekbed op 19 mei 2011 overlijdt, staat de wereld stil in het jonge gezin van Erik en Mirjam van Ginkel. Rachel Albertine was de tweede van hun vier dochters. De lege plek die zij achterlaat, confronteert dag in, dag uit. ‘Accepteren doe je het nooit, hoewel je berust in de situatie zoals die nu eenmaal is’, zegt Mirjam. ‘Maar ik wíl Rachel niet moeten missen.’
Op de keukentafel zet Mirjam (37) een kop dampende koffie neer. Het is inmiddels november 2014, drieëneenhalf jaar na het overlijden van Rachel. Erik (39) is aan het werk. Loïs (5) en Sara (7) zijn op school en boven buigt Eva (13) zich over haar huiswerk. Het is een doordeweekse dag zoals talloze gezinnen die zullen kennen.
Juist deze week arriveerde in huize Van Ginkel een geschilderd portret van Rachel, die ook wel ‘het meisje met de gouden haren’ werd genoemd, vanwege haar rode haarkleur. Mirjam kijkt liefdevol naar het doek, terwijl ze tegelijkertijd met haar lippen een veelbetekenende streep trekt op haar gezicht. ‘Het is net alsof ze meer bij ons is. Ik kijk voortdurend naar haar ogen.’
Het portret toont opvallend meer diepte dan een foto. Het meisjesgezicht kijkt je vriendelijk aan. Haar ogen en mond verraden iets olijks. ‘Over Rachel hoefde ik mij nooit zorgen te maken. Bij haar had ik altijd zoiets van: dat komt wel goed. Ze was een verbindende factor in ons gezin’, vertelt Mirjam. ‘Soms droomde ik stiekem van de toekomst: hoe zouden onze kinderen zijn als ze 15, 13, 10 en 9 zijn? Wat zouden we dan doen? We hadden zo’n mooi rijtje...’
Dan relativeert ze: ‘Soms is het ook lastig wanneer je terugdenkt. Idealiseer ik het allemaal niet te veel? Natuurlijk was er ook weleens ruzie. Gehakketak. Maar Rachel was toch ook echt onbezorgd. In de klas zeiden vriendinnen: “Als iemand lelijk tegen je doet, dan ga je toch lekker met Rachel spelen? Die deed gewoon.”’

Losgerukt
Koninginnedag 2011. Rachel is al een tijdje niet lekker. ‘Een griepje dachten we. Maar na twee dagen voelde ik: “Dit is niet goed.” Rachel moest zo veel overgeven en was zo benauwd dat ik die zondag de huisartsenpost belde. We kregen medicijnen om het overgeven tegen te gaan’, vertelt Mirjam. ‘Dinsdagochtend ging het helemaal mis. Ze kon niet meer op haar benen staan. Ik ben direct met haar naar het ziekenhuis in Amersfoort gereden. “Mam, kijk niet zo eng naar me”, zei ze daar. Ze las de zorg op mijn gezicht. Eenmaal in het ziekenhuis dacht ik: hier komt het goed. Rachel gaf aan dat ze wilde dat papa snel kwam. Ik belde Erik. Daarna zei Rachel: “Mama, ik ben klaar.” Mijn hart ging als een razende tekeer. Waarom zei ze dit? Was het alsof ze klaar was op de wc, zoals vroeger toen ze klein was? In mijn onderbewuste wist ik dat ze iets heel wezenlijks zei over het einde van haar leven. Het feit dát ze dit ook zo zei, bracht de artsen volop in beweging. Ze gooiden per direct hun behandelschema om. Ze werd naar de operatiekamer gebracht en het was alsof er een film ging draaien. Ze werd onder narcose gebracht. En ik zag op de monitor hoe haar hartslag afnam. 120, 80, 40... Toen zag ik een streep op het scherm. Dit kan niet, flitste door me heen, haar hart stopt ermee. Ik ben toen als een gek iedereen gaan bellen: “Je moet nú bidden.” De wereld stond helemaal stil en ik voelde me compleet afhankelijk.’
Na een reanimatie belandt Rachel uiteindelijk doodziek in het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Voor Erik en Mirjam is de spanning groot. ‘Wel merkten we dat God ons tussendoor telkens rust gaf. Verder leef je als verdoofd. Je bent losgerukt van je dagelijkse leven. Indertijd hielden we via een blog op de website van onze kerk mensen op de hoogte. Die blog vormde een soort brug met de buitenwereld. We kregen daardoor veel reacties, bijvoorbeeld in de vorm van kaartjes. Dat was een grote steun in een bijzonder chaotische tijd. Terugkijkend zie ik ook hoe belangrijk het was dat we ons geen zorgen moesten maken over hoe het thuis moest met de kinderen, terwijl wij in het ziekenhuis bij Rachel waren.

