Platteland en stad: een wereld van verschil?
2005-08-26
In het vorige nummer van Opbouw beschreven we een kerkdienst van een huisgemeente Boston, een miljoenenstad aan de oostkust van de USA. De volgende zondag zijn we op de prairie van Iowa. Alleen al in het dorp (6000 inwoners) waar we bij familie logeren zijn 14 orthodoxe kerken.- Jaargang 49
- nummer 16
Je bent hier echt een uitzondering als je op zondag niet tweemaal(!) naar de kerk gaat. Veruit het grootste deel van de bevolking heeft een Nederlandse achtergrond, 80% van de namen in het telefoonboek is Nederlands.
’s Morgens gaan we in een dorpje in de omgeving naar de kerk. Eigenlijk is het dorp niet meer dan een kerk (Christian Reformed) en drie boerderijen. De meeste gemeenteleden wonen op boerderijen in de omgeving.
Tornado
De voorganger is een student die stage loopt in deze gemeente. Hij was docent kunstzinnige vorming op een High School. Zijn huis heeft hij verkocht om daarmee de studie te kunnen bekostigen.
Vannacht is er een tornadowaarschuwing geweest. De schade bleef beperkt. Reden om eerst God te danken.
Daarna wordt - onder begeleiding van een koor van gemeenteleden - een aantal opwekkingsliederen gezongen.
Daarna begint de kerkdienst. Om de kinderen bij de dienst te betrekken haalt de voorganger hen naar voren en gaat op de grond zitten om uit te leggen waar de preek over gaat. Hij heeft voor alle kinderen een opdracht die ze kunnen maken.
De preek over Fillipenzen is zeer gefundeerd en zet aan tot nadenken. Daarbij gaat de voorganger in op de wrok die we tegen onze naaste kunnen hebben, waarmee we ons hart op slot kunnen doen voor God.
De gemeente komt open en gastvrij over. Na afloop van de dienst spreken we met diverse mensen. Als je uit Nederland komt trekt dat vanzelf: bijna alle gemeenteleden hebben Nederlandse wortels en sommige kunnen ook nog wat Nederlands spreken.
Behoudend
’s Middags bezoeken we één van vijf Christian Reformed kerken in het dorp waar we logeren. Er zijn (ook in Opbouw) wel vragen gesteld over ontwikkelingen binnen deze Amerikaanse loot van de Gereformeerde Kerken, maar dit is - naar onze maatstaveneen behoudende gemeente. Zelfs de vrouw in het diakenambt is een thema dat nauwelijks bespreekbaar is. De vormgeving van de dienst is daarentegen zeer eigentijds. Het koor heeft moderne liederen in het repertoire opgenomen. De preek gaat over hoe Petrus van discipel een apostel werd.
De dominee preekt vlot en vermijdt daarbij maatschappelijke thema’s niet.
Daarnaast blijkt dat de omgang met pastorale thema’s en psychische nood de dominee niet vreemd is.
Opmerkelijk in deze kerk is dat niemand ons aanspreekt, zelfs niet als we in de hal staan. Als ik later in de week een bijbelkring bezoek vraag ik eens na waarom dat zo is. Een bezoeker zegt min of meer beschaamd: ‘De gemeente is groot genoeg, we hebben geen aanwas nodig. Bijna alle gemeenteleden gaan iedere zondag bij familie op bezoek, eigenlijk heeft men ook niet zoveel tijd om gasten te ontvangen'.
Toch is deze kerkelijke gemeente ook betrokken bij de zorg en opvang van woonwagenbewoners in de regio.
Men organiseert zelfs Spaanstalige kerkdiensten. Alleen was van die openheid rond deze kerkdienst niet veel te merken.
Washington DC
De derde zondag zijn we in Washington, de hoofdstad van de USA. Aan alles is te merken dat dit de hoofdstad is van een groot land. Het marmer van de neoclassicistische gebouwen glimt ons tegemoet in de drukkende hitte. De gouden gids laat weer vele pagina’s aan kerken zien. We tellen meer dan 100 baptistengemeenten, die vooral onder de zwarte bevolking veel aanhang hebben (de helft van de inwoners van de hoofdstad is ‘zwart’).
Ook nu gaan we weer op zaterdag op zoek naar een kerk. Uiteindelijk vinden we een presbyteriaanse gemeente in het centrum, vlakbij het Witte Huis. Je vraagt je bijna af hoe zo’n gemeente kan bestaan, want in de wijde omgeving staan alleen maar regeringsgebouwen en hotels, er zijn bijna geen woonblokken. De enige bewoners van de wijk lijken zwervers te zijn, die in de parken slapen.
