De profeet Jeremia - Valse en ware profetie
2005-08-26
Ontmoeting- Jaargang 49
- nummer 16
Ieder mens krijgt in zijn leven helaas wel eens met bedrog te maken. Deel zo’n moment uit je eigen leven. Vertel hoe het kwam dat je eerst het bedrog niet door had, maar later wel. Beschrijf ook welke emoties het bij je teweeg bracht. Bid of jullie Gods aanwezigheid in je midden mag ervaren.
Bezinning vanuit de bijbel
• In Jeremia 28 lezen we over de profeten Chananja en Jeremia. Beiden zeggen namens God te spreken. Chananja profeteert: ‘De HEER zal binnen twee jaar een einde maken aan de onderdrukking door Babel’. Jeremia profeteert: ‘We moeten ons onderwerpen aan Babel. Hun macht over ons zal zeventig jaar duren’. Wie gelijk heeft is moeilijk te zeggen. Want volgens Jeremia 23 laten valse profeten zich door Baäl leiden, zijn zij uit op eigen voordeel en benadelen zij de armen. Maar hiervan is noch bij Chananja, noch bij Jeremia sprake. Ook vandaag profeteren mensen. Naar bijvoorbeeld Handelingen 2:18, Romeinen 12:6 en 1 Tessalonicenzen 5:19-20 niet vreemd. Ken jij daarvan voorbeelden? Hoe bepaal je of zo’n woord echt of onecht is?
• Jeremia ontmaskert Chananja als een valse profeet. Hij wijst hem (in vers 9) op Deuteronomium 18:20-22: een profetie is pas waar als hij uitkomt. Maar zelfs dan moet je nog uitkijken (Deuteronomium 13:2-4)! Ook stelt hij (in vers 8) aan de orde dat Chananja’s profetie niet in lijn is met het geheel van Gods openbaring. Toch houdt Chananja vast aan zijn eigen gelijk (vers 10). Hoe zou dat komen? Herken je, als het om zaken van kerk en geloof gaat, iets van die eigenwijsheid bij jezelf en/of anderen? (‘Ik vind’, ‘de Heer heeft mij duidelijk gemaakt dat’). Wees zo concreet mogelijk. Waar komt die eigenwijsheid vandaan?
• In het Nieuwe Testament worden ook nog andere criteria genoemd met behulp waarvan valse en ware profetie kunnen worden onderscheiden. Naar 1 Korintiërs 14:4-5 moet het tot opbouw van de gemeente zijn. Voorts dient profetie beoordeeld te worden door mensen die daartoe gaven hebben ontvangen en ook nog eens door de hele gemeente (1 Korintiërs 14:29, 1 Johannes 1:4). ‘Doof de Geest niet uit, veracht de profetieën niet en behoudt het goede’, schrijft Paulus (1 Tessalonicenzen 5:19-20). Waarover zou je met betrekking tot je eigen gemeente graag een profetie ontvangen? Durf je er om te bidden? Sta je zelf open voor ontvangst? Deel je verlangen en je eventuele weerstanden.
Dankzegging en voorbede
Spreek met elkaar af welke punten uit het gevoerde gesprek je in gebed wilt brengen en wie dat zal/zullen doen. Liedsuggesties: Gezang 305, Gezang 326 en Opwekking 167.
| Moderne profetie Over hoe je profetie na de komst van Jezus moet duiden circuleren diverse definities. Ik geef er twee door. Prof. Wentsel formuleert: ‘In het heden vertoont met de figuur van de profeet de meeste verwantschap diegene die namens God met gezag optreedt, de zondaar de waarheid aanzegt, de corruptie in kerk en maatschappij kritiseert of die in verwarrende tijden een bevrijdend uitzicht biedt’. Rijn van Kooij zet de volgende nieuwtestamentische gegevens op een rijtje: • In een bepaalde situatie wordt aan bepaalde mensen het Woord van God overgebracht; • Er wordt een concrete uitspraak gedaan over de nabije toekomst in de vorm van een waarschuwing of een belofte; • De profetie geeft kennis van verborgenheden van Gods heilsplan en Zijn wil; • Ze geeft een bemoediging of een oplossing voor een bepaald probleem; • Ze kan ertoe dienen om het verborgene van het hart bloot te leggen. |