‘Eigenlijk heb ik een hele heftige burn-out, waarvan ik nooit precies weet of en wanneer het goedkomt’

Mijn schoonzus nam het over, daar is niet eens over gesproken. Alles werd geregeld. Mensen moesten ons ook niet laten kiezen, maar vooral doen. Vraag niet óf je een was moet doen, maar neem het gewoon mee. Die dingen werden automatisch geregeld. Dat gebeurde natuurlijk wel door mensen die we goed kenden.
Toen Rachel zo ziek was, was dat onze wereld. Ik huilde veel en wilde haar niet kwijt. Maar na zestien dagen drong het tot ons door dat ze zo ziek was dat we haar moesten loslaten. Die dagen waren hard nodig geweest om naar dat punt toe te groeien. Er kwam een soort berusting over ons: we waren totaal afhankelijk. In die tijd lazen we veel in de Bijbel, luisterden christelijke muziek en ervoeren hoe het is om heel dicht bij God te zijn. Dat zijn momenten waar we nog weleens naar terugverlangen. Maar soms konden we ook niet meer bidden, zo erg was de paniek. We wisten dan wel dat anderen voor ons baden.’
Op donderdag 19 mei wordt duidelijk dat Rachel niet zal overleven. Een geplande operatie voor het plaatsen van een steunhart wordt geannuleerd. Rachel is te zwak. ‘Je functioneert al die tijd op de toppen van je kunnen en veel dingen doe je automatisch. We vielen terug op wat we geloven: dat God ook hier bij is. Ik verbaas mij erover dat ik niet totaal ingestort ben toen iedereen kwam om afscheid te nemen. De grond viel immers onder mijn voeten weg. Mijn kind gaat sterven! Je kunt het niet bevatten. Het is te groot. Je ondergaat het.’
Een machine hield Rachel kunstmatig in leven. Erik en Mirjam zouden die dag zelf aangeven wanneer deze uitgezet zou worden. ‘Met onze predikant stonden we bij Rachels bed, toen de machine ineens piepte en Rachel overleed. Wij hebben niet hoeven beslissen! Dat hebben we echt cadeau gekregen van God.’

Allerergste
En dan is alles voorbij. En leeg. ‘Je weet het gewoon even niet meer’, vervolgt Mirjam. ‘Je rijdt naar huis zónder dochter. Ik kon niet huilen. Ik was knock-out. Thuis begon de drukte over alles wat geregeld moest worden voor de begrafenis. Maar ik kon de eerste dagen na haar sterven niet meer nadenken. Hoe fijn is het dan dat er mensen zijn die structuur bieden, die zorgen dat er eten is en dat er een predikant klaar staat om gedurende tweeëneenhalve week élke ochtend langs te komen om de dag te beginnen. Wij hadden dat nodig.’ Een paar maanden later noteert Mirjam in haar dagboek: ‘Onvoorstelbaar wat een pijn om Rachel te moeten missen. Ik kan alleen maar huilen. Komt er een dag dat ik niet zal huilen? Het liefst wil ik NU naar Rachel toe...’

