Dialoog in Abrahams schoot
2005-09-09
Zowel Jodendom, Christendom als Islam kennen Abraham als vader van de gelovigen. Dit duidt op verwantschap tussen deze godsdiensten. In de 'Persschouw' van Opbouw 14 (22 juli) wordt een artikel van dr. A. Wessels weergeven, die voor deze verwantschap aandacht vraagt.- Jaargang 49
- nummer 17
M.H.T. Biewenga ziet hier niets in en stelt wat uitdagend: ‘Tegenover dit syncretisme (vermenging van godsdiensten) het evangelie’. Dat ging mij net even te snel en prikkelde mij tot onderstaand artikeltje. Over de vraag wat die gemeenschappelijke Abrahamfiguur wel en niet zou kunnen betekenen voor de verhouding van de godsdiensten.
Abrahamitische oecumene
Zou het voor de drie godsdiensten mogelijk zijn om op basis van het geloof gemeenschappelijke stamvader Abraham tot elkaar te komen? Dit streven wordt wel het streven naar een ‘Abrahamitische oecumene’ genoemd. Ik denk dit een illusie is.
Dat komt omdat de Abraham van de ene godsdienst die van de andere niet is. In de heilige geschriften van Joden, Christenen en Moslims is de figuur van Abraham ‘ingekleurd’ volgens respectievelijk de leer van Mozes, Jezus en Mohammed. Abraham is respectievelijk de eerste Jood, de eerste Christen en de eerste Moslim. Een beroep op de gemeenschappelijke voorvader Abraham in de dialoog der godsdiensten lost dus niets op, omdat ieder zich op ‘zijn eigen’ Abraham beroept.
Syncretisme
Maar zonder betekenis is die gemeenschappelijke figuur van Abraham natuurlijk ook weer niet. Het geeft aan dat alle drie godsdiensten zichzelf en elkaar zien als vrucht van één en hetzelfde openbaringsproces: de openbaring van de sprekende God, die begint bij de schepping en geschiedenis maakt door bemiddeling van een lange rij profeten. Ze zijn het alleen onderling niet eens over de status van elkaars profeten, over de vraag wat ware en valse profetie is en in welke profetische traditie nu precies de hoofdstroom van Gods openbaring loopt. Maar ondanks deze verschillen is de historische en inhoudelijke verwantschap niet te loochenen.
In het becommentarieerde artikel noemde Wessels in dit verband onder meer de opvatting van geloven als een werkwoord, en het profetisch protest tegen het machtsmisbruik van de machtigen. En ook dat dit gebeurt in naam van God, die alle drie de godsdiensten de Barmhartige heet en de Garant van de ware menselijkheid.
Ook al kun je er over twisten in hoeverre deze typeringen helemaal raak zijn, niet ontkend kan worden dat je ze in een of andere vorm in alle drie de godsdiensten terugvindt. Het zijn bovendien geen onbelangrijke zaken.
Dit zoeken naar gemeenschappelijke structuren en inhouden is op zichzelf nog geen syncretisme. Dat wordt het pas als je dit gemeenschappelijke zou willen gebruiken als basis voor een nieuwe godsdienst, waarin allerlei elementen van de bestaande godsdiensten worden gemengd. En dat is af te wijzen, omdat het de wezenlijke verschillen tussen de godsdiensten miskent.
Onderling begrip
Maar wat zou dan wel de betekenis van het besef van deze verwantschap kunnen zijn? Ik zie drie dingen: bevorderen van onderling begrip; gemeenschappelijk protest tegen de hoogmoed van de westerse cultuur; gezond houden van de eigen religie. Alle drie dingen zijn politiek urgent. Over alle drie iets meer.
Meer dan ooit beseffen we vandaag hoeveel er (wereld)politiek gemoeid is met de vraag hoe Joden, Christenen en Moslims elkaar zien en zich tot elkaar verhouden. Hans Küng zei het in de negentiger jaren (vóór de huidige terrorismegolf) zo: ‘Geen vrede in de wereld zonder vrede tussen de naties. Geen vrede tussen de naties zonder vrede tussen de godsdiensten.’ Onderlinge karikaturen nemen bizarre en wereldvrede-bedreigende proporties aan. De dialoog kan helpen deze vijandbeelden af te breken. Het ontdekken van elkaars verwantschap helpt om de angst voor elkaar te verminderen en leidt tot onderling begrip. En dat onderlinge begrip is weliswaar nog niet het koninkrijk van God zelf, maar het is wel het noodzakelijke nederige begin ervan. Want wie begrip heeft voor de ander kan zich in de ander inleven. En wie zich inleeft is in staat eigen schuld te zien, te belijden en tot verzoening te komen. En verzoening is de weg naar de vrede.
Tegen de hoogmoed
In de afgelopen halve eeuw is duidelijk geworden hoe bedreigend de ongeremde menselijke expansie van de westerse cultuur is voor het leven op onze planeet. Meer dan ooit is hier tegenwicht nodig. Het geloof in een soevereine God, die alléén almachtig is en daarmee menselijke macht fundamenteel relativeert - zoals kenmerkend is voor alle drie de ‘Abrahamitische’ godsdiensten - is daarbij een sterke krachtbron. Zou het geen winst zijn voor de wereldvrede als alle drie de godsdiensten in staat zouden zijn op dit punt een gemeenschappelijk getuigenis te geven? Ik vond het het noteren waard dat in de ‘Intelligent Design’ discussie Christenen en Moslims toch even zij aan zij stonden tegen de menselijke hoogmoed zoals die uitkomt in verabsolutering van wetenschappelijke theorieën. Je zou je kunnen voorstellen dat zoiets op meer fronten zou kunnen gebeuren. Het zou Moslims bovendien het gevoel kunnen geven dat ze met hun cultuurkritiek niet alleen staan en zelfs vanuit hun eigen godsdienst een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan een gezonde ontwikkeling van onze cultuur.
Gezonde religie
Een godsdienstig terrorisme geselt de wereld. Het wordt gevoed door fundamentalisme, dat ik geestelijk definieer als afgoderij bedrijven met heilige teksten. Men vat ze geheel letterlijk op, geeft ze absolute betekenis en past ze direct toe met het doel om hier op aarde het koninkrijk van God te stichten volgens de inzichten van de eigen groep. Het is belangrijk dat alle drie de godsdiensten deze ontaarding in hun eigen gelederen tegengaan. De godsdienstdialoog speelt hier een belangrijke rol. Wie eenmaal heeft ontdekt hoe verwant hij eigenlijk is aan die ‘vreemde’ ander kan nooit meer fundamentalist zijn, omdat hij gedwongen is geweest om onderscheid te maken tussen wezenlijke godsdienstige inspiratie en culturele vormgeving.
De waarheid
Tot slot is nog de vraag te stellen of in deze benadering de verkondiging van het evangelie van Jezus nog wel tot zijn recht kan komen. Wat uitdagend zou ik willen antwoorden: neen. De dialoog der godsdiensten en verkondiging van het evangelie zijn in principe twee verschillende zaken met elk hun eigen doelstelling en methoden, die je niet al te zeer moet husselen.
Ze zijn allebei nodig. De verkondiging van het evangelie van Jezus, omdat God wil dat alle mensen behouden worden. De dialoog tussen de godsdiensten omdat - totdat de Heer terugkomt - het in vrede samenleven van mensen van verschillende godsdiensten óók tot het koninkrijk Gods behoort. Zoals de Heer zelf heeft gezegd: ‘Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst’ (Matteüs 13:30). En zoals de apostel ons leert: Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt vrede met alle mensen (Romeinen 12:18) en ‘tot vrede heeft God u geroepen’ (1 Korintiërs 7:15).