Alle gelovigen
De volgende dag worden we gastvrij welkom geheten. Er blijkt al van alles te doen te zijn. Dit gebouw heeft duidelijk ook een sociale functie. En zo profileert men zich ook: een historische gemeente die midden in de samenleving wil staan.
Opvallend in de folder is dat wordt vermeld dat de ‘ministry’ alle gelovigen zijn, dus niet de dominee, noch de dominee plus de kerkenraad, nee: alle leden zijn verantwoordelijk. Daarnaast is er een pastor voor de pastorale taken.
Die betrokkenheid komt tijdens de kerkdienst goed tot zijn recht. Zo hebben de kinderen, samen met een aantal volwassenen, een actieve rol tijdens de dienst. Ze beelden met elkaar een gedeelte van het bijbelverhaal uit: Abraham zit voor zijn tent, er komt een man op bezoek, die vertelt dat Sara zwanger zal worden, Sara zit in de tent en moet om dat bericht lachen.
De kerkdienst wordt geleid door een vrouwelijk gemeentelid, de preek wordt gehouden door een theologisch student. Hij loopt het bijbelgedeelte langs en laat zien hoe God langs een schijnbaar doodlopende weg voor Abraham toch het volk Israël bleef leiden.
Ook geeft hij nog een stukje persoonlijke ervaring mee aan de hand van een klinisch pastorale training die hij volgt. Hij wijst er op dat je juist vaak vanuit je zwakte sterk kunt zijn, maar dat we niet zo gewend zijn om die zwakte te tonen. Dit is een totaal ander geluid dan de ‘trend’ in de USA: geloof maar in de kracht die je van God krijgt.
Gebed
Hoewel er ruim 250 kerkgangers zijn, wordt gevraagd om gebedspunten aan te reiken. Hier wordt dankbaar gebruik van gemaakt. De vrouw die de dienst leidt noteert de gegevens en stelt ook nog enkele inhoudelijke vragen. In het gebed worden de noden en de zegeningen niet meer woord voor woord herhaald, maar de voorganger vat de woorden samen en de gemeente beaamt het gebed met een lied uit de bundel van Taizé.
Aan het eind van de dienst wordt gevraagd of de eigen gemeenteleden willen gaan staan. Op die manier wordt direct duidelijk wie de gasten zijn. De bedoeling is dat de eigen gemeenteleden vervolgens contact leggen met de gasten. En inderdaad: de tientallen gasten hoeven zich niet alleen te voelen: ze hebben direct aanspraak. Ook na de dienst zijn er activiteiten: een rondleiding door de kerk, mee op bezoek bij gemeenteleden, koffie drinken in de benedenzaal. We worden onder andere aangesproken door een meneer die zegt: ‘Vergelijk ons niet met die man in de straat’. Even schrikken we: bedoelt hij de zwervers buiten?
Dat lijkt ons strijdig met het doel van deze gemeente, die zich juist inzet voor dakloze mensen. Hij blijkt echter president Bush te bedoelen, die een straat verder woont. ‘Hij is niet een van ons’, zo meldt hij, ‘de rijken worden hier steeds rijker en
de armen steeds armer. Ik hoop dat jullie je in Nederland realiseren dat er ook andere Amerikanen zijn...’
Gebruiken
Een paar opmerkingen tot slot, over enkele (ons) opvallende gebruiken.
Tijdens geen enkele kerkdienst was voor ons de kerkenraad zichtbaar, er was ook geen ouderling van dienst die de voorganger de hand drukte. Het orgel lijkt in onbruik te raken: slechts in één dienst werden enkele liederen begeleid op het orgel. Ook hebben we tijdens geen enkele dienst de voorganger op die preekstoel zien staan.
En tenslotte: we hebben deze drie zondagen geen enkele keer een psalm gezongen, alle gezongen liederen kwamen uit liedboeken (waar overigens wel de psalmen in zijn opgenomen).
Tenslotte
Drie weken in Amerika is een bijzondere ervaring. Drie zondagen in de USA is alleen al een verhaal op zichzelf.
Het waren bemoedigende en verrijkende kerkdiensten. We hebben maar liefst 4 zeer bijbelgetrouwe preken beluisterd. Er was op allerlei manieren te merken dat de mensen hier intens bezig zijn met het evangelie.
Zeker in de USA merk je dat de kerkdienst op zondag ook wordt gevolgd door allerlei activiteiten door de week. Maar ook was te zien, te horen en te merken dat christenen op heel verschillende manieren positie kiezen in de samenleving.