Calvijn: een mens in beweging

2005-09-23
  • Jaargang 49
  • nummer 18
Over de reformator Calvijn (1509-1564) is enorm veel geschreven. Tien jaar geleden voegde de Franse historicus Bernard Cottret een biografie aan de lange reeks van publicaties toe. Ds. K. Boersma (CGK) tekende voor de vertaling. Je vraagt je af: Wat bezielt de auteur ‘een zoveelste’ boek over Calvijn te schrijven?; wat voor nieuws heeft hij te melden?
Cottret wil wat doen aan het gebrek aan kennis van Calvijn dat gemiddelde Fransman ten toon spreidt. Velen schamen zich zelfs voor Calvijn. Ik vermoed dat het onder ons niet veel anders is. Daarnaast wil hij iets doen aan de beeldvorming over Calvijn. In doorsnee roemt men zijn intelligentie, helderheid en groot organisatievermogen, maar verder wordt Calvijn vaak afgeschilderd als despotisch, ongenaakbaar en statisch. Met Luther zou je een biertje willen drinken, maar met Calvijn? Cottret wil ‘een Calvijn in beweging’ laten zien, een man van vlees en bloed. Een man die dichtbij komt, een man met je ook best een biertje zou willen drinken. Ik heb in mijn leven aardig wat over Calvijn gelezen en constateer dat dit boek inderdaad anders is dan andere publicaties. Wat maakt deze Calvijnbiografie zo bijzonder?

Frans boek
In mijn boekenkast beslaat het aantal publicaties over Calvijn ruim een meter. Maar ik heb op mijn plank slechts vier boeken staan die Cottret in zijn literatuurlijst heeft opgenomen.
Cottret put, naast de bronteksten, voornamelijk uit het werk van Franstalige auteurs. Werk dat voor veel niet-Franse geleerden vaak onbekend en daardoor onbenut is gebleven.
Eén en ander levert vaak verrassende gezichtspunten en citaten op.
Hij accentueert bijvoorbeeld dat Calvijn één van de eerste schrijvers is geweest die in het Frans hebben gepubliceerd. ‘Het eenstemmige proza van Calvijn treft ons altijd weer door de moderne toon; alles staat op zijn plaats, ook wanneer gedachten ingewikkeld lijken; zijn zinnen houden iets onmiddellijks, een gevoel voor het concrete dat ze op een bepaalde manier toegankelijk maakt.
(...) Tal van zijn zelf uitgevonden termen zijn het in het woordenboek overgegaan in de gebruikelijke taal tergiverser (uitvluchten zoeken), hyperbolique (met overdrijving), zelfs maniganse (knoeierij) en antiquailles (ouwe rommel)’ (p. 331).

Rake typeringen
Wanneer Cottret Calvijn als ‘mens in beweging’tekent, doet hij dat door middel van tal van rake typeringen.
‘De theoloog Calvijn zal toch altijd jurist blijven. Zijn denken blijft gemarkeerd door scherpte, belijndheid, gegrepen zijn door of verlangen naar recht’ (p. 36). Met de precisie van een jurist is Calvijn van 1536 tot 1559 blijven schaven aan zijn grote levenswerk de Institutie (p. 53).
‘Door zijn cultuur, zijn afkomst en in zijn denken is Calvijn een humanist.
Hij is iemand van een generatie waarvan het hart sneller gaat klopt als het kan aansluiten bij de wonderlijke ontwikkeling van de Grieks-Romeinse filologie’(p. 47).
En misschien wel het meest van al is Calvijn prediker geweest (p. 292).
Hele bijbelboeken zijn door Calvijn ‘doorgepreekt’. Hij wilde, anders dan de geleerden uit de middeleeuwen, geen ingewikkelde betogen houden en ook geen vrome praatjes verkopen.
Calvijn vergeleek zichzelf met een trompet. Hij zag als zijn taak het woord van God helder tot klinken te brengen (p. 298).