‘Ik had geen zin meer om te huilen, te voelen, te praten over hoe het met mij ging’

Een rouwproces is voor niemand hetzelfde, meent Mirjam. ‘Ik kon lange tijd geen verhalen van lotgenoten horen. Hallo, dit gaat over míjn kind, dacht ik dan. Jouw verdriet is heus niet erger dan het mijne. Erik ging er anders mee om. Soms wilde ik alleen maar praten en praten, maar wilde hij juist rust.’
Het overlijden van Rachel trekt dan ook een wissel op de huwelijksrelatie. ‘Je wilt elkaar troosten en sterk zijn. Alsof je altijd weet wat de ander voelt. Maar die momenten komen zelden overeen. Aan het begin van de zomer van 2011 kregen we professionele hulp aangeboden. “Het zou jammer zijn als jullie mooie gezin uit elkaar valt”, zei de arts die erover begon. We vonden dat op dat moment niet direct nodig. We komen er wel, dachten we. Erik en ik waren het altijd gewend om het samen te redden. Maar uiteindelijk besloten we om het toch te doen, op voorwaarde dat we een klik met de hulpverlener zouden hebben. Vervolgens hebben we anderhalf jaar hulp gehad. We leerden naar elkaar te luisteren, om te begrijpen wat de ander echt bedoelt. Achteraf gezien was het broodnodig dat we die therapie volgden. We hoefden niet per se in elkaars spoor te lopen, dat lopen kan soms ook parallel zijn. En door soms juist dingen te benoemen, geef je ze een plek.’

In maart 2012 schrijft Mirjam in haar dagboek: ‘Ik houd mij vast aan de gedachte dat we het allerergste al hebben meegemaakt. Dan haal ik opgelucht adem en denk: erger kan het niet worden. (...) Wat is rouw ingewikkeld en het gemis met geen pen te beschrijven.’

Onhandig
Lange tijd hadden Mirjam en Erik praktische hulp in huis. ‘Iemand die je huis poetst is fijn, dan hoef je er zelf niet over na te denken’, zegt Mirjam. ‘Tijd nemen voor je rouwproces is heel belangrijk. Rouwen put je helemaal uit. Ik heb veel minder energie dan voorheen. Nog steeds. En ik denk dat ik inmiddels op een niveau zit waar het niet verder verbetert. Wanneer ik te druk ben, word ik kortaf, krijg ik hartkloppingen en kan ik niet goed meer nadenken. Ik word heel onrustig en moe. Futloos. Ik herken mijzelf ook niet meer vergeleken met wie ik was voordat Rachel overleed. Dat is best confronterend. Eigenlijk heb ik een hele heftige burn-out, waarvan ik nooit precies weet of en wanneer het goedkomt. Als de dood in je gezin komt, raakt dat alles: het hart, je lijf, je hoofd. Het slokt alles op. En in de tussentijd leven we in zo’n gekke wereld. Pas nu ben ik erachter gekomen hoe het leven in elkaar steekt. Ik weet hoe het is om intens verdriet te hebben. Dat weet je pas als je het zelf meemaakt.’

De gebeurtenissen rond Rachel hebben ook impact op de sociale kring rond het gezin. ‘We zijn geen vrienden kwijtgeraakt. Onze echte vrienden zijn ons trouw gebleven. Wel investeren we minder in de kring daaromheen, omdat we kiezen voor verdieping in een kleinere kring. Meer energie is er niet.’
Mensen zeggen soms onhandige dingen als: ‘Gelukkig heb je nog drie kinderen’, zo ondervond Mirjam. ‘Dat is wel zo, maar tot dat inzicht wil ik zelf komen. Een ander schreef: “Ondanks alles fijne kerstdagen”... Zeg dan liever: “Ik weet niet wat ik zeggen moet, maar ik denk aan jullie.” Dat is genoeg. Mij heeft het geholpen te bedenken dat mensen je niet bewust willen kwetsen. We zijn ook dankbaar voor de vele passende reacties, bijvoorbeeld op de blog.’

Na de therapieperiode brak een fase aan waarin voor de omgeving alles weer gewoon werd, zo omschrijft Mirjam het. ‘Daar zitten we nu nog steeds in. Alles gaat weer door. Mensen durven je ook weer te benaderen of je iets zou willen oppakken. Maar ik merkte dat ik in een blokkeerstand, een overlevingsstand, terechtkwam: ik kon niet meer zo veel voelen als in die anderhalf jaar daarvoor. Ik hield altijd een dagboek bij, maar dat bijhouden lukte steeds minder goed. De burnoutgevoelens keerden terug. Ik had geen zin meer om te huilen, te voelen, te praten over hoe het met mij ging. Je moet dan een modus vinden waarin het verdriet onderdeel van je leven is, maar het niet overheerst. Maar eigenlijk wíl ik niet accepteren dat Rachel er niet meer is. Ik wil haar niet moeten missen. Ik wil niet in deze situatie zitten. Maar toch is het zo.’

Doolhof
Het is van vitaal belang om de pijn van het verlies van Rachel af en toe heel bewust toe te laten, weet Mirjam. ‘Maar die pijn wil ik liever niet voelen. Ik kan nog altijd geen filmpjes terugzien. En elke nieuwe foto van haar die opduikt, is te confronterend. Terwijl ik tegelijk ook weet dat het goed is om te voelen, omdat het je oplucht.’ Troost blijft Mirjam putten uit haar geloof in God. Ook Rachel geloofde dat ze ‘GEK’ was: Gods Eigen Kind.
De woorden staan gebeiteld op de rand van haar graf. ‘Als kind van God heb je zicht op een betere toekomst. Geloven in die belofte helpt. Tegelijkertijd maakt het het nu onbelangrijk. Waar maakt iedereen zich toch druk om, denk ik weleens. Het zit zo in ons systeem om van alles te moeten. Maar ik wil er juist ook voor het gezin zijn. Ik wil dat de andere meiden zo goed mogelijk volwassen kunnen worden. Je wilt ook niet te boek staan als “de moeder die een kind heeft verloren” en daarom niet of laat reageert. Erik is daar makkelijker in: “Wij kiezen, niet de wereld om ons heen.”’

‘Heb je alles gehad, moet je in het tweede jaar wéér bedenken hoe je het bijvoorbeeld doet op de verjaardag van Rachel’

Met het begrip ‘rouwverwerking’ heeft Mirjam niets. ‘Het klinkt alsof je het verlies kunt verwerken. Maar het is nooit voorbij. Altijd duikt het weer op, op onverwachte momenten. Denk aan één leeg bed in een vakantiebungalow voor zes personen bijvoorbeeld. Mijn verlangen is de relatie met God te verdiepen en daar tijd voor vrij te maken. Dankzij Hem kan ik over zaken heen kijken. Ook juist in al die gewone dingen. Je dient Hem door te koken voor je gezin of de was te doen. We plannen niet meer vooruit. Dat lukt niet meer. We kunnen van alles bedenken, maar je weet echt niet wat er allemaal op je pad gaat komen. Heel dicht bij God leven en doen wat Hij vandaag aan mij vraagt, dát gaat over de essentie van het leven.’

‘Rouwen is als lopen in een doolhof. Je loopt telkens tegen zaken aan als verdriet, gemis, verlangen naar anders, berusting en pijn. Maar al die fasen lopen kriskras door elkaar. “Als je het eerste jaar maar door bent”, zeiden mensen. Maar dat is niet waar. Heb je alles gehad, moet je in het tweede jaar wéér bedenken hoe je het bijvoorbeeld doet op de verjaardag van Rachel. Niets is meer vanzelfsprekend. Wel zie ik tegenwoordig meer de lijnen in mijn rouwproces. In het begin kon ik die niet zien. Het lijkt eerst alsof er een dak op het doolhof zit, maar gaandeweg gaat dat er steeds meer af. Soms kan ik ook uit het doolhof lopen. En soms raak ik er ineens weer in verstrikt.’

Hans-Lukas Zuurman is journalist en lid van de NGK De Ontmoeting in Voorthuizen/Barneveld.