'God bepaalt, telkens weer'

Zendingsarts Greet Rietkerk werkte jarenlang in Eritrea en Kenia. Sinds 2002 woont ze weer in Nederland, in Heerenveen, waar ze lid is van de NGK. Een gesprek over zending, over onderwijs en over overgave aan God.

Ze is in januari nog in Kenia geweest, vertelt Greet Rietkerk, zittend aan haar woonkamertafel in het Friese appartement dat ze sinds haar pensionering bewoont. Dankzij de contacten die ze heeft, kan ze een fonds voor goede doelen helpen om de juiste bestemming te vinden. ‘Het is een voorrecht om nu eens aan deze kant te zitten en te mogen uitdelen’, zegt ze. Ze weet immers als geen ander wat het is om van giften te leven.
Het zendingswerk dat Rietkerk 32 jaar lang als arts deed, bracht haar in Eritrea, Kenia en tussendoor nog in een vluchtelingenkamp in Soedan en in Pakistan. Wie meer dan dertig jaar in het buitenland heeft gewoond, heeft veel te vertellen en met Greet Rietkerk is dat niet anders. Ze werkt aan een boek waarin haar ervaringen zijn verwerkt. Het is de bedoeling dat het volgend jaar uitkomt.

Razzia
In Eritrea, haar eerste standplaats, maakte Rietkerk mee dat twee collega’s werden ontvoerd. ‘Er was een rebellenleger dat Eritrea wilde losmaken van Ethiopië. Het waren extremisten.
Op zekere dag vielen ze ons ziekenhuis aan. Er liep een strijder met een geweer op ons af. Hij wilde dat we mee zouden gaan. “Absoluut niet”, zei ik.’ Uiteindelijk namen ze twee verpleegsters mee. Eén van hen, Anna Strikwerda, werd neergeschoten. De ander, Debbie Dortzbach, een Amerikaanse verpleegster die op dat moment zwanger was, werd na drie weken weer vrijgelaten.
‘Je zou zeggen: na zo’n gebeurtenis houd je ermee op’, zegt Rietkerk. ‘Maar integendeel. Je had een band met de mensen. Mijn vriendin Sandra en ik hadden geen kinderen, dus ook geen gezin waar we verantwoordelijk voor waren. Wij hebben tegen de ontvoerders gezegd: als jullie Debbie vrijlaten, gaan wij door met het werk. Dat gebeurde.’
Rietkerk zag het als een teken dat ze moest blijven. ‘Ik zat heus niet zo lekker in mijn vel na al die gebeurtenissen. Maar toch wist ik het zeker: God wil dat wij hier zijn. Het is bijzonder om dat zo duidelijk te ervaren. We zijn teruggegaan en hebben het werk weer opgepakt.’
Jammer genoeg duurde dat maar twee jaar. ‘Eén van onze Eritrese collega’s werd opgepikt en doodgeschoten. Het was een razzia, zoals we die kennen uit de Tweede Wereldoorlog. Iemand van het personeel kwam bij ons om te waarschuwen en zei: “We hebben te veel goodwill bij de bevolking. Ze zullen ons ook komen halen, vanwege die goede verstandhouding.” De predikant van een kerk uit de VS heeft toen met een vertegenwoordiger van de regering geregeld dat we konden vertrekken.’

Radicaal
Kenia werd de tweede plek waar Greet Rietkerk langdurig werkte als arts. Zestien jaar lang, van 1979 tot 1995. ‘Het was een gebied zo groot als de provincie Utrecht. Kerken waren er wel, maar er was geen arts, op een bevolking van 100.000 mensen. De zending zat daar middenin.’
De Amerikaanse kerk die Rietkerk en haar collega uitzond, vroeg om te inventariseren wat er mogelijk was. ‘We werden uitgenodigd op een vergadering van dominees. Ik vroeg: wat wil je dat we zullen doen? Ze vertelden ons vijf dingen. Er was net een mazelenepidemie geweest, daar had ieder gezin wel kinderen aan verloren. Er waren mensen met malaria. Een paar dominees vertelden dat hun vrouw was gestorven in het kraambed. Er was dus behoefde aan verloskunde. Verder was er droogte, waardoor mensen de verkeerde dingen aten. Bovendien was er geen enkele hulp bij ongevallen. Medische voorlichting was welkom.’
Rietkerk zag kansen voor dat wat ze het liefste wilde ontwikkelen: goede eerstelijnsgeneeskunde. Uiteindelijk werd er een kliniek opgezet met een aantal huisjes eromheen, waar zwangere vrouwen hun bevalling konden afwachten.
In 1994 vertrok Rietkerk uit Kenia, om weer terug te gaan naar Eritrea. Ze werkte er twee jaar. ‘Het ziekenhuis daar lag helemaal in puin en hebben we weer opgebouwd. Helaas wilde de regering het toen niet meer. Van de mensen hebben we nooit weerstand ervaren, maar de regering was zo radicaal dat ze zeiden: we laten het liever in elkaar vallen dan dat we buitenlanders toelaten.’

Wonderlijk
De laatste vier jaren voor haar pensioen werkte Rietkerk weer in Kenia, bij een ander ziekenhuis dan dat in Ukambani, dat ze had helpen oprichten. ‘In Litein was een ziekenhuis van de Africa Inland Church. Daar hadden ze capabele mensen en een uitstekende directeur. Ik werkte met drie Keniaanse artsen, die uitstekend opgeleid waren. Dat heb ik met veel genoegen gedaan.’
Het contrast met het ziekenhuis in Ukambani was groot. Daar leek het met het medische werk de verkeerde kant op te gaan. ‘De kerk dacht dat ze kon profiteren van de kliniek. Er werden verkeerde mensen ingezet. Corruptie is een groot probleem in Kenia en daar werd ook de kliniek slachtoffer van. Gelukkig gaat het werk daar nog wel door en we hopen dat ze het pad naar boven weer zullen vinden. De kliniek is er nog steeds en er worden mensen geholpen. Ook worden er nu weer nieuwe mensen opgeleid.’
De boekhouder die de corruptie in Ukambani aan de orde stelde, speelt in het herstel een sleutelrol. ‘Na mijn pensioen was er nog een potje met geld. Ik zei tegen hem: wat doen we daarmee? Ik durfde het niet aan de gezondheidszorg te besteden. Zijn antwoord was: stop het in een fonds om kinderen naar school te laten gaan.’
Zo ontstond Ganspro (Gai Needy Students Project), een fonds waar de Nederlandse stichting Edukambani mee samenwerkt. Edukambani is de nieuwe naam voor Zendings Thuistfront Holland, dat Rietkerks werk voor haar pensioen ondersteunde.

‘Er liep een strijder met een geweer op ons af. Hij wilde dat we mee zouden gaan’

Sinds 2008 is Ganspro erkend als een officiële ngo in Kenia. ‘We zijn in 2002 begonnen door vijf jongens en meisjes naar de middelbare school te laten gaan. Het jaar erop waren dat er negen en inmiddels hebben 221 kinderen de middelbare school gedaan of zijn daar nog mee bezig. Elk jaar zijn er meer die naar een college kunnen, meer dan we kunnen betalen. Dit jaar zijn er acht uitgekozen om naar de universiteit te gaan. In januari vertelden we dat we nog geen geld hadden om hen daarbij te ondersteunen. Prompt kregen we een brief van een organisatie die dat mogelijk kon maken. Zo wonderlijk, dat dat telkens weer gebeurt.
Het is telkens God die bepaalt.’
Ze vertelt over de bewondering die ze heeft voor één van de eerste meisjes die naar de middelbare school kon gaan en daarna werd ondersteund bij haar opleiding in de verpleging. ‘Ze heeft in Soedan gewerkt. Daar wil je echt niet naar toe. Het noorden is islamitisch, het zuiden is christelijk. Tussen aanhalingstekens dan. Nu is het zuiden onafhankelijk en bevechten ze elkaar. Vreselijk! Het is een moeilijk land. Voor dat meisje dat naar Soedan ging, neem ik mijn pet af.’

Tafeldiscussies
Greet Rietkerk komt uit een familie waarin meerdere mensen hun sporen hebben nagelaten. Wijlen Koos Rietkerk was minister van Onderwijs voor de VVD en haar broer Wim is predikant en richtte l’Abri Nederland op. Waar komt hun neiging vandaan om zich voor de publieke zaak in te zetten? ‘Mijn vader was een heel inspirerende man. Hij was de zevende uit een gezin met elf kinderen en had zichzelf opgewerkt in de maatschappij. Hij was ook altijd actief in de kerk, als ouderling. En ik had een schat van een moeder, die goed kon organiseren en ons aan het werk zette. Dat kleurt je beeld van de wereld. Thuis was er ook altijd wel aandacht voor zending. We hadden er aan tafel discussies over. Eén van mijn zussen trouwde met een zendeling die in Papoea-Nieuw-Guinea gewerkt heeft en een broer ging daar samen met zijn vrouw ook naartoe, als onderwijzer. Het was geen vreemd onderwerp, het kwam heel dichtbij.’
Uiteindelijk duurde het wel drie jaar voordat Rietkerk de vacature voor arts in Eritrea, waarmee het allemaal begon, aannam. ‘Ik dacht wel aan zending, maar niet op een concrete manier. Het verhaal van de barmhartige Samaritaan sprak me aan. De man die op weg naar Jericho wordt opgelapt en Jezus die zegt: doe dat ook.’
De eerste drie maanden in Eritrea waren moeilijk. ‘Ik was er drie maanden en dacht: moet ik hier werkelijk zijn? Gelukkig had ik een goede mentor, die niet vroeg: wordt dit een levensroeping? Nee, hij vroeg: wil je dit voor drie jaar doen? Ik wist toen niet dat het 32 jaren zouden worden.’

Cadeau
Sinds 2002, dus alweer ruim twaalf jaar, woont Greet Rietkerk in Heerenveen, waar ook een zus van haar woont. Ze was er vier jaar ouderling in de NGK. ‘Het kerk-zijn is heel anders dan op het zendingsveld, maar ook weer hetzelfde, want het Evangelie is hetzelfde. In de laatste jaren dat ik in Kenia werkte, deed ik met een aantal dames bijbelstudie op zondagochtend. Dat was het enige moment dat ze er tijd voor hadden, de rest van de week waren ze druk met het werk op het land. Het was heel verrassend om de verhalen met hen door te nemen. Ze waren geen heilige mensen, soms waren er vrouwen bij die in de prostitutie werkten. Het verhaal van Jezus die bij een put zit en met een Samaritaanse vrouw praat, maakte grote indruk op hen. Zo’n man die op een voetstuk staat, een rabbi nog wel, en die je dan aanspreekt... En dat Jezus zegt: ik weet dat je geen man hebt. Dat was indrukwekkend.’
De kern van de boodschap is in Afrika niet anders dan hier, meent Rietkerk. ‘Het is de Heer die het moet geven. Een cadeau is het, dat we uit genade vrijgesproken worden. Daarin is niks geen verschil tussen hier of daar. Daarom is medisch werk de mooiste manier om het Evangelie te brengen, vind ik. Je doet wat Jezus deed. Hij genas de zieken. Als je dat samen doet met iemand die de bijbelverhalen vertelt, dan zijn er altijd wel mensen die willen luisteren. Ze zitten in een rij te wachten. Medisch werk is de mooiste ingang voor zendingswerk, maar dat zeg ik natuurlijk ook omdat ik arts ben.’

Wonder
Wat voor tips heeft Rietkerk voor idealistische twintigers en dertigers, die aan het begin van hun carrière staan? Hoe ontkomen ze aan de leegte van het moderne leven? ‘Het gaat erom je blik gericht te houden op Christus, maar hoe je dat doet... ik vind het moeilijk om daar woorden voor te vinden. Feit is dat we zelf onbekwaam zijn tot enig goed. Dat is nog even urgent als 2000 jaar geleden. Je kunt hoog van jezelf opgeven en denken dat het wel meevalt. Maar als ik eerlijk ben naar God, moet ik erkennen dat ik er nog altijd een potje van maak. Het is Gods geest die ons moet aanpakken.’
‘Het is een wonder wanneer God ons aanspreekt,’ zegt Rietkerk. Luisteren daarnaar heeft haar vrijheid gegeven, rust en plezier in een veelbewogen leven. ‘Je komt altijd uit op je verhouding met God. Dat is niet anders dan vijftig jaar geleden. Je moet je wel aan een bepaalde discipline onderwerpen. In Afrika zaten we op de evenaar. De zon scheen om zes uur ’s ochtends, dus het was doodgewoon om om zes uur op te staan. Ik kom daar nog niet van los. Dat heeft iets moois. Ik heb het geluk dat ik een ochtendmens ben, maar dat hoef je natuurlijk niet te zijn. Je kunt ook midden op de dag bidden. Dat maakt niet uit natuurlijk. Ik vind het mooi wanneer dominees dat rechtstreeks durven zeggen: neem nou eens de tijd om ’s morgens te bidden. Dat is to the point. Als je dat als gewoonte aanneemt, dan krijg je een patroon waarin je elke dag met de Heer begint. Dat gaat in je zitten, hoe druk je ook bent.’

Nels Fahner is freelance journalist, redacteur van Christelijk Weekblad en lid van de NGK Oegstgeest.

Zie voor meer informatie over Edukambani www.edukambani.nl of neem contact op via 0252-344965 of info@edukambani.nl.