Man van zijn tijd
Meer dan te doen gebruikelijk tekent Cottret - die historicus is en geen theoloog - Calvijn in het raam van zijn tijd. De auteur is uitstekend op de hoogte van de politieke en godsdienstige situatie in het Frankrijk van Calvijn. Calvijn valt in onze tijd nogal eens het verwijt ten deel intolerant te zijn. Wanneer Cottret de polemieken gaat beschrijven die Calvijn bijvoorbeeld met Bolsec, Servet en Castellio voerde, merkt hij eerst op dat ‘intolerantie’ een anachronisme is. Het bestond in de zestiende eeuw gewoonweg niet! (p. 215). In het Genève van Calvijn vond de ketter Servet de dood op de brandstapel.
Een voor ons moeilijk te begrijpen en te verteren feit. Cottret probeert ons te laten voelen wat Calvijn en zijn medestanders bewoog. Servet bestreed de leer van de Drie-eenheid, want die leer stond een vruchtbaar gesprek met het jodendom en de islam in de weg. Ook leert hij het pantheïsme (God is overal in aanwezig: ‘In het hout is God hout, en in een steen is Hij steen’). Voorts was Servet voorstander van de kinderdoop.
Wanneer Calvijn aan Servet een exemplaar van zijn grote werk de Institutie aanbiedt, krijgt hij die vol kritische kanttekeningen terug.
Volgens Cottret kon Calvijn die kritiek niet verdragen en weigert hij verdere correspondentie met Servet. Maar hoe kan onenigheid over de leer nu uitlopen op de brandstapel? Op die manier maakte men, aldus Cottret, aan de overige christenheid duidelijk geen secte te zijn. Men stond voor dezelfde katholiciteit als de kerk van alle eeuwen. ‘Door zijn onverzettelijkheid ten opzichte van Servet tracht Calvijn zich schoon te wassen van de beschuldigingen die als een last op zijn eigen orthodoxie hadden gedrukt. Een goede ketter is een dode ketter. Het gedrag van Calvijn laat zich ook verklaren, meer prozaïsch gezien, uit de vrees voor een papistisch complot met het doel hem uit Genève weg te krijgen’ (p. 229).

Scherpe analyses
Al lezend kom je in boek van Cottret tal van scherpe analyses tegen die prikkelen en tot nadenken stemmen.
Na een poosje in Genève te hebben gewerkt moet Calvijn op last van het stadsbestuur de stad verlaten. Via Bazel en Straatsburg vestigt hij zich tenslotte toch weer in Genève. De stad waar hij ook zal sterven. Cottret concludeert: ‘Bazel, Straatsburg en Genève, een geografische route, die tegelijk een geestelijke tocht is’ (p. 119).
Over de waarde van De Institutie vertrouwt hij aan het papier toe: ‘Ze maakt een einde aan de lutheriserende, mystificerende en evangelische dwalingen en verschaft aan hen die twijfelen aan de gevestigde kerk een geheel van precieze dogmatische definities, terwijl ze op termijn een werkbare kerkelijke organisatie biedt (p. 123).
Wanneer Calvijn door Farel wordt gevraagd in Genève te blijven, hij was eigenlijk slechts op doorreis, en hij daar aan de slag gaat wordt hij al snel ‘predikant’ genoemd. Maar, aldus Cottret, ‘één ding is zeker: Calvijn heeft nooit enige pastorale wijding of bevestiging in het ambt gehad. Deze trek is verre van onbelangrijk: het bevestigt de breuk met de ambten van de Roomse kerk. Het pastorale vindt zijn beschrijving in een functie en niet in de een of andere macht die de ordinatie met zich mee zou brengen’ (p. 131).
Over de leer van de uitverkiezing (de predestinatie) doet Cottret gewaagde uitspraken. Volgens Cottret liggen achter het schrijven over de uitverkiezing geen pastorale motieven, maar moet de aanleiding in de polemiek worden gezocht. Naar zijn inzicht zou deze leer zich eerst aan de grenzen van de theologie van Calvijn hebben bevonden. Maar ‘meegesleept door de polemiek en de ijdelheid van een schrijver, heeft hij met het voortgaan van de jaren in zijn werk een steeds grotere plaats aan de predestinatie gegeven. (...) Zo sterk dat men het recht heeft zich af te vragen of het calvinisme niet hetzelfde is als predestinatie.
Dit is een versimpelende redenering, maar ze is te verklaren uit de richting die de gereformeerde leer inslaat in de tijd van Calvijn zelf’(326).
Ook over vrouwen had Calvijn uitgesproken gedachten. Omdat Eva als eerste in zonde was gevallen moeten vrouwen zich, in kerk èn samenleving, geduldig aan de man onderwerpen.
Dat is de orde die God vrouwen oplegt. Cottret analyseert: ‘Dit wantrouwen tegenover vrouwen komt zonder twijfel voort uit de ongemakkelijkheid die de prediker ondervindt ten opzichte van de dingen van het leven. Seksualiteit en voorplanting wekken bij Calvijn tegenstrijdige reacties op, een mengeling van afkeer en bewondering’ (p. 308).

Vandaag
Onze Nederlands Gereformeerde kerken zijn, evenals Calvijn, in beweging. Tal van vragen komen op ons bordje.
Vragen waarop onder ons verschillend wordt gereageerd. Vragen die niet nieuw zijn. ‘Hoe om te gaan met allerlei vormen vermaak?, hoe werkt de Heilige Geest?, hoe moet de kerk worden georganiseerd en hoe verhoudt zij zich tot de staat?, volwassendoop of kinderdoop?’, het zijn allemaal thema’s waar Calvijn zich, bij een open bijbel, diepgaand mee bezig heeft gehouden. Wat mij betreft doen we onszelf tekort wanneer we bij het doordenken van die vragen voorbij gaan aan de wijsheid die God aan Calvijn geschonken heeft!

Calvijn (biografie), Bernard Cottret, Kok Kampen, 425 p., ISBN 9043507377, € 39,90.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief